Bijdrage KNM commissie Initi­a­tief­voorstel PvdD Kleine marter­ach­tigen van de Vrij­stel­lings­lijst


23 maart 2022

Het College geeft in haar advies op dit initiatiefvoorstel aan, dat de kleine marterachtigen in Zuid-Holland in ‘behoorlijke aantallen’ voorkomen. Maar dit is nu juist zo moeilijk aan te tonen en ook niet zeker, vanwege de verborgen leefwijze en complexe populatie-ecologie van deze kleine energieke roofdiertjes. Wat het spreekwoord ‘zo bang als een wezel’ zegt: zij laten zich zelden zien aan mensen. Recente rapporten tonen echter een algehele terugloop.

Het College zegt dat het tot meer administratieve lasten leidt bij ontheffingverlening als kleine marters van de vrijstellingslijst gaan. Maar in de praktijk is het zo, dat er wordt gekeken naar álle aanwezige soorten in een projectgebied, niet slechts naar één enkele soort. Er móet al ontheffing worden aangevraagd voor de aanwezigheid van andere bedreigde diersoorten als jaarrond beschermde broedvogels en vleermuis als een project plaatsvindt in het leefgebied van kleine marters, die komen daar ook voor. En dan liften de kleine marters mee met het lopende ontheffingstraject. Zonder extra kosten.

We moeten juist achteruitgang voorkomen! Kleine marterachtigen zouden juist moeten worden toegevoegd aan de icoonsoorten, zodat, wanneer het met deze dieren weer goed gaat, het ook met andere beschermde soorten weer beter gaat. Het laatste bolwerk van een gunstige leefomgeving voor onder andere de hermelijn ligt in Zuid-Holland, en de landschappelijke samenhang van geschikte leefgebieden moet worden behouden, juist de provincie heeft hierin een verantwoordelijkheid.

Waarom wachten met bescherming tot de populatie van de kleine marterachtigen dreigt te verdwijnen, als we met provinciaal beleid nu kunnen bijdragen aan een gunstige staat van instandhouding?

Het zorgvuldigheidsbeginsel geldt hierbij als uitgangspunt: zolang je het niet zeker weet, moet je je best doen om invulling te geven aan een goede bescherming van de soort, zoals inmiddels in acht andere provincies al gebeurt.

14 oktober 2020 is de geactualiseerde Rode Lijst Zoogdieren vastgesteld. De bunzing en de hermelijn zijn op deze lijst opgenomen als kwetsbaar en de wezel als gevoelig. De hermelijn was op de vorige lijst nog opgenomen onder 'gevoelig', wat op een afglijdende schaal voor deze soort duidt.

Kleine marterachtigen vervullen als kleine predatoren een bijzondere functie in het ecosysteem, maar ze dreigen hier langzaam uit te verdwijnen. Dit is geen goede ontwikkeling, het is belangrijk dat ons ecosysteem divers en veerkrachtig blijft en dat de kleine marterachtigen ook in de toekomst kunnen blijven bijdragen aan een gezonde ecologische balans.

Daarnaast geldt het argument van de intrinsieke waarde van het dier, die in discussies over ecologisch behoud vaak wordt genegeerd: de kleine marterachtigen hebben op zichzelf net zoveel recht als mensen om in Zuid-Holland te zijn.

De rode lijst soorten bunzing, hermelijn en wezel horen niet thuis op de vrijstellingslijst, maar zij moeten juist méér bescherming genieten dan nu het geval is. Daarom is dit initiatiefvoorstel zo belangrijk voor het behoud van deze soorten.

Hanke Hoogerwerf
Statenlid Partij voor de Dieren
Provincie Zuid-Holland

Interessant voor jou

Bijdrage KNM commissie Kaderstelling Soortenbeleid

Lees verder

Bijdrage Provinciale Staten Initiatiefvoorstel Kleine marterachtigen van de vrijstellingslijst

Lees verder

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer