Partij voor de Dieren: levens gezonde geiten sparen


14 december 2009

Den Haag, 15 december 2009 – De Partij voor de Dieren in Zuid-Holland vindt dat Gedeputeerde Staten zich er bij het Rijk sterk voor moeten maken geiten individueel te laten testen op Q-koorts. Dat kan de levens van duizenden gezonde geiten sparen. Ook wil de Partij voor de Dieren dat eventuele besmettingshaarden onder de 417 geitenbedrijven in Zuid-Holland bekend worden gemaakt en dat er een onmiddellijk fokverbod van geiten komt. De partij zal hierop aandringen tijdens de vergadering van Provinciale Staten, komende woensdag.

Vanwege de Q-koortsepidemie onder geiten heeft de regering besloten drachtige geiten te ruimen. Het gaat daarbij waarschijnlijk om tienduizenden geiten. De Q-koorts komt vooral voor in de provincies Noord-Brabant en Gelderland, omdat daar de meeste geitenhouderijen zijn gevestigd. Zuid-Holland telt volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek 417 geitenbedrijven. De dieren daar lopen dus eveneens het risico te worden gedood, ook als ze zelf geen Q-koorts hebben.

De Partij voor de Dieren in Zuid-Holland (PvdD) zal daarom in een spoeddebat tijdens de vergadering van Provinciale Staten op 16 december Gedeputeerde Staten vragen om maatregelen die massaslachting onder de geiten moeten voorkomen. De partij wil dat alle geiten individueel worden getest op Q-koorts. Daarmee kunnen de levens van gezonde dieren worden gespaard. Gedeputeerde Staten zouden daarom de rijksoverheid moeten oproepen alles in het werk te stellen om ruimingen van gezonde dieren tegen te gaan.

Verder constateert de PvdD dat de exacte locaties van de besmette geitenhouderijen tot nu toe niet bekend zijn gemaakt. Dit terwijl er duizenden mensen (ernstig) ziek zijn geworden van de Q-koorts en er al minimaal zes mensen aan zijn overleden. De besmette geitenhouderijen vormen dus een groot gevaar voor de gezondheid van omwonenden en recreanten. De provincie moet daarom de locaties van de besmettingshaarden bekend maken en voorlichting geven over de gezondheidsrisico’s, stelt de PvdD.

Ook wijst de PvdD erop dat abortussen en vroeggeboorten bij geiten de belangrijkste veroorzaker zijn van het verspreiden van de Q-koortsbacterie. Alleen ruimen van de zieke dieren heeft daarom geen zin, ook al omdat de bacterie zeer lang kan overleven en daarom een voortdurende bron van besmetting blijft. De PvdD dringt er daarom bij Gedeputeerde Staten per motie op aan om zich in de richting van de rijksoverheid sterk te maken voor een fokverbod op geitenhouderijen. Om dezelfde reden zouden er in Zuid-Holland geen nieuwe geitenhouderijen bij moeten komen en zouden bestaande bedrijven niet mogen uitbreiden.

PvdD-Statenlid Carla van Viegen: ‘Het zijn niet de geiten zelf, laat staan de drachtige dieren die de oorzaak zijn van de Q-koortsepidemie. Het is de manier waaróp zij worden gehouden die ten grondslag ligt aan de epidemie. Te veel dieren bij elkaar, slechte leefomstandigheden en een hoog antibioticagebruik zorgen voor een lage weerstand en een hoog besmettingsrisico. Het ruimen van de dieren lijkt dan ook eerder een symbolisch offer dan een rationele maatregel om de bedreiging voor de volksgezondheid weg te nemen’.

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief