24 oktober 2025
Provincie laat Zuid-Hollanders onbeschermd tegen pesticiden
PvdD teleurgesteld over antwoorden op vragen
De Partij voor de Dieren Zuid-Holland is teleurgesteld over de antwoorden van het provinciebestuur op vragen over het gebruik van pesticiden. Volgens fractievoorzitter Carla van Viegen laat het college zien dat het de bescherming van mens, dier en natuur onvoldoende serieus neemt. “De provincie erkent dat pesticiden schadelijk zijn, maar verschuilt zich achter Den Haag en Brussel. Terwijl zij zelf wél bevoegdheden heeft om in te grijpen, kiest ze ervoor niets te doen. Dat is onbegrijpelijk en onverantwoord.”
Het provinciebestuur – gevormd door GroenLinks-PvdA, BBB, VVD en CDA – reageerde op 43 schriftelijke vragen die de PvdD in juni stelde, mede namens SP, Volt en D66. De partijen verwezen naar de oproep van ruim vierhonderd artsen om het gebruik van pesticiden terug te dringen vanwege mogelijke verbanden met ziekten als Parkinson en leukemie, en naar groeiend wetenschappelijk bewijs dat pesticiden schadelijk zijn voor insecten, vogels en waterleven, zelfs zonder normoverschrijdingen.
Uit de beantwoording blijkt dat Gedeputeerde Staten geen inzicht hebben in waar en hoeveel pesticiden in Zuid-Holland worden gebruikt, ook niet rond kwetsbare natuur of woonwijken. De provincie stelt dat de toelating en controle van bestrijdingsmiddelen een verantwoordelijkheid zijn van het Rijk en de EU, en zegt “het voorzorgsbeginsel waar mogelijk” toe te passen. In de praktijk beperkt Zuid-Holland zich echter tot het naleven van minimale wettelijke verplichtingen en een verbod op glyfosaat op provinciale pachtgronden. Zelfs bij stoffen waarvan Europese autoriteiten de risico’s inmiddels erkennen, zoals cypermethrin en pesticiden met PFAS-verbindingen, grijpt de provincie niet in.
Ook bij de bescherming van Natura 2000-gebieden kiest de provincie voor een afwachtende houding. Hoewel de Raad van State dit voorjaar oordeelde dat het gebruik van bestrijdingsmiddelen nabij kwetsbare natuur vergunningplichtig is, wil Zuid-Holland eerst landelijke richtlijnen afwachten.
Volgens Van Viegen laat het provinciebestuur daarmee kansen liggen om de gezondheid van inwoners en de natuur te beschermen. “Andere provincies, zoals Utrecht en Noord-Brabant, zetten al stappen met bufferzones en strengere pachtvoorwaarden. Zuid-Holland blijft achter,” zegt ze.
Wat de partij extra zorgen baart, is dat de provincie het economische belang van de sierteelt aanvoert als reden om geen beperkingen te stellen aan uitbreiding van niet-biologische teelt. “Zuid-Holland kiest ervoor om de belangen van export en winst boven de gezondheid van haar inwoners te plaatsen,” stelt Van Viegen. “Dat is een pijnlijke constatering voor een provincie die beweert duurzaamheid en een gezonde leefomgeving hoog in het vaandel te hebben.”
Van Viegen vindt dat boeren die willen overstappen op biologische en natuurinclusieve teelt volop steun van de provincie moeten krijgen. “We zijn met pesticiden in gevecht met de natuur,” zegt ze. “Terwijl we juist zouden moeten sámenwerken met de natuur. Zolang we doorgaan met het doodspuiten van alles wat leeft, putten we het systeem uit waar ons eigen bestaan van afhangt.”
De Partij voor de Dieren roept het provinciebestuur op om niet langer te wachten, maar verantwoordelijkheid te nemen. “De gezondheid van Zuid-Hollanders en de toekomst van onze natuur staan op het spel,” zegt Van Viegen. “Wie weet dat gif in de natuur, het water en onze longen terechtkomt, kan niet volstaan met afwachten. Het is tijd voor daden. Zuid-Holland moet kiezen voor een gifvrije toekomst.”