Bijdrage RWE commissie Vergrijzing op de woning­markt


13 januari 2021

De brief heet ‘Vergrijzing in Zuid-Holland’ en geeft interessante gegevens om het gesprek aan te gaan over de vergrijzing op de woningmarkt. Hij gaat met name in op de vergrijzing onder de bevolking, maar het is net zo belangrijk om aandacht te besteden aan het bredere perspectief: de vergrijzing van hele leefgebieden van de bevolking in Zuid-Holland. We moeten ervoor waken, dat vergrijzing op de woningmarkt tot gevolg heeft dat gebieden in onze provincie gaan vergrijzen.

Het is vaak zo dat hoe ouder mensen zijn, hoe minder bereid zij zijn om te verhuizen. Mensen op leeftijd zijn doorgaans gehecht aan hun bekende leefomgeving en overzien een stressvolle gebeurtenis als een verhuizing vaak niet meer. Zij zijn gewend aan hun wijk, en wij vinden het belangrijk dat ouderen deel kunnen blijven nemen aan het sociale leven, ook om eenzaamheid en psychische problemen onder ouderen te voorkomen. Het stimuleren van verhuizen op het moment dat mensen het zelf nog wel zouden willen en kunnen, kan bijdragen aan een oplossing. Zorgen dat mensen er (bijvoorbeeld) meteen na het uitvliegen van de kinderen worden gestimuleerd om na te denken over verhuizen (aantrekkelijk maken om op dat moment te gaan verhuizen), kan op meerdere manieren. Dit natuurlijk bezien in het licht van het huidige probleem van het tekort aan woonruimte door gebrek aan doorstroming op de woningmarkt.

We kunnen daarnaast kijken naar de ontwikkeling van flexibele huizen, ook op wijkniveau. Hierbij wordt efficiënter gebruik gemaakt van de ruimte en huizen die flexibel genoeg zijn om meerdere woonvormen te kunnen herbergen. Denk bijvoorbeeld aan meer-generatie-woningen, waarin meerdere generaties kunnen samenwonen, en woonvormen waarbij bijvoorbeeld voorzieningen en zorgdiensten worden gedeeld door de bewoners. Dit laatste doet, niet voor niets, denken aan de voorzieningen die de opgeheven bejaardentehuizen vroeger boden aan hun bewoners.

Niet alleen de samenleving is geïndividualiseerd, individualisme komt ook terug in de huizenbouw. Als deze gedachte wordt losgelaten, komt er ruimte om op een andere manier gaan bouwen. Dat kan een oplossingsrichting zijn voor de toekomst. Dat je huis door zijn flexibiliteit onderling uitwisselbaar en/of herschakelbaar is in de hele(!) buurt. Of dat het huis met de bewoner mee kan groeien of krimpen. Daarnaast blijft het tegengaan van de vergrijzing op de woningmarkt belangrijk om efficiënter gebruik te maken van de bestaande beschikbare ruimte, natuur-inclusieve woningbouw, school en werk dichterbij of in huis en bereikbaar met duurzaam en betaalbaar openbaar vervoer.

Daarnaast heeft de Partij voor de Dieren een plan om het woningtekort op een duurzame manier op te lossen. Wij zoeken hierbij een integrale oplossing, die én het stikstofprobleem, én bodemvervuiling, én de transitie naar een duurzame landbouw én het woondossier omvat. We kunnen passende woningen in Zuid-Holland alleen voor iedereen mogelijk maken als we de ruimte beter verdelen. Het is niet uit te leggen waarom we in Nederland de slager en de melkboer van de wereld willen zijn, die kaas exporteert naar Canada en varkens naar China, terwijl er tegelijkertijd te weinig ruimte overblijft voor onze eigen bevolking om te wonen en te recreëren en de biodiversiteit dramatisch afneemt.

Maar liefst twee derde van alle grond wordt gebruikt voor de landbouw. In veel gevallen voor het verbouwen van veevoer dat daarmee niet alleen de beschikbare ruimte letterlijk opslokt, maar ook uitstoot van fijnstof, stikstof en broeikasgassen faciliteert. De grote groene vlaktes met Engels raaigras en snijmais, waar verder niets groeit, dienen alleen het doel van het voeden van het veel te grote aantal dieren in de veehouderij en ontnemen mensen, dieren, bomen en planten de ruimte voor een natuurlijke leefomgeving. Tegelijkertijd is er grote schaarste aan woningen en natuur. Daar liggen kansen: door minder dieren in de veehouderij te houden maken we ruimte vrij om de Nederlandse landbouwgrond om te vormen. We slaan hiermee de weg in naar een duurzame, plantaardige toekomst.

Om te beginnen krimpt het aantal dieren in de veehouderij met 75%. Nederlandse boeren gaan primair werken voor de eigen markt: we stoppen met produceren voor de export en richten ons op de voedselproductie voor de regio. De vrijgekomen landbouwgronden vormen we voor het grootste deel tot natuur, maar ook voor een deel naar woningbouw zodat we aan de bouwopgave kunnen voldoen. Samen met het omvormen van transformatiegebieden naar woonwijken en het verdichten van steden waar dit nog mogelijk is zonder het groen en de leefbaarheid aan te tasten, levert dit genoeg ruimte op om de benodigde woningen op betaalbare wijze en met een kwaliteitsimpuls voor het landschap te realiseren. We scheppen hiermee ruimte voor de natuur én voor woningbouw, zonder dat er iemand iets aan tekortkomt en we verbeteren tegelijk het leefklimaat, de woonomgeving en de biodiversiteit.

Hanke Hoogerwerf
Statenlid Partij voor de Dieren