Bijdrage KNM commissie Initi­a­tief­voorstel Partij voor de Dieren kleine marter­ach­tigen van de Vrij­stel­lings­lijst


7 juli 2021

Kleine marters zijn mysterieuze diertjes. Door hun ‘onzichtbaarheid’ en de complexe ecologie van bunzing, hermelijn en wezel zijn deze soorten moeilijk te onderzoeken. Maar het gaat slecht met ze. Dit idee leeft al sinds het begin van deze eeuw onder biologen en ecologen, zowel in Nederland als daarbuiten. Kleine marters worden minder vaak ‘gezien’ als vroeger en deskundigen als inspreker Jeroen Mos hebben een ‘gut feeling’ dat er iets moet gaan gebeuren om ze duurzaam te behouden.

De achteruitgang wordt met name toegeschreven aan het verdwijnen van geschikt leefgebied, intensivering van het agrarisch landschap en habitatversnippering. Kleine marters hebben het zwaar door deze menselijke ingrepen. Zij staan op de in 2020 geactualiseerde Rode Lijst Zoogdieren. De kleine marters vormen een belangrijke indicatorsoort voor een (lokaal) gezond natuurlijk ecosysteem, waarin zij een bijdrage leveren aan het ecologisch evenwicht: zij vervullen een belangrijke rol als roofdier, zij het een klein roofdiertje. Kleine marters zijn inheemse soorten en horen in ons landschap thuis. Daarom is bescherming op provinciaal niveau van de kleine marter soorten, juist nu, van groot belang. Een betere bescherming door hen van de provinciale vrijstellingslijst af te halen, het opstellen van een handreiking en samenwerking met andere provincies is absoluut noodzakelijk, willen we de achteruitgang van de populatie voorkomen.

Voorzitter, GS heeft in haar advies aangegeven dat er in de provincies die de kleine marters van de vrijstelling hebben afgehaald, een achteruitgang van deze soorten is geconstateerd of dat ze zijn verdwenen. Hierbij gaat GS uit van een negatief causaal verband tussen het afhalen van de vrijstelling en een achteruitgang. Maar GS heeft dit causaal verband niet onderbouwd. Daarom is mijn vraag aan gedeputeerde, hoe komt u tot deze constatering in uw advies?

Het doel van de Rode Lijst Zoogdieren moeten we bij de bespreking van dit initiatiefvoorstel niet uit het oog verliezen. De provincie is er voor de bescherming en het soortenbehoud van de kleine marterachtigen. Het provinciaal beleid moet gericht zijn op de instandhouding van de soort en niet op het vergemakkelijken van ruimtelijke ingrepen voor initiatiefnemers. De provincie kan door het opstellen van een handreiking, het delen van kennis over de soorten en hun verspreiding in combinatie met het voorstellen van maatregelen bij ruimtelijke ingrepen aan initiatiefnemers juist een positieve rol spelen bij een zorgvuldige ontheffing verlening.

Instandhouding in Zuid-Holland is JUIST heel belangrijk voor de kleine marter populatie in geheel Nederland, precies om de reden dat ze in de andere provincies minder veel voorkomend zijn. Het opstellen van een praktische handreiking, kennisdeling en samenwerking met andere provincies is van belang vanuit de gedachte dat de provincie verantwoordelijk is voor de instandhouding van de soorten. Zuid-Holland doet er goed aan om het voorbeeld van de provincies Noord-Holland, Noord-Brabant, Zeeland, Gelderland, Overijssel en Flevoland te volgen en de kleine marters als rode lijst soort meer bescherming te bieden. Laten we hier als provinciale staten het goede doen en op de bres springen voor de kleine marters.