Onderwerp Verleende ontheffing door de Provincie Zuid-Holland op grond van de Flora- en Faunawet ex artikel 68 aan het Neder­lands Loods­wezen B.V. te Rotterdam op 22 februari 2007.


18 april 2007
Aan: het college van Gedeputeerde Staten


Toelichting

Op grond van de bovenstaande ontheffing, is het mogelijk gemaakt dat op een zeer dieronvriendelijke manier, in het belang van de openbare veiligheid en de veiligheid van het luchtverkeer, een meeuwenkolonie wordt verjaagd.
Een meeuwenkolonie, die al 30 jaar is gehuisvest in het Rotterdamse havengebied, moet nu wijken voor een helihaven ten behoeve van het binnenloodsen van zeeschepen door helikopters in dat gebied. Natuurlijk is veiligheid van het luchtverkeer een zwaarwegend argument, maar bij de ontheffingverlening is in het geheel geen rekening gehouden met de bescherming van de daar aanwezige meeuwenkolonie.
In het belang van de bescherming van dieren op grond van de Flora- en faunawet acht de fractie van de Partij voor de Dieren Zuid-Holland het van groot belang dat de bovenstaande verleende vergunning wordt heroverwogen en wordt ingetrokken. Zij verzoekt GS om met betrekking tot het belang van de openbare veiligheid en de veiligheid van het luchtverkeer alternatieve oplossingen toe te passen, zoals verplaatsing van de helihaven naar een plek waar geen meeuwenkolonie is gevestigd, al was het maar in de periode van 15 maart tot 1 september, zijnde de periode waarin de meeuwen aanwezig zijn.
Door de Stichting Ornitologisch Station Voorne, zijn aan het Nederlands Loodswezen B.V. alternatieve locaties aangedragen, zoals de Maasvlakte.

Het Faunafonds heeft in een advies over de te verlenen ontheffing het volgende aangegeven:
1) er moet sprake zijn van een planmatige aanpak i.v.m de gunstige staat van instandhouding van de meeuwen.
2) er moet gekeken worden naar geschikte terreinen in de omgeving waar vogels wel naar toe kunnen uitwijken. In de vergunning wordt dit niet aangegeven.

Verjaging van meeuwen blijkt een methode te zijn, waarvan in de praktijk is gebleken dat deze methode niet werkt. De dieren zijn plaatsgetrouw, en blijven terugkeren naar een broedplaats zolang deze geschikt blijft. Het havenbedrijf in Rotterdam heeft in het Rotterdamse havengebied al eerder ervaring opgedaan met de verjaging van meeuwen met behulp van een kudde konikpaarden en schapen, dat mislukt is (overigens was voor dit project geen vergunning afgegeven!). Verder heeft de provincie Zuid-Holland ook al ervaring opgedaan met de verjaging van roofvogels, onder andere in Leiden. Ook in deze situatie is gebleken dat verjaging met roofvogels geen effectieve manier van bestrijden is. Het nut van een valkenier is per definitie dubieus, zo melden experts van het National Birds of Prey Centre, het grootste Britse valkeniersinstituut. Om die reden zijn eerdere aanvragen voor het gebruik van roofvogels afgewezen.
In verband met de verleende ontheffing en op basis van de bovenstaande toelichting het college van Gedeputeerde Staten de volgende vragen wil de fractie van de Partij voor de Dieren Zuid-Holland u de volgende vragen voorleggen:
1 Kunt u aangeven met welke reden het bewuste heliplatform is aangelegd in de nabijheid van de grootste broedkolonie meeuwen van Europa en waarom niet voor een andere locatie is gekozen zonder de aanwezigheid van een meeuwenkolonie?
2 Zijn er andere bevredigende oplossingen onderzocht? Zo ja welke, en waarom zijn deze oplossingen niet toegepast. Zo nee, waarom niet?
3 Kunt u aangeven waarom adviezen voor andere locaties niet zijn opgevolgd?
4 Waaruit bestaat het gevaar van de openbare veiligheid en de veiligheid van het luchtverkeer exact? Is dit aangetoond, en zo ja op welke wijze?
5 Acht u ontheffingverlening voor het verstoren van een decennia oude grote broedkolonie in overeenstemming met de geest en uitgangspunten van de Flora- en faunawet, namelijk de bescherming van dieren?
6 Is er een plan van aanpak opgesteld en zijn er geschikte terreinen aangewezen, waar de meeuwen, die nu verjaagd worden, alsnog tot broeden kunnen komen? Zo ja, welke gebieden zijn dit en zo nee, waarom niet? In het geval de vraag negatief wordt beantwoord, waarom is er in tegenspraak met wat door het Faunafonds is geadviseerd, dan toch een ontheffing verleend?
7 Voorts is de woestijnbuizerd (een uitheemse diersoort!) een niet toegelaten middel bij schadebestrijding (artikel 5 van het Besluit beheer en schadebestrijding dieren). Kunt u aangeven op grond waarvan u dit middel gerechtvaardigd acht?
8 In de vergunning is aangegeven dat de inzet van jachtvogels een effectief middel is voor het opzettelijk verontrusten (en in uitzonderingssituaties doden) van vogelsoorten in het belang van de openbare veiligheid en de veiligheid van het luchtverkeer. Kunt u aangeven op grond waarvan u dit in dit geval een effectieve methode acht?
9 Heeft de provincie gekeken naar alternatieve diervriendelijke methoden om het probleem van de overlast van de meeuwen op te lossen, daarbij rekening houdend met het belang van en de veiligheid van het luchtverkeer én de bescherming van de broedkolonie meeuwen? Zo ja, welke methoden en waarom zijn deze methoden niet ingezet. Zo nee, waarom niet?
10 Bent u bereid diervriendelijke alternatieven te ontwikkelen voor de gesignaleerde problemen, zoals verplaatsing van de Helikopterhaven naar een plaats waar geen overlast te verwachten is? Zo neen, kunt u aangeven waarom niet?

Ondertekening en naam:

Namens de Partij voor de Dieren Zuid-Holland:

A.H.K. van Viegen
Fractievoorzitter Partij voor de Dieren Provinciale Staten Zuid-Holland





Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief