Bijdrage BMM commissie Start­no­titie Inclu­si­viteit


17 februari 2021

De Partij voor de Dieren staat voor een samenleving waarin iedereen vrij kan leven, zolang die vrijheid niet ten koste gaat van anderen. Gelijke behandeling van iedereen is een grondrecht en een voorwaarde voor een samenleving waarin iedereen zich thuis voelt. Ongeacht onze etnische achtergrond, nationaliteit, sociale klasse, godsdienst, opvattingen, sekse, taal, seksuele oriëntatie, genderidentiteit, leeftijd, mentale en fysieke mogelijkheden en beperkingen en gezondheid zijn we gelijkwaardig. De overheid, en ook de provincie, moet discriminatie en uitsluiting krachtig bestrijden.

Helaas zijn vrijheid en gelijkwaardigheid niet vanzelfsprekend. Artikel 1 van de Grondwet – ‘iedereen is gelijk voor de wet’ - krijgt pas betekenis wanneer de overheid ernaar handelt. Dat is een eeuwenoude strijd, waarvan het bedroevend is dat die nog steeds gevoerd moet worden. De overheid laat steken vallen, en schuift het probleem op het bord van de burger. Een steeds grotere beweging legt tegelijkertijd bloot waar discriminatie en racisme geworteld zitten in onze samenleving. Dat moeten we onder ogen zien, en dat moeten we oplossen, de overheid voorop.

De Partij voor de Dieren staat voor een inclusieve samenleving waarin iedereen gelijkwaardig is, gelijke kansen krijgt en zich niet buitenspel voelt staan. Iedereen verdient gelijke kansen, en onze rechtsstaat is er om ervoor te zorgen dat alle burgers gelijk en eerlijk behandeld worden en om de samenleving te beschermen tegen andere belangen. De overheid moet de publieke belangen goed beschermen.

Als we naar de huidige situatie in de Verenigde Staten kijken zien we een steeds grotere divergentie tussen verschillende groepen, zij lopen steeds verder uiteen. In Nederland is dit nog niet in dezelfde mate het geval, maar lijken er ook tekenen te zijn van polarisatie in de samenleving. Om dit te voorkomen is een focus op inclusiviteit belangrijk. Maar wat precies wordt er bedoeld met inclusiviteit in het STUK?

Dat wordt mij niet geheel duidelijk uit de startnotitie. Inclusiviteit wordt gedefinieerd als een samenleving waarin voor iedereen aandacht is, iedereen telt en iedereen gelijke kansen moet hebben. Dat is een goed uitgangspunt. Dit is echter de breedst mogelijke definiëring van het begrip en verder in de startnotitie lijkt het dan ook onduidelijk wat we hiermee precies voor ogen hebben.

De startnotitie trapt af met het schetsen van zes groepen in de samenleving op basis van sociaal, economisch, cultureel en persoonlijk kapitaal. Hieruit blijkt dat met name de ‘onzekere werkenden’ en het ‘precariaat’ - die gezamenlijk uit negenentwintig procent van de bevolking bestaan - de groepen zijn die buiten de boot vallen. Deze lijken niet dezelfde kansen te hebben als de overige vier groepen. Zoals benoemd wordt in de startnotitie is de politieke participatie hier lager en ligt de politieke voorkeur meer aan de flanken van het spectrum. Uit het feit dat deze verdeling van sociale klassen wordt gemaakt maken we op dat deze lagere klassen meer aandacht zouden moeten krijgen en meer betrokken worden in het proces. Deze groepsverdeling komt echter in het vervolg van de startnotitie niet meer naar voren.

In het vervolg van de startnotitie wordt impliciet uitgegaan van een andere vorm van inclusiviteit. Dat betreft dan met name inclusiviteit op het gebied van gender, geaardheid en etniciteit. Dat is op zichzelf een goed streven maar door deze twee verschillende vormen van inclusiviteit door elkaar heen te gebruiken wordt het onduidelijk wat nu precies allemaal bedoeld wordt als we praten over inclusiviteit in deze zin.

De initiatieven voor goed openbaar vervoer, bereikbare natuur en cultuur zijn (vanzelfsprekend) goed. Het is belangrijk dat de goederen en diensten die vanuit de overheid verstrekt voor iedereen toegankelijk zijn.

In beginsel is het een goed voornemen, maar het lezen van de notitie geeft ons het gevoel dat het vooral in het leven is geroepen om een vinkje achter ‘inclusiviteit’ te kunnen zetten op de onderwerpenlijst. In de startnotitie zijn de noodzaak, het doel en de plannen niet duidelijk afgebakend. Inclusiviteit is een paraplubegrip, alles valt eronder. Het is daarom vooral belangrijk om voor praktische zaken duidelijk te specificeren wat de doelstelling is. Praten we met name over het stimuleren van toenemende participatie van minderheden in de samenleving of over een poging om met het invoeren van het provinciebeleid met iedereen rekening te houden? Het laatste geval lijkt me sowieso belangrijk. In dit geval sluit ik me aan bij de uitspraak van het COC, dat aangeeft dat ‘’inclusiviteit vergroten een lang proces is: we zijn er niet met het zetten van een handtekening. Het is een mindset die veranderd zal moeten worden en dit kost tijd.’’ Dat is wat inclusiviteit in de politieke besluitvorming voor mij zou moeten kenmerken: verandering van de mindset.

Wat ontbreekt is hoe er geprobeerd kan worden om echt in contact te komen met de mensen die buiten de boot vallen. Zoals beschreven in de analyse van het SCP bevinden de lagere sociale groepen zich op de flanken van het politieke spectrum. Belangrijk is om te voorkomen dat mensen daar niet geïsoleerd raken. We moeten niet alleen over deze mensen praten maar ook mét deze mensen praten. Daarnaast is het van groot belang om te praten met de mensen die zichzelf als de verliezers zien van een brede inclusiviteitsagenda. Dit aspect wordt niet opgenomen in de startnotitie.

Niet iedereen is digitaal goed vaardig. Er is ook aandacht voor digibeten en analfabeten en laaggeletterden! Zoals ik in het begin al aangaf: we zien polarisatie in de samenleving. Hoe krijg je het voor elkaar dat iedereen zich ook deelgenoot voelt van deze samenleving en de verbinding tot stand komt?

Verschillende culturen en levensstandaarden zullen overbrugd moeten worden. Onbekend maakt onbemind…. Maar ook op politiek niveau willen we inclusief zijn: insluiten en niet uitsluiten! Er is in de dynamiek van meedoen en niet-meedoen weinig oog voor ‘gevoel’. Zo is om iedereen mee te laten doen vertrouwen nodig: bij de politiek, burgers en bij professionals. Dat vereist vooroordelen slechten, dat we elkaar leren kennen, begrijpen hoe die ander in zo’n netelige positie terecht is gekomen, snappen welke dichte deuren je dan tegenkomt. Daar zijn plekken voor nodig, waar we met elkaar dat gevoel kunnen ‘laden’.

'We zijn er niet om de systemen te bedienen, maar om de mensen te helpen die niet kunnen meedoen.

We willen een voorstel doen om een eerste stap te zetten om groepen in Zuid-Holland daadwerkelijk te bereiken, om in gesprek te gaan met de samenleving om te horen wat er vanuit de provincie zou moeten gebeuren. We stellen voor om door Provinciale Staten een rondetafelgesprek te organiseren over dit onderwerp, waarbij de diverse bevolkingsgroepen vertegenwoordigd zijn. Zo betrekken we daadwerkelijk inwoners bij het inclusiviteitsbeleid. We stellen voor om hier nadere invulling aan te geven in samenwerking met de andere fracties, om gezamenlijk een rondetafelgesprek voor te bereiden. We zijn benieuwd of andere fracties dit voorstel kunnen steunen en samen met ons hierover na te denken.

Hanke Hoogenwerf
Partij voor de Dieren