Bijdrage inpas­singsplan Rijn­land­route 10 december 2008


14 december 2008

Ter bespreking is de Startnotitie MER Rijnlandroute. In het ontwerpbesluit wordt aangegeven kennis te nemen van deze startnotitie en in te stemmen met het voornemen tot het opstellen van een inpassingsplan door GS voor het project Rijnlandroute.
Eerst iets over de effecten van de aanleg van de Rijnlandroute en een inpassingsplan hiervoor.
De variant via het A11/N11-tracé doorsnijdt een cultuurhistorisch waardevol weidevogelgebied langs de Stevenshof/Papewegsepolder. Dit betreft tevens het grootste beschermde dorpsgezicht van Nederland! In de Oostvlietpolder gaat de Rijnlandroute door een weidevogelreservaatgebied (gedeeltelijk tunnel) nota bene als compensatie voor bedrijventerrein. Ook dit gebied wordt nu dus weer aangetast!
Tussen de Stevenshof en de Maaldrift is (in de Provinciale EHS) een ecologische verbindingszone gepland. Zoals de Rijnlandroute nu wordt gepland wordt deze verbindingszone nagenoeg onmogelijk gemaakt.

De Rijnlandroute komt vlak langs de Leidse wijk de Stevenshof te lopen op maaiveldniveau wat enorme geluidshinder en ook luchtvervuiling betekent voor de bewoners aldaar. Het tracé doorsnijdt Voorschoten. Er is nog geen overeenstemming tussen Leiden en Voorschoten over de route aldaar. Verder tast de route het landgoed Berbice aan en maakt de sloop van tientallen woningen en bedrijven nodig. Dit, terwijl is aangetoond dat de bestaande Oostwestroute (Lelylaan/Churchilllaan/Europaweg) er niet door wordt ontlast. Realisatie van het project vormt hierdoor een aanslag op de leefbaarheid, aantrekkelijkheid én luchtkwaliteit van de regio waar al deze aspecten nu al onder druk staan.

Deze nadelen van de nieuwe infrastructuur zijn van belang op de kwaliteit van de leefomgeving en klimaatverandering.

Dan wil ik u nog herinneren aan een aantal kritiekpunten van de Randstedelijke Rekenkamer, waar ook nu nog onvoldoende rekening mee is gehouden:
• De beschrijving van de effecten op de leefomgeving voldoet nog steeds niet aan minimale kwaliteitseisen;
• De gehanteerde uitgangspunten over bevolking en werkgelegenheid, over de groei van het autoverkeer en het aandeel van het openbaar vervoer en het langzaam .verkeer in de verplaatsingen zijn nog steeds irreëel en moeten worden aangepast.
• De kosten van het voorkeurstracé zijn nog steeds ernstig ònderschat.. Er zijn nog steeds geen concrete toezeggingen van het Rijk voor medefinanciering en mijn inschatting is dat die er ook niet zal komen zolang de kosten voor de Rijnlandroute nog niet echt bekend zijn.
Daarnaast is het heel belangrijk dat de effecten zo nauwkeurig mogelijk en in absolute grootheden worden beschreven op basis van recent veldonderzoek (en niet met plusjes en minnetjes op basis van verouderde gegevens, zoals tot nu toe).
In de MKBA is geconstateerd dat de meeste ritten korter zijn dan 10 km. Dit ondersteunt de argumentatie dat de Rijnlandroute helemaal niet nodig is. Reden temeer om juist in te zetten openbaar vervoer en fietspaden. De nut en noodzaak van deze weg is nog steeds niet aangetoond.
Ondanks dit alles wordt nu toch al ingezet op een inpassingsplan. Hiermee worden gemeenten buiten spel gezet. Door nu al te kiezen voor een inpassingsplan blijkt dat de provincie geen vertrouwen heeft in haar eigen vermogen gemeenten met kracht van argumenten te overtuigen en dus ook geen vertrouwen om er samen met gemeenten uit te komen. De provincie frustreert hiermee in een wel erg vroeg stadium de locale democratie.
Het bizarre aan het nu al kiezen voor een inpassingsplan is, dat de provincie er dus al op voorhand ongezien van uitgaat dat de RijnlandRoute in vergelijking met de alternatieven als beste uit de mer zal komen! Er zijn echter alternatieven waarbij je alleen met Leiden te maken hebt en het grensoverschrijdende dus niet aan de orde is en waar je om die reden dus ook geen inpassingsplan nodig hebt.
Mijn fractie is voorstander van gedegen onderzoek naar de verbetering van de bestaande N206. Dit lost de problemen daar wel op en spaart het landschap.
GS is echter van mening dat een verbetering van de bestaande route later maar onderzocht moet worden. Maar dat is de omgekeerde volgorde. Dan ga je namelijk éérst besluiten om (grotendeels op rijkskosten) een peperdure weg in kostbaar landschap aanleggen, een weg die langs het hele tracé veel schade doet, de problemen uiteindelijk niet oplost en dan ga je láter onderzoeken of die weg wel nodig is.
Samengevat: een inpassingsplan voor de Rijnlandroute gaat ten koste van het landschap en vele dieren die daar leven. Er wordt weer veel natuur en oorspronkelijk gebied beschadigd, wat we voorgoed toekomstige generaties ontnemen. Daarom zal mijn fractie niet instemmen met het voorstel.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer