Bijdrage IC commissie Voort­gangs­rap­portage Omge­vingswet


13 januari 2021

Voorzitter,

Ik wil beginnen door stil te staan bij de reden waarom de Omgevingswet überhaupt in gang is gezet. De overheid wilde in 2014 aansluiten bij de nieuwe, complexe maatschappelijke uitdagingen en de transitie vergemakkelijken naar een duurzame samenleving, waarin kwetsbare waarden worden beschermd. Het idee van de Omgevingswet was om vervolgens integraal, in samenhang, te kijken naar de grote uitdagingen. Klimaatverandering, milieuproblemen, de noodzaak van landbouwhervorming, enzovoort.

Allereerst is de realiteit van 2021 een totaal andere dan aan de start van dit wetstraject. In 2014 leek het nog alsof alles kon. We waren herstellende van een economische crisis en voor veel partijen stond één ding vooraan. De economie moest door. Dus dáár, waar het benutten en beschermen van de omgeving botste, werd de oplossing gevonden in de Omgevingswet. Want die kreeg als uitgangspunt dat je én kunt benutten én kunt beschermen. Inmiddels weten we beter: we zitten middenin een omvangrijke klimaatcrisis, stikstofcrisis en woningbouwcrisis, waardoor we inmiddels het volgende beseffen: “Niet alles kan”.

Dan de mate van bescherming van de kwetsbare waarden. De gewenste duurzame ontwikkeling die de Omgevingswet voorstaat, is alleen mogelijk wanneer de natuur en het milieu voldoende bescherming krijgen. Maar daar biedt de ontwikkeling van de invoering naar de mening van de Partij voor de Dieren nu te weinig waarborg voor. De grens tussen beschermen en benutten is gemakkelijk overschreden. Belangen van economische ontwikkeling botsen met die andere meer kwetsbare belangen. Deze belangen moeten na de invoering van de Omgevingswet met name worden afgewogen op gemeentelijk niveau. Onze zorg gaat uit naar de manier waarop de gemeenten die belangenafweging straks alleen maken. Hóe moeten de gemeenten dat gaan doen zonder een echt integraal afwegingskader? De Omgevingswet legt nog meer druk op gemeenten, terwijl uit onderzoek van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) blijkt, dat gemeenten de bestaande druk nu al niet goed aankunnen. Dat kan voor gevaarlijke situaties zorgen, zoals bijvoorbeeld woonwijken die worden gebouwd in de buurt waar gevaarlijke stoffen worden behandeld. Is GS echt van mening dat gemeenten juridisch, organisatorisch en financieel klaar zullen zijn voor het op zich nemen van deze extra taken bij de invoering van de Omgevingswet? Graag een reactie van gedeputeerde hierop.

De Omgevingswet geeft de provincie gelukkig de mogelijkheid om de eigen omgevingswaarden op te nemen in de Omgevingsverordening. Denk bijvoorbeeld aan normen voor fijnstof, het stimuleren van kringlooplandbouw en afbouwen van gifgebruik. Daar kan de provincie gewoon zelf concrete normen voor invullen. Met het opnemen van eigen omgevingswaarden in de Omgevingsverordening, moet de provincie ook zorg dragen voor monitoring en waar nodig een programma om aan die omgevingswaarden te voldoen. Door een aantal noodzakelijke opgaven uit de Omgevingsvisie te nemen, hier concrete omgevingswaarden aan te koppelen en waar nodig instructieregels op te stellen, geven we beter houvast aan niet alleen onszelf, maar ook aan gemeenten. Zo creëren we meer duidelijkheid, zorgen we voor een goed beschermingsniveau van kwetsbare waarden en pakken we echt duurzaam door. Gaan GS deze omgevingswaarden in de volgende versie van de Verordening scherper formuleren?

Tot zover mijn bijdrage voor wat betreft de eerste termijn voorzitter.

Hanke Hoogerwerf
Statenlid Partij voor de Dieren