Bijdrage BE commissie Uitvoe­rings­pro­gramma Verkeers­vei­ligheid 2021-2030 en Tran­si­tieplan OV


12 mei 2021

Uitvoeringsprogramma Verkeersveiligheid 2021-2030

Nul verkeersslachtoffers is een mooi streven. Daar is niemand tegen. Maar is het haalbaar? Moeten we niet bereid zijn ook minder populaire maatregelen te nemen? In het uitvoeringsprogramma verkeersveiligheid is te lezen dat op gevaarlijke 50km-wegen in gemeenten, de maximumsnelheid wordt verlaagd naar 30km/h. We zien graag dat er ook wordt ingezet op een verlaging van de maximumsnelheid van 80 km naar 60 km op provinciale wegen waar relatief veel ongelukken plaatsvinden. Ziet de gedeputeerde dat ook als optie?

Als we in 2050 nul verkeersdoden willen hebben, moet de doelstelling voor 2030 dan ook niet scherper? Nu is de ambitie een daling tot ‘liefst’ 15% t.o.v. 2018. Hoe gaan we dan 100% daling halen in 2050?

Partners verwachten meer leiderschap van de provincie. De provincie heeft ook de ambitie om meer regie te voeren. In de uitvoeringsagenda is te lezen dat “Dat kan onder meer door partijen structureel samen te brengen, te stimuleren en zo nodig aan te spreken op hun beleid, programma’s en prestaties op het vlak van veilig verkeer.” Maar wat gaat de provincie nou daadwerkelijk doen om de regie te nemen?

Tot slot: voor het veilig inrichten van de provinciale wegen zijn we geen voorstander van bomenkap als maatregel. Maar nog belangrijker: wij vinden niet-menselijke dieren ook belangrijke slachtoffers. Wat doet de provincie actief om het aantal dierlijke slachtoffers terug te dringen?

Statenvoorstel transitieplan openbaar vervoer

De PvdD deelt de zorg van de gezamenlijke ROCOVs over dat bestaande lijnen mogen worden opgeheven als er een volwaardig alternatief is. Wanneer is er sprake van een volwaardig alternatief? Ziet de gedeputeerde er iets in om hier concrete eisen voor op te stellen? Stel dat je afhankelijk van ov bent in landelijk gebied en lijnen worden opgeheven, wat dan?

Wat betreft duurzaamheid: vervoerders kunnen bij provincie een aanvraag doen voor een lening/garantstelling om hun materieel te verduurzamen en daardoor hun kosten te reduceren. Kunnen we niet nadenken over een andere manier van verduurzaming stimuleren dan een lening? Leningen en dus schulden moeten we als overheid niet propageren vindt de PvdD. Is nu niet een goede gelegenheid vervoerders het financieel zeer aantrekkelijk te maken om te verduurzamen? Daarmee komen we ook tegemoet aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de provincie.

Over het punt “Marketing en communicatie om reizigers terug te winnen voor het OV”: kan de provincie naast het ‘terugwinnen’ ook inzetten op (het winnen van) ‘nieuwe’ OV-reizigers? Er wordt ingezet op gedragsbeïnvloeding, waarom de doelgroep niet vergroten als we meer mensen in het OV willen hebben?

Tot slot een aantal citaten uit het transitieplan en bijbehorend een aantal vragen:

‘Tegelijkertijd is het belangrijk dat iedereen, die zelfstandig kan reizen, gebruik kan maken van het OV. Voor reizigers die niet zelfstandig kunnen reizen zijn andere systemen beschikbaar, zoals doelgroepenvervoer’ - Vraag: in hoeverre is een inclusief OV-netwerk prioriteit (ook met het oog op mogelijke bezuinigingen)?

‘De provincie Friesland heeft bij het aangaan van (overbrugging-)concessies afgedwongen bij de vervoerder dat provincie Friesland met een accountant mag meekijken bij de exploitatie en uitgaven van de vervoerder’ - Vraag: hoe kijkt de Provincie tegen dergelijke (afgedwongen) financiële transparantie aan?

Noord-Brabant pleit voor een aanpak waarin fiscaliteit op OV gebruik wordt verbeterd ten opzichte van dat van de auto. Hoe kijkt onze provincie daar tegenaan?

Willem Vermaat
Fractievolger Partij voor de Dieren
Provinciale Staten Zuid-Holland