Bijdrage IC commissie Vast­stelling Zuid-Hollandse Omge­vings­ver­or­dening ZHOV


29 september 2021

Ik begin mijn bijdrage met een woord van dank aan GS voor de voorliggende wijziging van omgevingsverordening, eveneens aan de ambtenaren die zich hier inhoudelijk bezig hebben gehouden met deze omvangrijke exercitie. De heer Van Hemert trapte er al mee af: dit is verreweg het belangrijkste traject van provinciale regelgeving tijdens deze collegeperiode. De omvang en de gecompliceerdheid geven ook gelijk een reden tot zorg: over de openheid en transparantie van ons beleid. Als het voor ons als statenleden al moeilijk is om de gepasseerde, huidige en toekomstige wijzigingen te doorgronden, hoe kunnen inwoners en belangenorganisaties dan weten hoe en waarop zij een zienswijze kunnen indienen? Om niet te vergeten de veranderingen nadat de Omgevingsverordening in werking is getreden. De belangen van de inwoners van Zuid-Holland, mensen én dieren, staan voorop.

Wat was ook weer de reden van de invoering van de Omgevingswet, die de aanleiding heeft gegeven tot deze wijziging? Het Rijk beoogde er destijds een aansluiting mee bij de nieuwe, complexe maatschappelijke uitdagingen waar we voor staan in de transitie naar een duurzame samenleving, een samenleving waarin kwetsbare waarden worden beschermd. Het idee was om integraal, in samenhang, te kijken naar deze grote uitdagingen. In het rapport Grote opgaven in een beperkte ruimte uit april eerder dit jaar schetsen de onderzoekers van het Planbureau voor de Leefomgeving deze opgaven opnieuw en geven ze verschillende beleidsopties voor de aanpak. De opgave bestaat eruit om in het leefomgevingsbeleid niet alleen nieuw ruimtegebruik in te passen, maar tegelijkertijd de omgevingskwaliteit ervan te verbeteren. Dat vraagt om een nieuwe balans tussen de gebruikswaarde (economische benutting), de belevingswaarde (perspectief van de burger) en de toekomstwaarde (ecologische duurzaamheid) van de ruimte in Nederland.
Deze gewenste duurzame ontwikkeling is alleen mogelijk wanneer de natuur, het milieu en de biodiversiteit voldoende bescherming krijgen. Belangen van economische ontwikkeling kunnen hiermee botsen. Voorzitter, op dit moment zijn we als provincie druk in de weer met allerlei zaken die een enorme impact hebben op de fysieke leefomgeving, maar ook over onderwerpen waar we als Provinciale Staten controle op willen blijven houden. Het onderwerp bodem wordt overgeheveld naar de gemeenten. Staan de gemeenten in Zuid-Holland hiervoor gesteld, gezien de andere taken die de gemeenten de afgelopen jaren al toegeschoven hebben gekregen? Ziet het college een rol voor zichzelf in de overdracht van het bodembeleid en zo ja, op welke wijze? Graag een reactie van gedeputeerde op deze vraag.

Het is nu het moment om belangrijke keuzes te maken over de toekomst van Zuid-Holland. Is er in de gewijzigde Omgevingsverordening voldoende aandacht voor onder meer gezondheid, duurzame ontwikkeling en landbouw, grondwater, luchtkwaliteit, voedsel, wonen, natuur, biodiversiteit? Dit zijn allemaal aspecten die bijdragen aan een schone, gezonde en veilige leefomgeving voor alle inwoners in Zuid-Holland, mensen én dieren. Gelukkig beschikt de provincie over een instrument om hiervoor aanvullende regelgeving op te nemen naast alleen het absoluut noodzakelijke, namelijk de omgevingsverordening. Biedt de voorliggende beleidsneutrale verordening het juiste integrale kader voor Zuid-Holland om onze leefomgeving in de toekomst leefbaar te houden voor mens en dier?

Voorzitter, ons antwoord op deze vraag is helaas: nee. Op een aantal punten beoordelen we deze Omgevingsverordening zeker wel positief, maar over de balk genomen zijn we teleurgesteld dat de kans niet is benut om in de verordening de noodzakelijke waarborgen op te nemen voor de bescherming van kwetsbare waarden in de toekomst. Met andere woorden, de Omgevingsverordening straalt niet de urgentie uit van de problemen waar we voor staan.

We hebben verbeteringen om in het aanvullings- en wijzigingsspoor de Omgevingsverordening te vergroenen (ten aanzien van de volgende onderwerpen). Ik sluit me aan bij de vraag van de heer Witte, wanneer het moment is om deze voorstellen in te dienen. We zien dit belangrijke onderwerp graag geagendeerd als bespreekstuk in de Statenvergadering.

Hanke Hoogerwerf
Statenlid Partij voor de Dieren
Provincie Zuid-Holland