Bijdrage 8e partiële herziening streekplan Zuid-Holland West 2003 Rijn­Gou­weLijn Oost


29 juni 2008

De voorgestelde wijzigingen hebben tot gevolg dat het onomkeerbaar wordt dat de RGL door de binnenstad van Leiden gaat lopen. Dit is voor mijn fractie een groot struikelblok, omdat bij het referendum van 7 maart 2007 een meerderheid van bijna 70% van de opgekomen Leidse kiezers zich tegen aanleg van de RGL door Leiden heeft uitgesproken.

Bij de thans voorgestelde streekplanwijziging wordt apart de interim-overeenkomst Hoofdlijnen Bestuursovereenkomst II Zuid-Holland besproken in deze statenvergadering. Daarin is het tracé door Leiden tot in detail aangegeven. Desondanks hebben Gedeputeerde Staten te kennen gegeven dat het hierbij niet om een concrete beleidsbeslissing zou gaan. Het gevolg daarvan is dat tegen de vaststelling van de voorgestelde streekplanwijziging geen beroep mogelijk is. Mijn fractie acht dit onjuist, omdat door Provinciale Staten in de oorspronkelijke tekst van het Streekplan is aangegeven (p. 10, par. 1.2) dat een concrete beleidsbeslissing een afgewogen beslissing over een ruimtelijke ingreep of ontwikkeling is, die betrekking heeft op een concreet aangewezen gebied. Hiervan is in dit geval toch zeker sprake.

Inmiddels zijn ook de prognoses voor de vervoerwaarde van de lijn verder verslechterd: werd in oktober 2007 nog gerekend op 161 miljoen reizigerskilometers in 2020, volgens de onlangs uitgebrachte MER ten behoeve de RGL-west zou het aantal reizigerskilometers in 2020 nog slechts 125 miljoen bedragen.

De nadruk in de streekplanwijziging wordt nu gelegd op de aanleg van de RGL. Dit moet hoe dan ook doorgaan en is een doel op zich geworden. Versterking van het OV in bredere zin wordt hierbij onvoldoende in ogenschouw genomen. De ontwikkeling van het Zuidvleugelnet en station Merenwijk worden niet meer genoemd en uitbreiding via bestaande rails wordt niet nader uitgewerkt. Zoals de optie van een lighttrain verbinding via het bestaande spoor tussen Gouda en Leiden Centraal, met een directe overstap naar een OV verbinding met Katwijk/Noordwijk.

Zoals GS eerder hebben aangegeven bood dit concept goede mogelijkheden om de OV ambities grotendeels te realiseren, zouden er kosten worden bespaard, en bood dit lighttrainconcept ‘alle kansen om te komen tot een voortvarende implementatie’. Een dergelijke lighttrain past in het Stedenbaanconcept, maar houdt ook de optie van intensivering van de treinverbinding Leiden-Utrecht open. Ook om die reden vind ik het op zijn minst opmerkelijk dat bij de voorgestelde herziening niet langer het Zuidvleugelnet met regionale OV-diensten op bestaand spoor in het Streekplan wordt genoemd.
De RGL Oost wordt nu centraal gesteld in nieuwe ruimtelijke OV ontwikkelingen, die niet nader omschreven worden.

Verder wordt in de streekplanwijziging gesteld dat een milieu-effect rapportage (MER) niet nodig is, omdat er geen sprake is van een “gevoelig gebied”. Onder punt e. van het Besluit MER (1994) valt echter te lezen, dat onder “gevoelig gebied” ook wordt verstaan: monumenten, zoals gedefinieerd in de Monumentenwet van 1988. Bovendien is Nederland gebonden aan de Strategische Milieu Beoordeling (SMB), waarin de bescherming van historisch erfgoed verdergaand geregeld wordt. GS heeft naar de mening van mijn fractie onvoldoende onderbouwd waarom er geen MER nodig is.

Dat GS nu de realisatie van een ononderbroken verbinding willen verdelen over twee verschillende partiële streekplanwijzigingen kan m.i. verklaard worden uit de behoefte de MER verplichting voor het oostelijk deel te ontlopen alsmede oost definitief los te koppelen van west. Naar de mening van mijn fractie dient er wel degelijk een MER te worden uitgevoerd. Kan de gedeputeerde mij goed gefundeerd aangeven of zij alsnog bereid is wel een MER te laten uitvoeren?

In de Nota van Beantwoording en wijziging worden diverse bezwaren door diverse instanties en personen naar voren gebracht. GS wimpelen alle bezwaren wel heel erg gemakkelijk af.

Een voorbeeld:

De volgende zienswijze van de Vereniging Pancras West: “Het besluit is financieel onvoldoende onderbouwd. De door de Randstedelijke Rekenkamer gemaakte behartigenswaardige opmerkingen (noot: waar wij ook als fractie volledig achter staan) over de directe financiële consequenties zijn ten onrechte genegeerd. Ten onrechte heeft er geen financiële vertaling plaatsgevonden van de te verwachten gezondheidsschade, reistijdverlies en het lagere aantal reizigers (en daarmee exploitatieverlies voor het OV in de regio) in samenhang met het migratiesaldo nul voor het Groene Hart.”

De reactie van GS is: “De herziening maakt het aanleggen van het onderhavige deel van de RGL-Oost over het Breestraattraject mogelijk, maar verplicht niet tot de realisering ervan. Het uieindelijk op te stellen bestemmings-/inpassingsplan zal van een goede financiële onderbouwing voorzien moeten worden.”

Deze reactie getuigt m.i. van een beleid van ‘’kop in het zand steken en gewoon doorgaan.’ We zien later wel hoe we de problemen oplossen, terwijl het hier om fundamentele belangrijke zaken gaan, die betrokken moeten worden bij deze besluitvorming. En dit is nog maar één voorbeeld, waar ik het bij zal laten.

Bovenstaande argumenten vormen voor mijn fractie de basis om tegen de streekplanherziening te stemmen.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer