Bijdrage Inter­sta­te­lijke Commissie Omge­vings­beleid


25 november 2020

Het omgevingsbeleid gaat bepalen hoe Zuid-Holland er de komende jaren uit gaat zien, met belangrijke stippen aan de horizon in de jaren 2027, 2030 en 2050. We starten vanuit een punt waarbij het streven naar economische groei het huidige Zuid-Holland heeft vervormd. Kijk naar de enorme achteruitgang in biodiversiteit, mishandeling van dieren in de vee-industrie en de overlast van de zware industrie en Rotterdam The Hague Airport in hun omgeving, waar we nu mee te maken hebben. Deze situatie is zo gevormd door politieke keuzes uit het verleden. De Klimaatzaak maakt pijnlijk duidelijk dat er drastischere maatregelen nodig zijn om de klimaatdoelen te halen dan de traditionele politiek van plan is. Klimaat- en biodiversiteitsdoelen mogen niet langer vrijblijvend zijn. De tijd om klimaat- en biodiversiteitsherstel te realiseren is nu, want verder uitstellen en voor ons uit schuiven is onverantwoord.

Dit valt ook op te maken uit de ambities die de basis vormen van de aanpassing van het omgevingsbeleid. Het samenbrengen van de provinciale verordeningen biedt duidelijkheid. Deze ambities steunen we, je kunt het niet echt oneens zijn met wat er is geschreven. Het klinkt zo logisch: heb je een goede natuur-inclusieve landbouw en economie, dan komt de biodiversiteit terug. Het begin van een aanloop richting een duurzaam en inclusief Zuid-Holland met een Omgevingsverordening die voor iedereen (mens en dier) ruimte biedt, zonder de ander in de weg te zitten. De inzet op openbaar vervoer en fiets juichen we toe.

Wat betreft de uitwerking van de ambities maken wij ons meer zorgen. Wij zijn er niet van overtuigd dat het beleid voldoende is om de doelen te realiseren. Er moet gestuurd gaan worden op ecologische doelstellingen in plaats van economische doelstellingen. Dit vraagt om een proactieve en krachtige houding van de provincie en om een integrale aanpak: door een duurzame verandering in de voedselproductie, het verminderen van ons energiegebruik en een reductie in het gebruik van grondstoffen, geven we de natuur de kans om te herstellen. Zo kunnen we genieten van meer natuur, een fijnere en schonere woonomgeving, minder uitstoot van het verkeer en landbouw en meer zinvolle, groene werkgelegenheid. Kortom, we moeten van een min-min naar een win-win situatie. Helaas stralen de beleidsdocumenten die urgentie niet, of althans nog niet voldoende, uit.

Brief GS
In de brief van GS lezen we, dat het onderwerp omgevingskwaliteit in de nieuwe versie niet benoemd wordt als ‘een van de centrale doelen’ van het omgevingsbeleid omdat onduidelijk is wat precies bedoeld wordt. Het staat in de nieuwe versie als volgt genoemd: “De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede omgevingskwaliteit.” Dit begrip zal nader uitgewerkt worden en van betekenis voorzien zodat het daadwerkelijk als doel van het omgevingsbeleid kan dienen als onderdeel van de Monitor Leefomgeving. We hebben hierbij de algemene vraag, wanneer wordt dit uitgewerkt en wat is ‘gewenst’? Daarnaast leeft bij ons de vraag, waarom het ontwerp omgevingsprogramma alleen ter kennisname is. Graag een toelichting van Gedeputeerde.

Algemeen
Op pagina 26 uit de concept Omgevingsvisie deel 1 is de beleidscyclus mooi weergegeven, alleen we missen hierin een grondige evaluatie op basis waarvan het beleid wordt bijgestuurd, zoals bij het natuurbeleid. Hoe wordt geborgd dat een zorgvuldige evaluatie van de maatregelen in het nieuwe omgevingsbeleid wel wordt toegepast?

Provincie Zuid-Holland heeft de laagste gezondheidsscore van alle provincies in Nederland. Ook hier zal via het omgevingsbeleid extra aandacht voor moeten komen door de inzet op een gezondere omgeving: natuur, recreatie, gezonde lucht, schoon water en meer bomen.

Omgevingsvisie en -programma
In de Omgevingsvisie wordt gesteld dat de natuur in 2030 fors is verbeterd. Op basis waarvan wordt dit verondersteld? Uit de algemene beschouwingen vorige maand is gebleken, dat de natuurdoelen al jaren op rij niet worden behaald. Het gaat nog steeds slechter met de natuur en biodiversiteit in Zuid-Holland. Continu wordt de nadruk gelegd op economische ontwikkelingen. De focus op ecologische groei zal nu de hoogste prioriteit moeten krijgen, maar dat zien we nog steeds niet gebeuren. Graag een reactie hierop van Gedeputeerde.

In de concept Omgevingsvisie deel 2 wordt gesproken over de versterking van het NNN netwerk: wordt hiermee bedoeld inclusief de strategische reserve natuur? Kan worden aangegeven om hoeveel hectare het precies gaat? Daarnaast denken we dat de toevoeging ‘versterken biodiversiteit van de Zuid-Hollandse vaarwegen’ een belangrijke is.

We willen graag een strakke aanpak op waterpeilverhoging in verband met verdroging. Voor de boeren is een lage waterstand gewenst om met de landbouwvoertuigen het land op te kunnen en een hogere gewasopbrengst te realiseren. Maar vanuit het oogpunt van klimaatadaptatie moet het peil overal omhoog: dit is van belang om verzakking tegen te gaan, schade aan woningen en de noodzakelijke verbetering van de biodiversiteit. Dit zijn de kaders waaraan de landbouw moet worden aangepast. Het kan niet op de huidige manier met de geforceerde lage waterpeilen doorgaan. Zie hiervoor ook de aanpak van de bodemdaling in veenweidegebieden, die veel CO2 uitstoot veroorzaakt.

Je kunt de landbouw wel willen veranderen, maar de heersende cultuur verander je niet vanzelf. Wij maken ons zorgen of de provincie hier voldoende oog voor heeft. Dit geldt in wezen ook voor de transitie op het gebied van energie en economie. Het stellen van kaders en grenzen voor het toekennen van geld zijn belangrijke instrumenten voor de provincie om te sturen op de omslag, maar er zal ook moeten worden aangestuurd op gedragsverandering. Dit is een hele lastige. Wordt er aandacht besteed aan gedragsverandering, en zo ja, hoe? Zo nee, dan zien we hierop graag een aanvulling van het beleid. Graag reactie van gedeputeerde.

Hanke Hoogerwerf
Partij voor de Dieren