Bijdrage Beleidsplan Regionale Lucht­vaart 2008-2020


14 december 2008

Ter bespreking is het Beleidsplan Regionale Luchtvaart 2009 2020.
De titel van mijn bijdrage luidt: “Vluchten kan niet meer. Ik zou niet weten hoe!”

Er vallen mij een paar zaken op:
Het beleidsplan van de provincie reikt niet verder dan de regionale luchthavens, waarbij Rotterdam Airport onder rijksverantwoordelijkheid valt. De vliegroutes staan hier zeer expliciet niet in genoemd. Deze vallen niet onder de verantwoordelijkheid en mandaat van de provincie, maar van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Door deze twee zaken, vliegvelden en vliegroutes, bij verschillende overheden neer te leggen, ontstaat de absurde situatie dat er vliegvelden gepland kunnen worden zonder dat er nagedacht is over vliegroutes en andersom.
De geluidsnorm die in de wet wordt gebruikt is dezelfde als die voor snelwegen. Vliegtuigen en met name helikopters geven echter veel meer hinder dan snelwegverkeer. De bevolking wordt zo volstrekt onvoldoende beschermd tegen herrie van kleine luchthavens en helihavens.
Bovendien worden omwonenden door de wet buitenspel gezet. De beroepsmogelijkheden in de wet komen – ondanks grote bezwaren van de Raad van State hiertegen - namelijk te vervallen. Anders dan tegen een lawaaiig bedrijf kunnen burgers geen beroep instellen bij de Raad van State als een vliegveld wordt uitgebreid of een helikopterhaven wordt aangelegd. Reden te meer voor de provincie om extra zorgvuldigheid te betrachten bij de vergunningverlening.

De provincie Zuid-Holland heeft op 28 november jl. een persbericht eruit gedaan met de mededeling dat zij niet gaat over de luchthaven Rotterdam Airport. Ik citeer:
“Het Rotterdams Dagblad heeft vrijdag 28 november twee artikelen gepubliceerd over de toekomst van Rotterdam Airport met als kop “Vliegveld twee keer zo druk” en “Airport in nopjes met extra vluchten”. De artikelen wekken de indruk dat de provincie het mogelijk maakt dat Rotterdam Airport in de toekomst het aantal vluchten kan verdubbelen. Dit is niet zo”. De provincie geeft aan er niet over gaat, maar het Rijk, omdat Rotterdam Airport wordt aangemerkt als nationale luchthaven. Daarom verbaast het mij dat er 10 pagina’s in het beleidsplan aan worden gewijd. Kan de gedeputeerde mij hier antwoord op geven waarom dit zo is, terwijl zij er niet over gaat.?
Verder staat in het beleidsplan: “In de omgeving van stiltegebieden zal de provincie zeer terughoudend omgaan met het verlenen van ontheffingen en afgeven van luchthavenregelingen. In afwachting van het stiltebeleid dat wordt ontwikkeld worden binnen een straal van 1000 meter van een stiltegebied geen ontwikkelingen toegestaan.”
Stiltegebieden en andere belangrijke gebieden voor de geluidgevoelige flora en fauna naar mijn mening gevrijwaard te worden van kleine luchtvaart en – zoveel mogelijk – ook van zakelijk en civiel vliegverkeer. Wandelaars en fietsers hebben steeds geringere mogelijkheden voor om ongestoord te genieten van natuurgeluiden en echte stilte. Bijna overal in Zuid-Holland, wordt de stilte in wel een kwart van de tijd verstoord door vliegtuigen en helikopters.

Mijn fractie ondersteunt de inspreekbijdrage van de heer Sjerp Noorda van het bewonersplatform “Stop de heliherrie” om geen vergunningen te verlenen aan commerciële helihavens vanuit het oogpunt van milieubescherming.

Alhoewel de provincie terughoudend is in haar vergunningenbeleid in stiltegebieden gaat dit mijn fractie niet ver genoeg. Overal in Zuid-Holland moet het vergunningenbeleid zeer terughoudend zijn en gericht zijn op minder vliegbewegingen, met uitzondering van levensreddende vluchten en vluchten in verband met milieuhandhaving vanuit de lucht. Verder zou een uitzondering gemaakt kunnen worden voor de zweefvliegsport vanwege de geringe milieubelasting en geen geluidsoverlast.
Naast geluidshinder heeft vliegverkeer nog veel meer nadelige effecten op het milieu. Het draagt onder andere bij aan de zure regen door het ontstaan van stikstofoxide en ozon op leefniveau, is mede veroorzaker van het broeikaseffect door uitstoot van CO2 en stikstofoxide, en er wordt daarnaast ook nog eens bijgedragen aan de afbraak van de ozonlaag in de hogere luchtlagen. Het motto hierbij is: “Vluchten kan niet meer. Ik zou niet weten hoe.” De inzet zal wat mijn fractie betreft gericht moeten zijn op minder vluchten en een ontmoedigingsbeleid voor de regionale luchtvaart. Daarom gaat dit beleidsplan mijn fractie niet ver genoeg en zal ik tegen dit voorstel stemmen.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer