Bijdrage IC commissie Ontwerp Herziening 2021 Omge­vings­beleid


23 juni 2021

Omdat dit een beleidsrijke herziening van het omgevingsbeleid betreft, ga ik in algemene zin inhoudelijk in op de ontwerpherziening.

Bos en bomenbeleid

Als eerste het Bos en bomenbeleid in de ontwerpherziening Omgevingsbeleid 2021. Dit betreft het behoud en beheer van bos en boom in het buitengebied. Bomen zijn belangrijk voor de leefomgeving: ze helpen de lucht die we inademen te zuiveren, ze filteren het water dat we drinken en ze bieden leefruimte voor dieren. Bomen voorkomen overstromingen en erosie en helpen de bodem te vullen met voedingsstoffen die nodig zijn voor de landbouw. Voor bomen in het buitengebied die onder de werking van de Wet natuurbeheer vallen is een herplantplicht opgenomen. In de herziening van de omgevingsverordening zijn uitzonderingen opgenomen waarbij de herplantplicht buiten toepassing kan worden gelaten of daar van af kan worden geweken.

Ontheffing van de herplantplicht betekent indirect een vermindering van de biodiversiteit, omdat bomen een habitat bieden voor dier- en plantensoorten in het buitengebied. En uit de leefomgevingstoets blijkt, dat juist doelen ten aanzien van behoud en versterking van biodiversiteit buiten het NNN-gebied en Natura2000 gebied onder druk staan. Met ontheffing van de herplantplicht moet om deze reden zeer terughoudend worden omgegaan.

De toevoeging van artikel 3.68a in de herziening verbaast ons daarom. Dit artikel maakt afwijken in het belang van een evenwichtige besluitvorming door GS mogelijk: GS kunnen de bepalingen van § 3.9.5 buiten toepassing laten of daarvan afwijken, gelet op het belang van een doelgerichte of evenwichtige besluitvorming, naar hun oordeel tot onevenredig bezwarende gevolgen zou leiden. Wie bepaalt het belang van een doelgerichte of evenwichtige besluitvorming?

Voorzitter, dit artikel haalt de werking van de voorgaande artikelen 3.66, 3.67 en 3.68 onderuit. Niet alleen ligt de bevoegdheid bij GS, waardoor het primaat van PS vervalt, wat wij als een onwenselijke ontwikkeling beschouwen. In de Ontwerp herziening wordt artikel 3.68a niet toegelicht. Graag een toelichting van gedeputeerde hierop.

Grote ruimtevragers

Er wordt in de herziening gesproken over datacenters, maar in de eerdere commissievergadering heeft GS toch aangegeven dat in Zuid-Holland geen plaats is voor grote datacenters? Er staat in de ontwerpherziening dat we moeten ‘kijken naar inpassing nieuwe grootschalige ontwikkelingen’, terwijl men eerder sprak over geen en schaarse ruimte? Beter geen nieuwe grote ruimtevragers erin is ons standpunt, want hoe noodzakelijk is een nieuwe inpassing van grootschalige ontwikkeling? En welke gebouwen zijn al aangewezen als grote ruimtevragers?

Ruimtelijke kwaliteitsbeleid

Deze aanpassing van omgevingsbeleid wordt eerst gericht op het gebruiksvriendelijk maken van het ruimtelijk beleid, voordat neem ik aan wordt overgegaan op toekomstgericht maken van het ruimtelijk beleid, oftewel rekening te houden met de grote uitdagingen energietransitie, klimaatverandering, landbouwtransitie en de biodiversiteit. Waarom nog langer wachten als er zovele crises gaande zijn?

Ruimtelijk kwaliteitsbeleid past in de vorm van landschapsgericht beleid. Hierbij wordt niet bos genoemd als landschapstype. Nu is er wel groeimodel bos- en bomenbeleid opgesteld, maar als dat er is dan zou naast de vier landschapstypen, nu ook bos als 5e type aangemerkt kunnen worden?

In de omgevingsverordening staat dat de stranden worden toegevoegd als recreatie, maar een groot deel van het strand is aangewezen als N2000 gebied of NNN gebied. Hoe verhoudt de recreatie zich tot de N2000 en NNN functies van het strand?

Beleidskeuze Landschappen

Bij de inleiding voor beleidskeuze landschappen, mis ik hier in het algemeen de aanpak voor het verbeteren biodiversiteit als grote opgave.

We zijn blij, dat er in de herziening wordt gesproken over het versterken van de biodiversiteit bij toekomstwaarde stads- en dorpsranden.

Voor wat betreft de Beschermingscategorie 3 in het buitengebied: hier is sprake van ontwikkeling in groen buitengebied, daar valt ook ‘gewone’ natuur onder, dus geen N2000/NNN gebied. Hoe wordt de definitie van onevenredige aantasting ingevuld en in hoeverre wordt het beschermingsregime voor de ‘gewone’ natuur toegepast?

Bescherming weidevogelgebieden

Bij het compensatiebeginsel dat wordt gehanteerd bij de bescherming van weidevogelgebieden, staat: 'De bescherming van de belangrijke weidevogelgebieden brengt geen beperkingen met zich mee voor ontwikkelingen binnen het huidige agrarische grondgebruik. Ontwikkelingen zoals intensivering van het graslandgebruik, de aanleg van kavelpaden, slootdempingen, ruwvoederteelt en de uitbreiding van boerderijen, blijven dus mogelijk bij toepassing van het compensatiebeginsel.' Uit monde van de grutto en andere weidevogels vraag ik gedeputeerde om hierover uitleg te geven.

Hanke Hoogerwerf
Partij voor de Dieren