Bijdrage afschot damherten Amster­damse Water­lei­ding­duinen


1 maart 2012

Aan de orde is het Faunabeheerplan Damhert.

Er staat een prachtig levend damhert op de voorpagina van het Faunabeheerplan. Het zou realistischer zijn geweest om een foto van een dood damhert op de voorpagina van het Faunabeheerplan te zetten, omdat er meer herten worden doodgemaakt dan dat er in leven blijven in de AWD.

In dit geval is alles erop gericht om het aantal damherten zo sterk terug te dringen dat de invloed van deze grote planteneter op zijn omgeving 0 tot bijna 0 is. Dat is sin strijd met het Biodiversiteitsverdrag.

In het Faunabeheerplan staat dat de provincie de zorg voor in het wild levende dieren heeft. De invulling die de provincie eraan geeft is nagenoeg alleen risico’s en schade verminderen. Dat de provincie in eerste instantie de taak heeft om de natuur en dieren te beschermen, daar wordt in het hele Faunabeheerplan niet over gerept. En dat is juist de bedoeling van de wetgever!

De damherten zouden de kans moeten krijgen om als populatie en binnen het natuurgebied waarin zij leven tot een natuurlijk evenwicht te komen. De Partij voor de Dieren is van mening dat het constante ingrijpen in de natuur, wat nu gebeurt, niet goed is voor het ecologisch systeem. De natuur is dynamisch en dieren en planten beïnvloeden elkaar. Dat kan tijdelijk voor sommige dieren een negatief effect hebben, maar is niet slecht voor de biodiversiteit. In tegendeel, juist natuurlijke dynamiek is noodzakelijk voor het functioneren van de natuur. De Partij voor de Dieren ziet de natuur als het zelfstandig functioneren van ecologische processen. De processen genereren natuurlijke waarden en biodiversiteit. Het is in beginsel onwenselijk in te grijpen in deze processen. Schade aan flora en fauna die wordt aangericht door planten en dieren, zijn zelf ecologische processen. Zo kan bijvoorbeeld predatie door vossen en roofvogels de gewenste populatie weidevogels lager doen uitkomen dan de beleidsdoelen. Het zou continu ingrijpen vergen om de populatie vossen en roofvogels laag te houden. Dit is geen duurzame noch wenselijke oplossing.

Door afschot neemt juist de populatie toe. Dat is wetenschappelijk bewezen en voorbeelden hiervan zijn terug te vinden bij het massale afschot van ganzen. Er worden steeds meer dieren afgeschoten, maar de schade neemt toe en de aantallen niet af. Afschot werkt dus niet en er moeten andere diervriendelijke maatregelen genomen worden.

Er wordt in de beantwoording van onze vragen niet ingegaan op onze opmerkingen dat er dubbeltellingen kunnen plaatsvinden. Er wordt blind vanuit gegaan dat alle herten die zijn geteld unieke individuen zijn en dat er dus waarschijnlijk meer of veel meer zijn dan zijn geteld. Dat is niet terecht. Dubbeltellingen zijn wel degelijk mogelijk.

Door het provinciebestuur wordt gesteld dat damherten eigenlijk vooral niet te sturen maaimachines zijn, terwijl de dieren als natuurlijke grote planteneters gewoon een onderdeel zijn van het ecosysteem. In de aangehaalde rapporten wordt de huidige situatie vergeleken met een situatie zonder of met heel weinig damherten. Dat is onterecht. Op grond van het Biodiversiteitsverdrag moet worden gestreefd naar een zo compleet mogelijk ecosysteem. Dat betekent dus een duingebied inclusief natuurlijke grote planteneters. De vergelijking met het gebied zonder damherten is dus een vergelijking met een incompleet ecosysteem.

GS stellen dat in Faunabeheerplan wordt ‘aangetoond’ dat een hoge graasdruk negatieve effecten heeft op de biodiversiteit. Als de rapporten zelf worden bekeken, blijkt deze stellige conclusie daar helemaal niet uit te kunnen worden getrokken. GS negeren onze opmerkingen hierover in de beantwoording. Voor ons staat zeker nog niet vast dat er door het afschot van vele duizenden damherten een geringe bijdrage wordt geleverd aan de verbetering van de biodiversiteit. Maar al zou dat zo zijn, dan nog.
Het welzijn en de intrinsieke waarde van vele duizenden damherten wordt wezenlijk aangetast, namelijk op het meest wezenlijke: het recht op leven! Van de nu levende damherten blijven slechts 4 van de 100 in leven. Duizenden dieren moeten het leven laten op grond van provinciaal beleid dat wat ons betreft niet goed is onderbouwd.

De provincie kiest ervoor om met als argument de biodiversiteit duizenden damherten te laten doden en daaraan het recht te ontlenen om sterk in te grijpen in de natuur. Dat is in strijd met het Biodiversiteitsverdrag en in strijd met Natura 2000. Aan de andere kant wordt de biodiversiteit in hoog tempo aangetast door de mens en haar eindeloze economische groeidrang. De mens is nog steeds de grootste vijand van de natuur en de biodiversiteit. Daartegen worden slechts zeer beperkt maatregelen genomen. De Partij voor de Dieren vindt dit zeer ambigu beleid. Alles van waarde is weerloos….

Dan nog een paar specifieke vragen:

- Uit welk onderzoek blijkt dat de achteruitgang van de kwaliteit van de duingraslanden (habitattype H2130), de duinheide (habitattype H2150) en de duinbossen (habitattype H2180) te wijten is aan de damherten en niet aan andere oorzaken zoals stikstofdepositie en andere milieuvervuiling?

- Op welke wijze wordt de veiligheid van recreanten in de AWD gewaarborgd, zeker in de avond- en schemering?

- In de beantwoording van onze vragen worden wetenschappelijke studies weergegeven die een causaal verband zouden aantonen tussen de populatieomvang en het aantal aanrijdingen. Kunnen we die krijgen?

- Welke snelheidsverlagende maatregelen zijn/worden genomen?

- Vindt er monitoring plaats op de effecten van afschot van damherten op de verbetering van de biodiversiteit en onderzoek het causale verband daartussen?

- De PvdD zou graag nader onafhankelijk onderzoek naar de effecten van afschot van de damherten op de biodiversiteit en of deze zeer ingrijpende maatregel wel werkelijk effectief is.

- Waar zijn/worden wildwallen, wildsingels en andere landschapselementen, die nu nog juist waardevolle minibiotopen vormen en verrijkingen van het landschap aangelegd?

Dank u wel.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer