Bijdrage Rijn­land­route


29 juni 2008

De hamvraag voor onze fractie is of de RijnlandRoute überhaupt wel aangelegd zou moeten worden. Verschillende andere rapporten suggereren dat het aanpassen van de bestaande wegen beter is.
Nut en noodzaak van de RijnlandRoute zijn wat mijn fractie betreft onvoldoende aangetoond.
Eerst iets over de effecten van de aanleg van de Rijnlandroute.
De variant via het A11/N11-tracé doorsnijdt een cultuurhistorisch waardevol weidevogelgebied, komt vlak langs de Leidse wijk de Stevenshof te lopen, doorsnijdt Voorschoten, tast het landgoed Berbice aan en maakt de sloop van tientallen woningen en bedrijven nodig. Dit, terwijl is aangetoond dat de bestaande oostwestroute (Lelylaan/Churchilllaan) er niet door wordt ontlast. Realisatie van het project vormt hierdoor een aanslag op de leefbaarheid, aantrekkelijkheid én luchtkwaliteit van de regio waar al deze aspecten reeds onder druk staan. Deze nadelen van de nieuwe infrastructuur zijn van belang op de kwaliteit van de leefomgeving en klimaatverandering. Momenteel moet ik helaas vaststellen dat het aan zorgvuldigheid wat betreft de aanleg van deze weg ontbreekt. Nut en noodzaak van deze weg is niet aangetoond. De hiertoe herhaaldelijk aangehaalde 'verkennende' studie’ heeft dit geenszins op deugdelijke wijze aangetoond. Tevens is genoemde studie nog nooit openbaar besproken. Ik onderschrijf hiertoe van harte de inhoudelijke en verkeerskundige argumenten die naar voren zijn gebracht door de Stichting Behoud Stad, Natuur en Landschap Rijnland.
Onze fractie dringt er daarom op aan dat, zolang zelfs de verkeerskundige noodzaak van de
RijnlandRoute niet is vastgesteld, het in feite zowel voorbarig als inefficiënt is aan te vangen met een 'Maatschappelijke Kosten Baten Analyse (MKBA)'. Toch is dit wat nu door GS wordt voorgesteld. Een MKBA dient de afweging van verkeerskundige aspecten met overige maatschappelijke belangen.
Dan het advies van de Randstedelijke Rekenkamer na de herziening van de 1e MKBA. De provincie heeft volgens de Rekenkamer nog steeds niet duidelijk gemaakt waarom de Rijnlandroute nodig is en vindt de zogenoemde MKBA-analyse, onvoldoende onderbouwd. De provincie moet daarom het huiswerk beter doen en het rapport, een belangrijk document in de besluitvorming, opnieuw opstellen.

Eerder kreeg de provincie het verwijt niet duidelijk te hebben gemaakt wat de gevolgen zijn, als alles bij het oude wordt gelaten, ook wel de nul-variant genoemd.
In de oorspronkelijke MKBA was er helemaal geen nul-variant opgenomen. GS zegt de aanbevelingen van de Rekenkamer te hebben opgevolgd door in de herziene versie wel een nul-variant op te nemen, maar de Rekenkamer is niet tevreden. De opgenomen nul-variant is een variant waarin helemaal geen verbeteringen aan de Churchilllaan worden gedaan. Volgens de Rekenkamer is dit in strijd met de richtlijnen voor dergelijke onderzoeken, waarin staat dat juist een verbeterde versie van de huidige situatie als nul-alternatief in het onderzoek moet worden opgenomen. GS heeft laten weten dat het opwaarderen van de Churchilllaan in een latere fase van het onderzoek wordt onderzocht, maar de Rekenkamer heeft GS nu wederom erop gewezen dat dit juist bij de MKBA moet gebeuren.
De PvdD is van mening dat GS de kritiek van de Randstedelijke Rekenkamer ter harte zal moeten nemen en zeker niet naast zich kan neerleggen. Even een paar belangrijke kritiekpunten van de rekenkamer op een rij:
De beschrijving van de effecten op de leefomgeving voldoet nog steeds niet aan minimale kwaliteitseisen.
Omdat het voorkeursalternatief er op deze manier veel te voordelig uitkomt, vindt de Rekenkamer het "onwenselijk" het nul- en nulplusalternatief pas in de mer-fase te onderzoeken.
De Rekenkamer adviseert de ‘herziene’ MKBA niet vast te stellen; pas over een voorkeursalternatief te besluiten als het nul(plus)alternatief goed is uitgewerkt en GS opnieuw om een herziene MKBA te vragen die wel voldoet aan de richtlijnen.
De gehanteerde uitgangspunten over bevolking en werkgelegenheid, over de groei van het autoverkeer en het aandeel van het openbaar vervoer en het langzaam verkeer in de verplaatsingen zijn irreëel en moeten worden aangepast
De kosten van het voorkeurstracé zijn nog steeds ernstig ònderschat.
De Partij voor de Dieren is daarnaast met de Stichting Behoud Stad, Natuur en Landschap Rijnland van mening dat nu eindelijk ook wordt onderzocht in hoeverre de verbetering van de bestaande N206-route (Tjalmaweg/Lelylaan/Churchilllaan/Europaweg) niet een veel snellere, goedkopere en betere oplossing van de verkeersproblemen oplevert dan de aanleg van de RijnlandRoute. Een meer ingrijpende verbetering van de bestaande route (het zogenaamde ‘nulplusalternatief’) is in de ‘herziene’ kosten-batenanalyse helemaal niet uitgewerkt, hoewel daar van verschillende kanten om is gevraagd en de Randstedelijke Rekenkamer dus niet begreep waarom dat al niet gebeurd wàs. GS is echter van mening dat een verbetering van de bestaande route later maar onderzocht moet worden. Maar dat is de omgekeerde volgorde. Dan ga je namelijk éérst besluiten om (grotendeels op rijkskosten) een peperdure weg in kostbaar landschap aanleggen, een weg die langs het hele tracé veel schade doet, de problemen uiteindelijk niet oplost en dan ga je láter onderzoeken of die weg wel nodig is.
Mijn fractie is van mening dat eerst terdege moet worden onderzocht of de problemen niet veel goedkoper, sneller en zonder al die schade kunnen worden opgelost.
Daarom zal mijn fractie tegen het voorstel stemmen.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer