Bijdrage 2e herziening Provin­ciale Struc­tuur­visie en Provin­ciale Veror­dening Ruimte


5 maart 2012

Bijdrage 2e herziening PSV en PVR

Ter bespreking is de 2e herziening van de Provinciale Structuurvisie en Provinciale Verordening.
Een aantal wijzigingen vindt onze fractie positief, zoals de SER ladder die toegepast gaat worden voor kantoren, glastuinbouw en woningbouw en de glas voor glasregeling. Maar tegelijkertijd wordt bij die laatste regeling weer ruimte gegeven voor 150 ha nieuwe glastuinbouw en daar kan onze fractie zich niet in vinden. En we gaan pas akkoord indien eerst het oude glas is opgeruimd en dat gebied opnieuw is ingericht en dan pas het nieuwe glas wordt gebouwd. Dat moet de volgorde zijn om garantie te hebben dat het ook daadwerkelijk glas voor glas wordt. Welke garanties kan de gedeputeerde hiervoor geven om te voorkomen dat er nieuw glas wordt gebouwd, terwijl het oude glas nog niet is opgeruimd?
Nationale en provinciale landschappen en de rijksbufferzones worden met de wijziging naar de mening van de fractie van de Partij voor de Dieren onvoldoende beschermd. De toch al zo kwetsbare en weinige natuur die Zuid-Holland rijk is (6%), moet beter worden beschermd. Door velen is er bij de inspraakmogelijkheid van de 2e wijziging aangegeven dat artikel 6 van de PVR niet geschrapt moet worden. Er is een breed maatschappelijk draagvlak om het oude artikel 6 te behouden in de PVR. Ik steun daarom het amendement van GL om dit als artikel 5a wederom in de Verordening op te nemen, totdat de beeldkwaliteitsplannen, de gebiedsprofielen, die in de toekomst door GS vastgesteld gaan worden en de abstracte formulering van de ‘ruimtelijke effecten’ en de toetsing daarop nader is uitgewerkt en daaruit is gebleken dat de bescherming minimaal op hetzelfde niveau blijft gehandhaafd. De huidige formulering is erg abstract en algemeen, waardoor de controle van PS op GS niet goed kan plaatsvinden. Om te bevorderen dat er goede toetsingscriteria worden opgesteld waaraan GS de plannen kunnen toetsen en om te bevorderen dat PS GS op een goede manier kan controleren, verzoek ik GS om dit toetsbaar en helder te formuleren. Kan de gedeputeerde dit toezeggen en zo ja op welke termijn?

Voor het behoud van de (internationale) concurrentiepositie en het economische vestigingsklimaat is het niet alleen noodzakelijk om de samenhang tussen economische clusters, stedelijke centra onderling en het gehele netwerk te versterken, maar ook de natuur. Gedeputeerde Staten hebben in de startnotitie Groenagenda 2012 – 2015 Investeringsprogramma Groene Ruimte aangaande de provinciale koers aangegeven hoe te komen tot een groene ruimte die het (inter)nationaal vestigingsklimaat versterkt en die bijdraagt aan het tegengaan van de afname van de biodiversiteit. Voor een aantrekkelijk economisch vestigingsklimaat is het dus van belang om de natuur te versterken en het is logisch om dit provinciale beleid integraal en consistent door te voeren. Ik dien hiervoor een amendement in.
Bij de wijziging van de PSV wordt vermeld dat de weidevogels afhankelijk zijn van de aanwezigheid van grondgebonden veehouderij. Dat is waar, maar dat is niet de enige afhankelijkheid, zoals wordt gesuggereerd in de wijziging. Het is tevens afhankelijk van de terreinbeherende organisaties en particulier natuurbeheer. Daarnaast wordt bij de wijzigingen vermeld dat bij ontwikkelingen van het huidige agrarisch grondgebruik in weidevogelgebied niet gecompenseerd behoeft te worden. Aangezien de provincie zeer veel investeert om de weidevogelstand te verbeteren, het door GS in de Nota van Beantwoording wordt aangegeven als een provinciaal belang en de weidevogelstand nu schrikbarend hard terugloopt, is het van nodig om de weidevogelgebieden, als deze worden aangetast, te compenseren. Daarom dien ik hiervoor een amendement in.

Er zijn andere wijzigingen waar onze fractie zich niet in kan vinden.

De glastuinbouw in Nieuwkoop (Amstel III), en Binnenmaas, de voormalige vloeivelden van de Suikerunie. Hier heeft mijn fractie grote moeite mee, omdat het midden in Nationale landschappen ligt die juist beschermd moeten worden. Daarnaast heeft de geplande glastuinbouw in Nieuwkoop, Amstel III, grote nadelige gevolgen voor het watersysteem en een robuust en veerkrachtig watersysteem is juist aangemerkt als provinciaal belang.
Vanwege deze functiewijziging naar glastuinbouw in Nieuwkoop is volgens de Commissie MER een nadere analyse nodig. Het betreft hier een project nabij een Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen en de Haeck, wat grote gevolgen heeft voor de waterhuishouding aldaar, aldus de Commissie MER. Het is daarmee ook onduidelijk welk deel van het inpassingsgebied daarvoor gebruikt zal (moeten) worden. Bij de beoordeling van effecten op bodem en water wordt geen aandacht besteed aan de mogelijke toename van verzilting (door het ontgraven van grond ten behoeve van waterberging). Verder wordt gesteld dat voor meststoffen (vanuit verwacht rijksbeleid) vanaf 2027 een nulemissie geldt. Het ligt voor de hand om bij de aanleg van een nieuw glastuinbouwgebied dan te anticiperen op toekomstige normen. Verder is niet onderbouwd waarom nulemissie van bestrijdingsmiddelen naar het oppervlaktewater voorlopig niet uit te sluiten is. Ook wordt gesteld dat de inzet van duurzame energiesystemen een positief effect zal hebben op CO2-reductie. Hoewel dit in principe juist is, rechtvaardigt dit volgens de Commissie MER geen positieve score ten opzichte van de referentiesituatie, aangezien in deze situatie geen uitbreiding van glastuinbouw plaatsvindt. In de evaluatieparagraaf (§ 6.1) van het MER is aangegeven dat milieueffecten opnieuw beoordeeld zullen worden als blijkt dat de beoogde duurzame inrichting niet haalbaar is. De Commissie merkt op dat deze gevolgtrekking onderdeel zou moeten zijn van de planvorming en niet van evaluatie achteraf, omdat de plannen dan nauwelijks meer bij te stellen zijn. De Commissie adviseert om bij nadere besluitvorming over het voornemen en de conclusie van de significante gevolgen voor het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck, nader te onderbouwen op basis van de verdere uitwerking van het voornemen en dus een Project m.e.r. uit te voeren. Is de gedeputeerde bereid om bij de gemeente Nieuwkoop erop aan te dringen een project MER voor de geplande glastuinbouw in Nieuwkoop (170 ha Amstel III) uit te voeren?

Dan de wijzigingen in de EHS. Het feit dat gebouwen en wegen niet tot de EHS gerekend hoeven worden en dat dit technisch wordt aangepast is begrijpelijk, maar dit geldt wat ons betreft niet voor bijvoorbeeld de aanleg van vele hectares ten behoeve van een jachthaven in Oude Tonge, het schrappen van vele hectares Natura-2000 zoals de Coepelduinen, de duinen bij Ouddorp, grote gebieden in het EHS gebied Oudeland van Strijen en de Kartbaan van Strijen. Onze fractie kan zich hierin niet vinden.

Verder gaat onze fractie niet akkoord met de Toeristische voorzieningen en attracties van nationaal of internationaal niveau met een meer specifiek karakter die zijn aangeduid als toeristisch centrum, omdat dit het dorpskarakter kan aantasten, zoals in Katwijk, Scheveningen en op Goeree Overflakkee. Daarnaast kan een te grootschalig toeristische ontwikkeling de rust en stilte in de aangrenzende natuurgebieden aantasten. Onze fractie vindt die geen wenselijke ontwikkeling.

Ook kan onze fractie zich niet vinden in het ruimtelijk mogelijk maken van Bleizo, omdat hiermee al een voorschot wordt genomen op toekomstige besluitvorming.

Wat betreft de wijziging van de bebouwingscontouren kan onze fractie zich niet vinden in de voorgestelde uitbreidingen van de rode contouren. Het wijzigen van de functiekaart om agrarisch landschap om te zetten in bedrijventerrein in Bergambacht kan ook geen goedkeuring krijgen van onze fractie en hetzelfde geldt voor het omzetten van de Vierpolders in Brielle van agrarisch gebied naar glastuinbouwgebied.

De regels voor landgoederen worden versoepeld. Andere ‘passende activiteiten’ dan het bouwen van een landhuis wordt met de wijziging nu toegestaan. Onze fractie vreest dat dergelijke versoepelingen gaan leiden tot aantasting van de belangrijke groene en natuurwaarden en daarom hebben we grote moeite met het voorstel. Want wat is ‘passend’? Daar kun je alle kanten mee op. Is de gedeputeerde bereid om ‘passende activiteiten’ te operationaliseren, zodat Provinciale Staten kunnen toetsen wat wel en niet kan volgens GS?

Samengevat:
- artikel 6, waarin de bescherming van de nationale en provinciale langschappen en de rijksbufferzones is geregeld, moet worden gehandhaafd.
- compensatie van agrarische weidevogelgebieden moet worden opgenomen;
- natuur- en groenontwikkeling is een belangrijk onderdeel voor een sterk economisch vestigingsklimaat.
- het is nodig dat er een Project m.e.r. wordt opgesteld voor het glastuinbouwgebied Amstel III in Nieuwkoop.
- de beeldkwaliteitsparagraaf, de gebiedsprofielen en de effecten voor de ruimtelijke kwaliteit dienen vanuit hun abstracte formulering nader geoperationaliseerd te worden, zodat toetsing en controle van besluitvorming van GS door PS op een eenduidige en heldere manier mogelijk wordt gemaakt.

Onze fractie is niet akkoord met:
• de genoemde wijzigingen in de EHS, behalve de reeds aangegeven wegen en gebouwen;
• de wijziging en vermindering van bescherming van de nationale en provinciale landschappen en de rijksbufferzones;
• de toeristische voorzieningen en attracties van nationaal of internationaal niveau met een meer specifiek karakter die zijn aangeduid als toeristisch centrum;
• glastuinbouw in Nieuwkoop en Binnenmaas en het mogelijk maken van glastuinbouw in Rijksbufferzones;
• het niet compenseren van agrarische weidevogelgebieden;
• het ruimtelijk mogelijk maken van Bleizo;
• de uitbreidingen van de rode contouren en het inkrimpen van groene en natuurgebieden en de EHS;
• de uitbreiding van ‘passende activiteiten’ op landgoederen.

Dank u wel.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer