Bijdrage Natura 2000 beheerplan Nieuw­koopse Plassen en de Haeck commissie Groen en Water


25 september 2013

Met de maatregelen Programmatische Aanpak Stikstof, de PAS,, die mogelijk zijn gemaakt door de Crisis- en herstelwet uit 2010, wordt niet de bescherming van de natuur centraal gesteld, maar de economische ontwikkeling van veehouderijbedrijven in het Nieuwkoopse Natura-2000 gebied. De natuur wordt als het ware in de veel te krappe jas van de economie geperst.

In tegenstelling tot het zo snel en zo veel als mogelijk laten afnemen van de stikstofdepositie tot onder de kritische depositiewaarde door deze bij de bron aan te pakken, beoogt de programmatische aanpak ontwikkelruimte te creëren voor nieuwe stikstofuitstotende activiteiten en symptoommaatregelen te nemen.. Bovendien staan de nieuwe bepalingen bestaande stikstofuitstotende activiteiten toe die sinds de referentiedatum per saldo geen toename van stikstofdepositie hebben veroorzaakt, terwijl de uitstoot toen al in veel gevallen de kritische depositiewaarde ruim overschreed.

Het gaat hier om een theoretische daling van de stikstofdepositie die wordt opgevuld met werkelijke stikstofdepositie zonder borging dat de depositie daadwerkelijk zal dalen. Veehouderijbedrijven kunnen doorgaan met de stikstofuitstoot en kunnen zelfs groeien, terwijl de toch al kwetsbare natuur daarop wordt aangepast. Op deze manier is een niet reële virtuele wereld gecreëerd, waar de versterking van de biodiversiteit niet mee is gebaat!

Men wil met deze plannen de kool en de geit sparen en dat gaat niet. Er moet naar onze mening worden vastgelegd welke economische activiteiten nog wel kunnen en welke niet en bedrijven die willen uitbreiden moeten hun activiteiten elders voortzetten. De zaak moet niet worden omgedraaid, niet recht maken wat krom is en pleisters te plakken door de natuur aan te passen om meer economische activiteiten toe te staan. En als het al doorgaat, dan moeten de kosten voor de PAS naar onze mening worden neergelegd bij de vervuiler en niet bij de overheid of de belastingbetaler.

Het Planbureau van de Leefomgeving heeft geconcludeerd dat het feitelijk veel moeilijker en in bepaalde gebieden zelfs onmogelijk wordt om de achteruitgang van natuur een halt toe te roepen en te voldoen aan de internationale verplichtingen wanneer depositiedaling zal worden benut voor nieuwe stikstofuitstotende activiteiten. Onze fractie is van mening dat de natuurwaarden verder in gevaar komen door de uitzonderingsregels ten aanzien van stikstofdepositie. De regels negeren de noodzaak van een zo snel mogelijke depositiedaling. Al twee jaar worden er geen concrete maatregelen genomen om de depositie te laten dalen, omdat wordt gewacht op de invoering van de PAS. De uitzonderingsregels ten aanzien van stikstof maken de Natuurbeschermingswet onnodig ingewikkeld en ze voegen niets toe aan de natuurbeschermingsdoeleinden van de wet. De Natuurbeschermingswet 1998 biedt immers een helder kader om stikstofdepositie te reguleren als deze de natuurwaarden doen verslechteren en/of bedreigen.

De kritische depositiewaarde is een waarde die het gebied nog juist kan verdragen, wil het niet ten onder gaan. Het heeft geen zin om dat te nuanceren. De kritische depositiewaarde is dus heel belangrijk. Er is intensief overleg geweest met de Verenigde Naties. Internationale wetenschappers in Zwitserland hebben daarvoor algemene richtlijnen opgesteld. Er is een Nederlandse vertaling gekomen per gebied, waarbij rekening is gehouden met de staat van onze gebieden, met verdroging, met waterbeheer. Die Nederlandse vertaling is international vastgelegd door internationale experts en daar wordt nu aan getornd.

Het goed is om te beseffen dat de Habitatrichtlijn als hogere regeling van belang blijft, ook voor een rechterlijke toetsing. Zo zal de rechter voor de vraag komen te staan of de wijzigingen als gevolg van bijvoorbeeld de Crisis- en herstelwet wel richtlijnconform zijn. Ik vraag mij af of dit zo is. Kan de gedeputeerde hier antwoord op geven?

Voor de meting van stikstofdepositie wordt het Aeriusmodel toegepast. De juistheid van de stikstofdepositieberekeningen is vooral afhankelijk van het correct inschatten van de stikstofemissie die een project met zich meebrengt. Deze inschatting blijkt in de praktijk zeer moeizaam en moeilijk uit te voeren. Hoewel de gemiddelde emissie redelijk valt in te schatten is het op lokaal niveau nog lang niet met zekerheid in te schatten. Hoe wordt rekening gehouden met deze grote onzekerheden van de stikstofemissie tegen de achtergrond van het zich verzekeren van het op termijn halen van de instandhoudingsdoelen en het voorkomen van elke vorm van verslechtering?

Het is van groot belang dat het behalen van de instandhoudingsdoelstelling en het samenhangende natuurherstel eerst wordt aangetoond voordat economische ontwikkelingen met negatieve effecten op natuur worden toegestaan, het zogenaamde voorzorgsprincipe. Hoe verhoudt zich het toestaan van activiteiten die een negatief effect hebben op de instandhoudingsdoelen met het verslechteringverbod in de Habitatrichtlijn. Wat gaat GS doen wanneer blijkt dat de ontwikkelingsruimte op gegeven moment al op blijkt en de maatregelen onvoldoende zijn?

Voorzitter, ik rond af. Natuur, schoon water een schone bodem en schone lucht zijn de randvoorwaarden voor al het leven op aarde en telkens moeten deze randvoorwaarden het ontgelden ten gunst van economische groei en ontwikkeling op basis van de kort termijn belangen. Dde Partij voor de Dieren is daarom geen voorstander van dit voorstel.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer