Bijdrage BE commissie Jaar­stukken 2019 en Concessie Qbuzz


13 mei 2020

Geachte voorzitter,

We hebben onze technische vragen schriftelijk gesteld. Mijn bijdrage voor deze commissievergadering betreft de politieke vragen die de jaarstukken bij ons oproepen.

Bijdrage Jaarstukken

Programma 2
We staan positief tegenover de maatregelen voor de stimulering van milieuvriendelijk vervoer. We volgen met interesse de aanschaf van 20 bussen op waterstof en de duurzaamheidsmaatregelen op N-wegen als de N470 en de N59, evenals de initiatieven op het gebied van verduurzaming van de mobiliteit, het goederenvervoer en de Europese initiatieven voor samenwerking op het gebied van transport.

Daarnaast waardeert onze fractie de inspanningen die het College treft om het openbaar vervoer te stimuleren, te verduurzamen, knelpunten op te lossen en het OV toegankelijk en betaalbaar te houden voor de gebruikers.

Op pagina 62 wordt het overleg in de Omgevingsraad Schiphol aangehaald. Provincie Zuid-Holland is één van de deelnemende partijen hierin. Dit heeft Gedeputeerde ook al in een eerdere commissievergadering aangegeven. Ik denk dan met name aan de uitstoot van CO2 boven Zuid-Holland en de geluidhinder die het luchtvaartverkeer boven Schiphol veroorzaakt voor de inwoners. De geluidsoverlast boven de aanvliegroutes in de noordelijke woonplaatsen is enorm toegenomen. In het rapport ‘(On)gehoorde geluidsschade van Schiphol’ van de stichting OZG (Oegstgeest Zonder Geluidhinder) uit 2019, wordt onder andere aangegeven dat er overwegend laag wordt aangevlogen voor landingen op Schiphol, waarvan een groot deel van de vliegtuigen zelfs bijzonder laag vliegt, namelijk rond de minimaal toegestane hoogte van 600 meter. Dit gebeurt ook boven gebieden die op grote afstand (>20 km) van Schiphol liggen. Deze rustverstoring is onnodig. Het overleg in de Omgevingsraad Schiphol heeft in 2019 niet geleid tot een akkoord over de toekomstontwikkeling. Wij zijn benieuwd naar de inbreng van het College hierin. Kan Gedeputeerde aangeven hoe zij het belang van de provincie heeft verwoord in de Omgevingsraad Schiphol in de afgelopen periode? Wordt er binnenkort een akkoord verwacht en zo nee, kunt u aangeven waarom niet?

Programma 3.2
We zijn positief over de bijdrage voor de leerstoel geothermie voor het geothermieprogramma op de TU Delft. In de omschakeling van het gebruik van fossiele naar het gebruik van groene, duurzame bronnen is onderzoek naar geothermie van belang.

Ten aanzien van de maatregelen van doel 3.2, een schone en toekomstbestendige energie, wordt aangegeven dat vier van de zeven effectindicatoren, te weten 3.2.a, b, d en e, achter blijven op de gestelde doelen. Het betreft het aandeel van duurzame energie in Zuid-Holland, de totale productie van hernieuwbare energie, de absolute energiebesparing ten opzichte van 1990 én de CO2-uitstoot door energie-efficiëntie, besparing en transitie ten opzichte van 1990. We waarderen de inspanningen van het college op het gebied van de energietransitie, maar stellen hierbij vragen. Hoe komt het dat het aandeel duurzame energie achterblijft op de planning? Waarom is er geen rekening gehouden met het beheer en onderhoud van de wind- en zonne-energie parken, waardoor de opbrengst daarvan achter blijft? Waarom levert het energiegebruik een negatieve besparing op, ondanks de implementatie van energie-efficiënte maatregelen? Energie die je niet gebruikt, hoef je immers ook niet op te wekken. Waarom is er, ondanks de getroffen maatregelen, geen daling te constateren van CO2 uitstoot? En als laatste een belangrijke constatering: de industrie, inclusief elektriciteitscentrales, neemt een steeds groter aandeel CO2 uitstoot voor zijn rekening van de totale uitstoot! Dit is een zeer zorgwekkende ontwikkeling! De vraag die wij hebben aan Gedeputeerde is daarom: wat gaat de Gedeputeerde voor maatregelen treffen om de achterstand in te halen om ervoor te zorgen dat de doelstellingen voor de energietransitie op tijd worden gehaald?

In de beschrijving van de prestaties over de provinciale bijdrage aan het Warmteparticipatiefonds op pagina 86 wordt aangegeven dat er ‘onder voorbehoud’ een positief besluit is genomen over de uitbreiding van de warmtevoorziening. Het totaal toegezegde en verstrekte kapitaal door de provincie bedraagt nu inmiddels €137,5 miljoen. Voorzitter, wat een hoog bedrag is dit inmiddels. De risicoreservering van 25% hiervoor wordt over een aantal jaren verspreid opgebouwd, maar hoe kan Gedeputeerde het risico voor de provincie over zo’n groot bedrag nog verantwoorden? Graag horen wij hierover een reactie van Gedeputeerde.

Bijdrage DMG concessie/ Qbuzz

Artikel 20 van de Wet Personenvervoer 2000 bepaalt dat GS bevoegd is tot het verlenen, wijzigen of intrekken van concessies voor openbaar vervoer, behalve per trein, en in het geval van de DMG-concessie valt de Merwede-Lingelijn ook onder de concessie. Uit de gebeurtenissen in het afgelopen jaar blijkt dat de kwaliteit van het openbaar vervoer en de invulling van de concessie door de private partij op gespannen voet kan staan met de rol van de provincie als concessieverlener (en in het bijzonder de rol van Provinciale Staten als controlerend orgaan van Gedeputeerde Staten).

Milieuvriendelijk, toegankelijk en betaalbaar openbaar vervoer is belangrijk. Het openbaar vervoer moet zowel op korte als op lange afstand een alternatief kunnen bieden voor transportmiddelen als vliegtuig en auto. De betaalbaarheid en toegankelijkheid van het openbaar vervoer voor de gebruikers en de duurzaamheid en toekomstbestendigheid moeten hierbij prioriteit krijgen.

Partij voor de Dieren onderschrijft de conclusies uit het rapport van Twynstra Gudde. We beoordelen het als positief dat de oplossing gezocht wordt naar meer samenwerking tussen de verschillende partijen. We vinden het positief dat het proces is geëvalueerd. Vervolgens is het aan de provincie om hier iets mee te doen: om de ‘lessons learnt’ mee te nemen naar de toekomstige concessie verleningen en om de kwaliteit van het ov aanbod te verbeteren. Hierin hebben alle actoren een rol, ook de provincie. ‘Lessons learnt’ waar onze fractie belang aan hecht zijn:

  1. Duidelijk geformuleerde beoordelingscriteria voor de concessieverlening;
  2. De aansluitingen van de dienstregeling, daar waren in de DMG concessie veel problemen mee;
  3. Eisen van het OV duidelijk opnemen in het Programma van Eisen (vanuit ons politieke standpunt gezien met name de eisen ten aanzien van duurzaamheid en toegankelijkheid).

Het hele proces laat zien dat meer duidelijkheid nodig is voordat er een concessie wordt verleend, en dat er maar beperkte ruimte is om bij te sturen lopende in het proces. We vragen ons af of de huidige manier van concessieverlening wel voldoende handvatten biedt voor een hoogwaardig OV.

In de brief geeft GS aan dat de resultaten van de quick-scan naar de ontwikkelopties voor de Merwede-Lingelijn voor de korte en lange termijn na bespreking in de stuurgroep over de DMG-concessie worden gedeeld met Provinciale Staten. Kunt u aangeven op welke termijn we die quick-scan kunnen ontvangen?