23 februari 2026
Partij voor de Dieren stelt kritische vragen over toezicht provincie op Omgevingsdienst in Vlietland-dossier
Den Haag, 23 februari 2026 – Kap- en sloopwerkzaamheden in natuur- en recreatiegebied Vlietland hebben geleid tot nieuwe politieke onrust in Zuid-Holland. De Statenfractie van de Partij voor de Dieren heeft samen met GroenLinks/PvdA aanvullende schriftelijke vragen gesteld aan het provinciebestuur. Aanleiding zijn recente rechterlijke uitspraken, vermeende fouten van de Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid (OZHZ) en de voortgaande aantasting van natuur in het gebied.
De kwestie draait om werkzaamheden in Vlietland Noord in het kader van het vakantievilla’s-project Dutch Lake Residence (DLR). Natuurorganisaties trokken eerder aan de bel over grootschalige kap en grondverzet. Op 15 februari gaf de rechtbank in haar uitspraak aan dat de behandeling van een eerste voorlopige voorziening vertraging opliep omdat het preventieve handhavingsverzoek van mei 2025 door de OZHZ niet tijdig was afgehandeld. De provincie is het bevoegde gezag over deze omgevingsdienst en daarmee politiek verantwoordelijk voor het functioneren ervan. Volgens de Partij voor de Dieren heeft de enorme vertraging ertoe bijgedragen dat de rechtbank de voorlopige voorziening niet snel in behandeling kon nemen en werkzaamheden konden doorgaan terwijl juridische procedures nog liepen. Hierdoor is intussen veel schade toegebracht aan het gebied.
In hun schriftelijke vragen van 18 februari stellen de Statenleden onder meer dat er tegenstrijdige signalen zijn geweest vanuit de Omgevingsdienst. Zo zou in augustus 2025 in een waarschuwingsbrief van OZHZ aan DLR zijn gemeld dat een grondwal niet hoefde te worden meegenomen in stikstofberekeningen, terwijl een bezwarencommissie later anders adviseerde. In december stuurde OZHZ opnieuw een waarschuwingsbrief waarin werd gesteld dat het natuurwaardenonderzoek opnieuw moest worden uitgevoerd en dat werkzaamheden niet mochten starten. In januari 2026 dienden de Vrienden van Vlietland opnieuw een handhavingsverzoek in, waarbij de OZHZ aangegeven zou hebben dat de werkzaamheden waren afgerond. En dat terwijl de schadelijke werkzaamheden ondertussen gewoon doorgingen.
De Statenleden willen weten waarom Provinciale Staten niet volledig zijn geïnformeerd over deze waarschuwingen en waarom een preventief handhavingsverzoek zo lang bleef liggen. Daarnaast vragen de Statenleden of het klopt dat OZHZ meerdere aanmaningen om zich aan de wettelijke termijnen te houden heeft genegeerd. Ook vragen zij opheldering over het feit dat door OZHZ aan de rechtbank zou zijn gemeld dat werkzaamheden waren afgerond, terwijl volgens betrokkenen nog sloopwerk plaatsvond.
De Partij voor de Dieren stelt dat het provinciebestuur zijn verantwoordelijkheid moet nemen en het toezicht op de omgevingsdienst moet aanscherpen. Fractievoorzitter Carla van Viegen: “Wanneer handhaving faalt en informatievoorziening tekortschiet, betaalt de natuur de prijs. Dat is onacceptabel. De provincie moet haar (gemandateerde) wettelijke bevoegdheden serieus nemen en ingrijpen.”
Het provinciebestuur heeft nog niet inhoudelijk gereageerd op de nieuwste vragen, maar wordt verzocht deze met spoed te beantwoorden.