Bijdrage RWE commissie Jaar­stukken 2019 en Project Valkenburg


13 mei 2020

Jaarstukken 2019 programma 3.1, 3.3, 3.4 en 3.5

Wat ons opvalt aan programma 3 ‘Aantrekkelijk en concurrerend’, is dat de provincie zich hard maakt voor het behoud en de uitbreiding van de internationale positie die greenports hebben. Is deze globaliseringswens nog wel houdbaar, nu we hebben gezien wat voor effecten de recente gebeurtenissen en de corona-maatregelen hebben op onze economie? Is het niet beter om naar een regionale economie toe te werken? De Partij voor de Dieren wil dat er wordt gestreefd naar een maak- en hersteleconomie in plaats van het streven naar globalisering.

Wij stellen ons daarom de vraag, of de globalisering als doelstelling wenselijk is voor de economie van Zuid-Holland. Dit streven past niet goed in de doelstelling van de circulaire economie.

Ons uitgangspunt is, dat er beter geïnvesteerd kan worden naar de verduurzaming van het productieproces en de producten zelf. Veel meer producten moeten hersteld worden of een nieuwe bestemming krijgen. De PvdD wil dat de aandacht wordt verlegd naar duurzame productie voor de regionale markt. Dit past in de transitie naar een circulaire economie en is in het belang van het bestaansrecht van bedrijven in Zuid-Holland. Is Gedeputeerde het met ons eens dat we in Zuid-Holland meer naar een regionale circulaire economie toe moeten werken? Hoe denkt Gedeputeerde hierover?

Hetzelfde streven naar globalisering komt ook naar voren in de beschrijving van het Innovation Quarter. Wat wij wel positief beoordelen over het Innovation Quarter, is de bijdrage die het Quarter biedt aan de oplossing van maatschappelijke vraagstukken over onder meer voeding, gezondheid, energie en veiligheid.

Wij kunnen niet achter RegMED XB programma en de financiële bijdrages voor bio-science parcs en de campusregeling staan: in de statenvergadering heeft Partij voor de Dieren al aangegeven dat we niet willen dat de provincie een financiële bijdrage levert aan het uitvoeren van dierproeven, direct dan wel indirect.

In de beschrijving van de prestaties over de provinciale bijdrage aan het Warmteparticipatiefonds op pagina 86 wordt aangegeven dat er ‘onder voorbehoud’ een positief besluit is genomen over de uitbreiding van de warmtevoorziening. De gemeenteraad van Den Haag heeft zich vorig jaar kritisch uitgelaten over het tracé van Leiding door het Midden. De deelname van de provincie aan dit fonds is verhoogd met €25 miljoen voor overige projecten. Daarnaast is een verhoging toegezegd (voorwaardelijk) van €47,5 miljoen voor de Leiding over Oost. Het totaal toegezegde en verstrekte kapitaal door de provincie bedraagt nu in €137,5 miljoen. Voorzitter, wat een hoog bedrag is dit inmiddels. De risicoreservering hiervoor wordt over een aantal jaren verspreid opgebouwd, maar hoe kan Gedeputeerde het risico voor de provincie over zo’n groot bedrag verantwoorden? Graag horen wij hierover een toelichting van de Gedeputeerde.

Voorzitter, ik sluit mijn bijdrage af met waardering over de manier waarop in het Rivium in Capelle aan den IJssel wordt gewerkt aan de herstructurering van kantoorpanden naar woningen en over de mooie score voor de huisvesting van statenhouders. Daarnaast lezen we dat het leegstandspercentage van kantoren is teruggelopen. Ook op gebied van cultureel erfgoed lezen we goede resultaten in de effectindicatoren. We zijn blij met deze behaalde resultaten. Tot zover.

Beleidsmatige aanpassing verhoging aantal woningen Woningbouwlocatie Valkenburg

Partij voor de Dieren wil bij de bespreking van de verhoging van het aantal woningen op woningbouwlocatie Valkenburg met 600 woningen nogmaals de nadruk leggen op het belang van de functie van ecologische verbinding in deze Groene Zone. In de planvorming onder deze nieuwe situatie moet deze functie in de Groene Zone strook van 700 meter in stand blijven. Gedeputeerde, kunt u dit bevestigen?

De realisatie van de woonwijk Valkenburg veroorzaakt negatieve gevolgen voor de directe leefomgeving: een toenemende verkeersdruk, een toename van de luchtverontreiniging en uitstoot van fijnstof mede gezien de huidige stikstofproblematiek. Deze extra belasting van 600 woningen legt ook een druk op ecologische kwaliteit en de biodiversiteit in de Groene Zone en de nabijgelegen natuurgebieden. Deze verhoogde opgave, en de tijdsdruk voor het realiseren ervan, mogen de procedures en noodzakelijke onderzoeken ter bescherming van de natuur niet frustreren. Dit wordt ook terecht aangegeven in het statenvoorstel.

Het streven van GS naar gelijkheid in het woningaanbod steunen we van harte. We hopen dan ook dat de 600 extra woningen worden gerealiseerd voor de doelgroepen in het lagere segment. We vinden het belangrijk dat er niet enkel wordt ingezet op de bouw van eengezinswoningen, maar op meer woningen voor starters, ouderen, sociale woningbouw, één- en tweepersoons huishoudens en eventueel ook duurzame tiny houses. Kan Gedeputeerde de toezegging doen dat zij zich hiervoor zal inzetten?