Bijdrage RWE commissie Over­een­komst ontwik­keling Midden­gebied Zuid­plas­polder en herijking proto­col­af­spraken GS


13 april 2022

Bestuurlijke overeenkomst ontwikkeling Middengebied Zuidplaspolder

Onze fractie heeft t.a.v. de bestuurlijke ontwikkeling Middengebied Zuidplaspolder zorgen om 2 zaken:
1. Het betreft feitelijk de realisatie van een heel nieuw dorp in het buitengebied op een locatie die ook wel het afvoerputje van de Randstad wordt genoemd. In het licht van de opgave van klimaatverandering stellen we de vraag of je dat wel moet willen?
2. En daarnaast de handhaving van het waterpeil in verband met bodemdaling: deze keuze levert volgens het HHRS van Schieland en de Krimpenerwaard vergaande beperkingen op voor de waterhuishouding in het gebied.

Het voorliggende ontwerp is een integrale benadering van verschillende opgaves waar de provincie voor staat bij de ontwikkeling van de Zuidplaspolder, niet alleen de woningbouw. Ik richt me in deze fase op de aspecten natuur en biodiversiteit.

In haar advies over de Bestuurlijke ontwikkeling Middengebied Zuidplaspolder doet de PAL de aanbeveling om de ruimtelijke kwaliteit een expliciet doel te maken van het plan. Natuurontwikkeling is hiervan onderdeel. De Groene Schakel was een al bestaande natuuropgave in deze polder, maar die Groene Schakel was tot nog toe niet gerealiseerd.

Uit de milieu effect rapportage, die gekoppeld is aan het ontwerp, blijkt dat het huidige tracé voor de ecologische zone ongunstig scoort vanwege de te verwachten verstoring vanuit de toekomstige bebouwde omgeving. Daarom wordt nader onderzoek gedaan welk ecologisch tracé definitief wordt opgenomen, dit is nu nog niet bekend.

Het plangebied is deels gelegen in NNN gebied en deels nabij NNN gebied. Daarnaast zijn in de directe omgeving Vogel- en Habitatrichtlijngebieden aanwezig. De effecten op NNN en Natura 2000 bij de voorgenomen ontwikkeling scoren nog slecht. De bouwfase en de gebruiksfase leveren aantasting van de natuurwaarden en een toename van de stikstofdepositie op. Ook komt er meer verkeers- en recreatiedruk. Er leven beschermde diersoorten in en in de nabijheid van het plangebied. Er moet nog nader soortgericht onderzoek worden uitgevoerd naar ten minste de effecten op beschermde soorten en jaarrond beschermde nesten. Ook met de vernietiging van leef- en broedgebied van weidevogels dient rekening gehouden te worden, vanwege het mogelijk negatieve effect van de aanleg van het Koning Willem I bos. Beschermde houtopstanden in het buitengebied zijn ook nog geen onderdeel van het voorstel.

Voorzitter, samengevat: vroegtijdig onderzoek naar natuurwaarden kan met name van belang zijn om negatieve effecten op die natuurwaarden en negatieve effecten op de beschermde soorten te voorkomen. Wij roepen het college op tot de volgende procesafspraak: om in samenwerking met de gemeente, in een vroegtijdige fase van het proces die gevolgen te onderzoeken en de te treffen maatregelen vervolgens op te nemen in als expliciete doelen van het plan, zoals de PAL adviseert. Graag een reactie van gedeputeerde.

We zien graag dat de provincie randvoorwaarden meegeven voor natuur-inclusief en klimaat-adaptief bouwen, waarbij thema’s als hittestress, droogte, overvloedige regenval en afvalreductie worden meegeven in de contractering. Wij horen graag de mening van gedeputeerde hierover.

Statenvoorstel herijking protocolafspraken GS en PS onder de Omgevingswet

Iets wat in de context van de ontheffingen in de tekst opviel (op p.8) is dat als een ontheffingsverzoek voor initiatieven tot wind en zonenergie op land worden geweigerd door GS, dit aan PS wordt voorgelegd; en dat deze afspraken zo van kracht blijven tot de module energietransitie door PS is vastgesteld – waarom wordt dit zo expliciet benoemd? Graag een reactie van het college.

Een tweetal principes:
Op p.11 wordt gezegd dat in de Omgevingsvisie rekening gehouden wordt met: ‘voorzorgsbeginsel, beginsel van preventief handelen, beginsel dat milieuaantastingen bij voorkeur bij de bron worden bestreden en het beginsel van vervuiler betaalt.’ Kan gedeputeerde concretiseren hoe dit principe wordt geconcretiseerd en aan welk preventief handelen we moeten denken?

Tenslotte, het principe ‘de vervuiler betaalt’ wordt genoemd. Op welke wijze betaalt de vervuiler daadwerkelijk en hoe wordt dit principe gemonitord of dit voldoende is? Denk hierbij aan de Rotterdamse haven; in de Verstedelijkingsstrategie, waarin wordt aangegeven dat het Haven Industrieel Complex in Rotterdam aangeduid wordt als ‘economische toplocatie’ niet aangetast mag worden. Graag een reactie.

Hanke Hoogerwerf
Statenlid Partij voor de Dieren
Provincie Zuid-Holland