Bijdrage Provin­ciale Staten Initi­a­tief­voorstel Kleine marter­ach­tigen van de vrij­stel­lings­lijst


6 april 2022

Voorzitter,

Ik ben blij dat ik vandaag mijn bijdrage mag uitspreken voor het initiatiefvoorstel van de Partij voor de Dieren om de kleine marterachtigen van de vrijstellingslijst te halen. Ik ben trots op Carla van Viegen dat zij dit initiatiefvoorstel heeft ingediend. Twee weken geleden hadden wij een goede bespreking in de commissie Klimaat, Natuur en Milieu. Hiervoor wil ik mijn dank uitspreken aan de voorzitter van die commissie, de commissieleden en het College.

Bespreking van een betere bescherming van bunzing, wezel en hermelijn is broodnodig, want het gaat niet goed met deze kleine schuwe roofdiertjes. Het zijn Rode Lijst soorten en recente onderzoeksrapporten laten een algehele terugloop van de populaties zien. Verdwijning van habitat, verslechtering van de kwaliteit daarvan en versnippering van het leefgebied zijn hiervan de oorzaak. Vooral dat laatste is van belang, omdat kleine marters in feite nomaden zijn. Zij leven in megapopulaties in verschillende leefgebieden en migreren daartussen via bestaande verbindingslijnen.

Het zijn juist deze verbindingslijnen die worden geraakt bij de uitvoering van een project met ruimtelijke impact. Het zijn met name de grote overheidsprojecten die hierbij een rol spelen, zoals de aanleg van infrastructuur en beheer- en onderhoudsprojecten. Het is van groot belang dat deze verbindingslijnen tussen de leefgebieden van de kleine marters in stand blijven. Hierbij kunt u denken aan het behoud van bosschages, bomenrijen en houtwallen, waarlangs de kleine marters ongezien van leefgebied naar leefgebied kunnen migreren. Dit zijn geen maatregelen die een project op hoge kosten jagen.

We moeten juist achteruitgang van de soortenstand voorkomen! Het laatste bolwerk van een gunstige leefomgeving voor onder andere hermelijn ligt in de laagveengebieden in Zuid-Holland, de provincie heeft hierin een verantwoordelijkheid. Die betere bescherming wordt de kleine marters al geboden in acht andere provincies in ons land, onder andere in het aan Zuid-Holland grenzende Noord-Holland, Brabant en Zeeland.

Het initiatiefvoorstel van de Partij voor de Dieren roept ook op tot het opstellen van een landelijk geldende handreiking. Landelijke aanpak van de teruggang van de stand is wenselijk, omdat zij door hun leefwijze in metapopulaties een grote oppervlakte bestrijken die over de provinciegrenzen heen gaan. Het is goed als provincies samenwerken. Ook op landelijk overheidsniveau wordt actie ondernomen. Het ministerie van landbouw, natuur en voedselkwaliteit heeft onlangs opdracht gegeven om een analyse uit te voeren van de vrijstellingslijst die het ministerie nu hanteert tegen het licht van de geactualiseerde rode lijst uit 2020. Dit leidt tot een betere bescherming van soorten waar het niet zo goed mee gaat.

Waarom wachten met bescherming tot de populatie van de kleine marters dreigt te verdwijnen uit Zuid-Holland, als we met provinciaal beleid kunnen bijdragen aan een gunstige staat van instandhouding? En in ons ruimtelijk beleid rekening kunnen houden met het behoud en de kwaliteit van de habitatgebieden en het tegengaan van versnippering?

Voorzitter, bunzing, hermelijn en wezel, die op de rode lijst staan, horen niet thuis op de vrijstellingslijst, maar moeten juist méér bescherming genieten dan nu het geval is. Met dit initiatiefvoorstel beoogt de Partij voor de Dieren bescherming voor hen, zodat zij kunnen blijven bijdragen aan een gezonde ecologische balans in Zuid-Holland. Dank u wel.

Hanke Hoogerwerf
Statenlid Partij voor de Dieren