Bijdrage Provin­ciale Staten Module Omge­vings­beleid ZHOV Ener­gie­tran­sitie


14 december 2022

De Aarde is, met al haar natuurlijke rijkdommen, van levensbelang voor elke vorm van leven. Ze is het thuis voor een enorme verscheidenheid aan ecosystemen, planten- en diersoorten. Maar, het gaat slecht met onze planeet. Zonder radicaal andere keuzes te maken, koersen we af op een stijging van de temperatuur van 4 graden op Aarde aan het eind van deze eeuw. Partij voor de Dieren is voorstander van energietransitie. De tijd om klimaat- en biodiversiteitsherstel te realiseren is nu, verder uitstel is onverantwoord. Klimaat- en biodiversiteitsdoelen kunnen niet langer vrijblijvend zijn.

Wij zijn de eerste generatie die de gevolgen ziet van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies, en we zijn de laatste generatie die het tij nog kan keren. We hebben nog een kans om de Aarde leefbaar te houden en gevaarlijke klimaatverandering tegen te gaan. Hoe sneller we deze barrière doorbreken en volop inzetten op het terugdringen van ons energiegebruik en het verduurzamen van onze energievoorziening, hoe minder schade en kosten we op lange termijn zullen hebben. Als we nu niet verduurzamen, zullen de kosten op termijn aanzienlijk hoger zijn.

Om klimaatverandering tegen te gaan, is duidelijke communicatie hierover een goed begin: daarom hebben we een amendement voorbereid om in deze Herziening van het omgevingsbeleid een duidelijke, eenduidige verwijzing op te nemen naar waarom we dit proces ook weer doorlopen: de klimaatdoelstelling uit het Klimaatakkoord van Parijs en het nationale Klimaatakkoord: ‘de opwarming van de temperatuur op aarde te beperken tot ruim onder de 2 graden Celsius en te streven naar een maximale stijging van 1,5 graden Celsius’. Het amendement draagt bij aan de kwaliteit van de herziening. Wel belangrijk, want we naderen deze temperaturen steeds dichter. En 'ruim onder de 2 graden' is echt makkelijk tien jaar eerder werkelijkheid dan 'onder de 2 graden'. Taalkundigen menen dat je 'ruim onder de 2 graden' als tenminste niet meer dan 1,8 graden zou kunnen opvatten, omdat je bij 1,9 graden 'onder de 2 graden' zou zeggen en 'well below' dus ruimer daaronder moet zitten. Maar die discussies hoeven we nu niet te voeren. Als de juiste definitie erin staat, kan dat altijd nog!

In de energietransitie is het doel op de eerste plaats: energie BESPAREN. Energiebesparing staat bovenaan als het om de energietransitie gaat, bespaarde energie hoeft ook niet duurzaam te worden opgewekt. Zo wordt de totale opgave voor de transitie naar het gebruik van 100% duurzame energiebronnen kleiner. Ook voorkomt energiebesparing onnodig veel ruimtegebruik in de schaarse ruimte in Zuid-Holland. Bovendien maakt het ons minder afhankelijk van olie- en gas-producerende landen. De Partij voor de Dieren wil het energiegebruik fors terugdringen, in de bebouwde omgeving, de industrie, het vervoer en de landbouw. In Zuid-Holland wordt enorm veel energie gebruikt in het Haven Industrieel Complex en de glastuinbouw. De focus moet liggen op het verminderen van het gebruik van primaire energie, het afschalen en veranderen van de industriële processen die veel energie verbruiken. Met de huidige hoge energieprijzen zijn veel maatregelen binnen vijf jaar terug te verdienen. Ook in de glastuinbouw is energiebesparing voor de provincie het eerste doel. Afschalen van onnodige productie en een focus op koude teelt en verbetering van de isolatie van huizen en bedrijven. Maatregelen die we nu kunnen nemen, moeten we niet uitstellen. Die luxe kunnen we ons niet veroorloven!

Partij voor de Dieren is geen voorstander van de regionale warmterotonde zoals die in ZH wordt vormgegeven. Een regionale warmte-infrastructuur gebaseerd op restwarmte van verbrandingsenergie en fossiele industrie past in onze ogen niet in de herziening module energietransitie, het vertraagt de transitie in de haven en in de bebouwde omgeving, zorgt voor een lock-in op de energie-intensieve industrie en is niet circulair. Groen krijg je door geel en blauw te mengen niet door grijs en bruin te mengen. Daarom kunnen we onderdeel 6 van deze herziening, dat betrekking heeft op het bovenlokale warmtenetwerk, niet steunen.

Art. 7.76 Wind – art. 7.76a
Wind en zon op land is nodig om de klimaatdoelen te halen en zo mens en natuur – dieren en planten inbegrepen – te beschermen. Maar de transitie heeft ook invloed op het leefgebied van dier- en plantensoorten. Er vallen jaarlijks vogel- en vleermuisslachtoffers door (draaiende) windturbines. De aanleg van wind- en zonneparken kan verstoring veroorzaken en windturbines en zonneweides kunnen leiden tot habitatverlies of verstorende barrièrewerking hebben. Energietransitie gaat óók over: inpassing in bestaand landschap en de bescherming van ecologische waarden. Laten bij de energietransitie rekening houden met wat de grootste opgave van de 21ste eeuw zal blijken te zijn: het voorkomen van het ineenstorten van onze biodiversiteit.

Voor activiteiten als het plaatsen van windturbines, moet het vanzelfsprekend worden dat er rekening wordt gehouden met dieren. Dit betekent: geen windmolens in Natura2000-gebied en NNN-gebied (overigens ook geen zonneweides) en in principe ook niet in het groene hart, maar in lijnopstelling langs open water, langs bestaande infrastructuur en op bedrijfsgebouwd terrein. Toevoeging van locatie Avelingen aan Kaart 16 zijn wij geen voorstander van. Dit waren we al niet tijdens de vaststelling van de RES 1.0, vanwege de effecten op het nabijgelegen natuurgebied Avelingen van ongeveer 100 hectare groot en thuis voor een rijkdom aan vogel-, insecten-, libellen- en vlindersoorten, waaronder ook rode lijst soorten. Dit beeld van Avelingen strookt niet met een natuur-inclusieve invulling van de energietransitie.

NIEWOHL (natuurinclusieve energietransitie wind en hoogspanning op land) is samenwerkingstraject NIEWOHL tussen Rijk, provincies, NWEA, TenneT en groene partijen. Hierbinnen wordt gewerkt aan een natuur-inclusieve Energietransitie voor wind en hoogspanning op land. Het doel is om te komen tot afspraken waarmee wordt gezorgd voor zowel de doorgang van de ontwikkeling van windparken en hoogspanningsverbindingen op land, als voor een vermindering van de negatieve effecten ervan op de staat van instandhouding van kwetsbare soorten.

Onze leefomgeving moet zo veel mogelijk natuur-inclusief zijn, een sterke bescherming van dieren in onze regelgeving hoort daarbij. Een verslechterende staat van instandhouding is in de eerste plaats nadelig voor het behoud en herstel van de betrokken soorten. Het is ook nadelig voor de energietransitie, omdat in algemene zin de juridische ruimte om een nieuw windpark toe te staan, kleiner wordt als populaties afnemen.

Is het College vanuit het lopende onderzoek door NIEWOHL bereid om Provinciale Staten in het kader van natuur-inclusieve energietransitie actief te informeren en de conclusies van het onderzoek te delen bij welke windparken in Zuid-Holland mitigerende maatregelen wenselijk zijn? En om een goede inpassing in de omgeving mogelijk te maken, de in Zuid-Holland actieve windturbines of windparken technisch voor te bereiden op een detectie- en stilstandsyteem en hiervoor een regeling uit te werken? Deze twee vragen stellen we aan het college. Hiervoor hebben voor de tweede termijn twee moties achter de hand.

Hanke Hoogerwerf
Statenlid Partij voor de Dieren
Provincie Zuid-Holland