Partij voor de Dieren blijft zich inzetten voor alter­na­tieven afschieten ganzen in Zuid-Holland


12 augustus 2007

Den Haag, 13 augustus 2007 – De Statenfractie van de Partij voor de Dieren in Zuid-Holland blijft zich inzetten om alternatieven te vinden om het afschieten van 12.000 ganzen in deze provincie tegen te gaan. De partij zet grote vraagtekens bij de zorgvuldigheid van de gevolgde procedure op grond waarvan de provinciale Faunabeheereenheid ontheffing heeft gekregen om de ganzen te doden. Over de gang van zaken heeft de partij inmiddels schriftelijke vragen gesteld aan Gedeputeerde Staten.

Gedeputeerde Staten verleenden op 5 juli aan de Faunabeheereenheid Zuid-Holland ontheffing om de ganzen af te schieten, twee dagen nadat de Faunabeheereenheid daarvoor ontheffing had aangevraagd. De Partij voor de Dieren (PvdD) vindt niet alleen de snelheid waarmee de ontheffing is verleend opmerkelijk, maar vraagt zich ook af of de gegevens over aantallen ganzen en de schade die ze, in geld uitgedrukt, zouden veroorzaken wel betrouwbaar zijn. De Raad van State had een eerdere aanvraag om ganzen te mogen afschieten juist afgewezen, omdat de provincie Zuid-Holland niet kon aangeven hoe groot het schadebedrag is en om hoeveel ganzen het zou gaan.

Volgens de provincie zou er in 2006 sprake zijn geweest van een toename van het aantal gewone en brandganzen in Zuid-Holland. Dit terwijl in de ontheffing wordt aangegeven dat er over dat jaar geen telgegevens van de genoemde ganzensoorten buiten het Deltagebied bekend zijn. In de ontheffing staat verder dat het afschieten van ganzen leidt tot minder schade aan de weilanden waar de dieren fourageren. De vraag is hoeverre de provincie het oorzakelijk verband wetenschappelijk heeft onderzocht en dus formeel conclusies kan trekken. Maar het is een bewezen feit dat als er minder ganzen zijn, er meer voedsel in de vorm van gras beschikbaar is voor de overgebleven ganzen. Die gaan daardoor meer eieren leggen, met als gevolg dat het aantal ganzen juist toe- in plaats van afneemt.

Verder wil de PvdD van Gedeputeerde Staten weten waarom er geen alternatieve methoden worden toegepast om de schade die de ganzen zouden toebrengen, te verkleinen. Een dergelijke methode is het onaantrekkelijk maken van gebieden waar men de ganzen niet wil hebben en het aantrekkelijk maken van gebieden waar de ganzen gedoogd kunnen worden. Dit kan bijvoorbeeld door het mechanisch verjagen van ganzen. Of het aanbieden van een aantrekkelijk alternatief voor de ganzen in de vorm van gebieden met veel witte klaver. Witte klaver is in voedingswaarde vergelijkbaar met gras, behoeft geen bemesting, draagt bij aan een veel rijker bodemleven dan gras en trekt ook bovengronds andere insecten aan dan gras.

Bovendien blijkt uit de ontheffingsverlening dat de uitgekeerde schadebedragen voor overzomerende ganzen in Zuid-Holland in de periode 2003 t/m 2006 in totaal € 29.781,-- voor graslandschade en € 56.636,-- voor akkerbouwgewasschade bedroegen. Op de totale begroting van de provincie Zuid-Holland zijn dat zeer kleine bedragen. De PvdD pleit er dan ook voor om boeren die aantoonbaar schade hebben geleden van de ganzen, ook in de toekomst schadeloos te blijven stellen.

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief