Bijdrage Provin­ciale Staten PIP Warm­telinq


13 oktober 2021

Met het koppelen van een afvalcentrale en restproducten van fossiele industrie aan de warmterotonde loopt de provincie het risico van een schijn-duurzaam alternatief, waarmee we via een omweg langer afhankelijk blijven van fossiele energie. Het klinkt zo aantrekkelijk: restwarmte die ontstaat door het verbranden van kolen en afval krijgt er een bestemming mee. Maar in feite maakt het huizen en wijken en vooral de ménsen die in daarin wonen langer afhankelijk van fossiele industrie.

Met de WarmtelinQ is het net zoiets als vegetariër worden, alleen niet tijdens het eten. Onze bezwaren tegen de WarmtelinQ, waar het project inpassingsplan voor realisatie van een warmtetransportleiding van Vlaardingen naar Den Haag onderdeel van uitmaakt, zijn nog altijd actueel.

De WarmtelinQ is een nieuw verdienmodel voor de fossiele industrie, waardoor zij hun restproducten kunnen afzetten. Een industrie waar we juist snel afstand van moeten nemen.
Een warmtenet wordt aangelegd voor langere tijd, ten minste 50 jaar. De warmterotonde zorgt voor een lock-in effect: de ontvangers van de warmte worden afhankelijk gemaakt de van fossiele bron. En wie zal de fossiele industrie durven sluiten, als er daardoor mensen in de kou komen te zitten?
De provincie heeft aangegeven dat op den duur duurzame bronnen de fossiele bronnen kunnen vervangen in de WarmtelinQ. Dit is nu nog niet goed uitgewerkt in de plannen. Het doel is altijd geweest om de restwarmte van fossiele bedrijven en van het AVR in het Rotterdamse havengebied als bron te gebruiken. Hoe kunnen andere duurzame warmtebronnen, zoals geothermie of waterstof, in de toekomst aansluiten, als dit vooraf nog niet is uitgewerkt? Daarnaast zijn dit doorgaans bronnen met een lagere temperatuur, terwijl de WarmtelinQ uitgaat van een hoge warmtetemperatuur. De WarmtelinQ belemmert de ontwikkeling naar écht duurzame energie.

Dan de impact van het project zelf: het tracé van de warmtetransportleiding is circa 23 kilometer lang en circa 10 meter breed. Tijdens de aanleg ontstaat veel hinder voor de omgeving door tijdelijke maatregelen en veel overlast voor omwonenden. In de Haagse wijk Transvaal, waar veel straten worden opengebroken en er bomen moeten verdwijnen om de 70 cm dikke leiding aan te leggen, was veel protest. Daarnaast raakt het project het weidevogel leefgebied tussen Delft en Den Haag en een eendenkooi. Er is ook impact met een permanent karakter door verlies van groen, natuur en biodiversiteit. Er lopen straks leidingen door de grond met water dat 120 graden is. Wat doet dat met de bodemtemperatuur en daarmee met de natuurwaarden?

Zoals u allemaal weet adviseerde het College van B&W van Rotterdam vorige week de gemeenteraad negatief over de deelname van de gemeente aan het Warmtebedrijf Rotterdam, omdat dit ‘tot onverantwoorde financiële en juridische risico’s’ zou leiden voor Rotterdam. Het is aannemelijk dat de raad dit advies overneemt later deze week. Waarom komt dit besluit nu? Wat zal dit voor consequenties hebben voor het project? En wat zal de provincie dan gaan doen? Graag de reactie van gedeputeerde.

Er zijn al enorme bedragen aan maatschappelijk geld in de WarmtelinQ gepompt door de provincie en er moet nog zoveel bij. Voorzitter, beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Met de WarmtelinQ bevindt de provincie zich op een doodlopende weg. Laten we omkeren en stoppen met dit geldverslindende project en in plaats daarvan kiezen voor de inzet van écht duurzame technieken voor de energietransitie.

Hanke Hoogerwerf
Statenlid Partij voor de Dieren
Provincie Zuid-Holland