Jacobs­kruis­kruid rukt op


30 augustus 2007

Jacobskruiskruid (Senecio jacobaea) is een inheemse geelbloeiende plantensoort die van nature voorkomt in matig schrale tot schrale graslandvegetaties. De laatste jaren is de plant explosief in Nederland toegenomen. Deze toename is indirect bevorderd door het verschralen van natuurgebieden, een natuurvriendelijk beheer van het openbaar groen, het gebruik van bloemrijke wildkruidmengsels bij aanleg van tuinen en bermen en ecologische boeren. De plant is giftig voor de mens en de meeste zoogdieren.

Jacobskruiskruid zal zich niet vestigen op regelmatig bemeste graslanden. Het is wel mogelijk dat het zich vestigt op extensief gebruikte graslanden, zoals paardenweiden of particulier beheerde natuurterreinen (open plekken). In agrarisch gebruikt grasland waar een gesloten grasmat aanwezig is, komt het Jacobskruiskruid dus niet of nauwelijks voor, want het kan er niet eens ontkiemen.

Jacobskruiskruid is aan de ene kant een waardevolle nectar- en stuifmeelleverancier. Er zijn meer dan 150 Nederlandse soorten insecten die Jacobskruiskruid gebruiken als voedselplant en meer dan 30 voor de voortplanting. Aan de andere kant is de plant dus giftig. De stoffen die de giftigheid veroorzaken zijn alkaloïden. Het belangrijkste orgaan waar het gif op aangrijpt, is de lever en in mindere maten de nieren en longen. Het tast de lever aan, wat de dood als gevolg kan hebben. Met name voor paarden en runderen vormt het Jacobskruiskruid een bedreiging. Schapen en geiten zijn er minder gevoelig voor, omdat de giftige stoffen (gedeeltelijk) onschadelijk gemaakt worden door enzymen in het maagdarmkanaal.

Zolang de plant in verse toestand in een terrein voorkomt, herkennen de dieren de plant en zullen het derhalve niet eten. Behalve bij overbegrazing. Dan eten de dieren het uit verveling of noodzaak. Indien de plant voorkomt in hooi of kuilvoer, of als de plant als verdroogde toestand (herfstperiode) op een terrein voorkomt, herkent het vee het niet meer als zijnde giftig en vormt het gif een bedreiging voor de gezondheid van het dier. De gifstoffen blijven in gedroogde vorm onverminderd werkzaam. De gifstoffen worden in de lever opgeslagen en niet afgebroken. Wanneer bijvoorbeeld een paard tussen de 50 en 200 gram gedroogd Jacobskruiskruid per kilo lichaamsgewicht binnenkrijgt, is dat dodelijk. Ook kunnen langdurig kleinere hoeveelheden tot leverkanker, dan wel de dood, leiden.

Eigenaren van paarden en runderen kunnen de risico’s voor vergiftiging verkleinen door:
1. Weiland goed te onderhouden. Met een dichte graszode kan Jacobskruiskruid niet kiemen;
2. Het voorkomen van overbegrazing. Open plekken bieden goede vestigingsmogelijkheden voor het Jacobskruiskruid;
3. Te zorgen dat hooi vrij is van Jacobskruiskruid;
4. Het land 2 keer te maaien i..v. 1 keer, waarbij de 1e maaibeurt na half juli is, zodat het Jacobskruiskruid voor de bloei wordt afgemaaid. Jacobskruiskruid bloeit in juli/augustus en zaadverspreiding vindt in augustus plaats. Een enkele plant kan 200.000 zaden produceren!
5. Eenmaal maaien met nabeweiding door schapen;
6. Het verwijderen van gemaaid Jacobskruiskruid, omdat de plant nog zaad kan verspreiden. Het beste kan de plant geknipt worden, omdat dan de wortels intact blijven en dan de bodem niet verschraalt.

Om de ernst van het Jacobskruiskruid te onderstrepen, hebben wij inmiddels schriftelijke vragen gesteld aan Gedeputeerde Staten.

Meer informatie is te vinden op: http://www.jakobskruiskruid.com


Foto: www.kulak.ac.be/nl/KULAKAlgemeen/Natuur//

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief