Bijdrage Perspectief Groene Hart


23 september 2016

De PvdD is blij dat er een vervolgnotitie ligt als opvolger van de Voorloper Groene Hart. Het Groene Hart is een uniek veenweidelandschap met de voormalige status van Nationaal Landschap, waarbij er voor toekomstig beleid samengewerkt moet worden door drie provincies en andere overheden. Dat vraagt dus om, ook voor de langere termijn, over de provinciale schutting te kijken en gezamenlijk een visie te ontwikkelen en maatregelen te treffen. We onderschrijven dit belang!

Wat me allereerst opvalt is dat alleen organisaties met economische belangen zijn geconsulteerd en geen natuur- en dierenwelzijnsorganisaties. Waarom niet?

De Visie Ruimte en Mobiliteit meldt onder andere het volgende: ‘Het veenlandschap valt voor een belangrijk deel samen met het Groene Hart. Zuid-Holland werkt samen met de andere Groene Hart-provincies en overige betrokken partners. Belangrijke opgaven zijn de aanpak van bodemdaling (paragraaf 4.3.4), behoud van de karakteristieken van het veenweidelandschap…., verbetering van de waterkwaliteit en instandhouding en ontwikkeling van de bijzondere natuurwaarden. Het accent komt wordt gelegd op innovatiemaatregelen voor de grondgebonden landbouw en alternatieve realisatiestrategieën voor natuurontwikkeling. Het behoud van de belangrijke weidevogelgebieden vraagt om een specifieke vorm van verweving van landbouw en natuur…... Binnen het veenlandschap laten zich gebieden onderscheiden met een eigen gebiedskarakteristiek en daarbij passende opgave.’

In het perspectief Groene Hart wordt aangegeven dat de kernkwaliteiten van het Groene Hart, de landschappelijke diversiteit, het (veen)weide karakter, de openheid, rust en stilte kwaliteiten zijn én moeten blijven die gekoesterd moeten worden. Een andere belangrijke kernkwaliteit van het Groene Hart, die nadrukkelijk wel wordt benoemd in de Visie Ruimte en Mobiliteit, wordt niet benoemd en dat betreft de natuur en natuurbeleving, die onder grote druk staat in het Groene Hart. De natuur heeft het zwaar te verduren in Zuid-Holland en ook in het Groene Hart, vanwege stikstofdepositie, toenemende verstedelijking en bebouwing van de open ruimten. Het Groene Hart wordt nog steeds bedreigd door woningbouw, vestiging van intensieve veehouderij nieuwe bedrijventerreinen in meer infrastructuur.

Als thema’s in het perspectief worden genoemd: bodemdaling, landschap en identiteit, energietransitie, economie en bereikbaarheid. Hier worden de economische thema’s benoemd, maar ik mis hierbij expliciet de ecologische thema’s: natuur, biodiversiteit en bescherming van dieren en planten in het gebied. Het behoud van het open landschap en het herstel van de enorme afname van de biodiversiteit in het Groene Hart, vooral van de weidevogels, is van groot belang. De biodiversiteits- en natuurdoelstellingen worden voor een groot deel gerealiseerd in het open agrarische landschap van het Groene Hart en daarom moet het wat ons betreft benoemd worden als een apart thema in de Startnotitie Perspectief Groene Hart. Ook missen we de kaderstelling waarop getoetst kan gaan worden.

Ook het herstel van de aantrekkelijkheid van het landschap ten behoeve van recreatie vraagt aandacht. Want wie wil er nu recreëren in een doods en monotoon landschap van groene woestijnen zonder weidevogels en andere dieren en melkkoeien in de wei. Vanwege de intensivering in de landbouw lopen er steeds minder melkkoeien in de wei. Een aantrekkelijk gevarieerd landschap met bloem- en kruidenrijke graslanden, weidevogels en watervogels en andere dieren is van groot belang voor de aantrekkelijkheid van het landschap, verbetering van de leefomgeving en om op een fijne manier te kunnen recreëren in het Groene Hart. Ik zie hiervan weinig terug in de rapportage.

De ambitie was te komen tot een uniforme vertaling van de beleidsintenties voor het Groene Hart. De beoogde gelijkluidendheid in beleid is op onderdelen echter niet bereikt. Op welke onderdelen is het niet bereikt? En dat brengt me gelijk bij een passage uit het Perspectief Groene Hart. Er wordt in het stuk aangegeven: ‘Opgaven, ambities en kansen binnen de actuele thema’s worden op een gelijkluidende wijze aangepakt; beleidsverschillen tussen de provincies onderling en tussen provincies en lokale overheden worden voorkomen’. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan! Dat zal nog een hele dobber worden en ik ben heel benieuwd wat hiervoor de aanpak zal zijn. Graag een reactie van de gedeputeerde hierop. Tot zover mijn bijdrage.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer