Bijdrage RWE commissie Paar­den­weitjes en bedrij­ven­ter­reinen


14 april 2021

Paardenweitjes

Voorzitter,

dank aan de insprekers voor hun bijdrage en dank aan de commissie dat we dit onderwerp vandaag kunnen bespreken. Dank ook aan gedeputeerde voor het afschrift van uw brief aan de stichting Waarom Weg?

In haar brief geeft gedeputeerde aan, dat de provincie niet verantwoordelijk is voor het handhavingsbeleid van de bestemmingsplanregels ten aanzien van dierenweides, volkstuintjes, hakhoutbosjes, privétuinen en boomgaarden door de gemeenten in de Duin- en Bollenstreek. Feitelijk is dit ook juist. Echter, deze conclusie is te kort door de bocht. De provincie heeft wél een aandeel in het handhavingsbeleid, als dit, in ieder geval gedeeltelijk, wordt ingegeven door het provinciale ruimtelijk beleid in de Duin- en Bollenstreek. De eigenaren en gebruikers van de landjes die zijn aangeschreven, wonen in gemeente-overstijgend gebied van 5 gemeenten: Noordwijk, Katwijk, Teylingen, Lisse en Hillegom. Dit alleen al geeft het provinciale belang aan.
Daarnaast heeft de provincie een belang bij de GOM, de Greenport Ontwikkelings Maatschappij die verantwoordelijk is voor de uitvoering van het ruimtelijk ordeningsbeleid op grond van de ISG uit 2016, de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport.
En tot slot, als zodanig is het ruimtelijk beleid voor de Duin- en Bollenstreek ook verankerd in het provinciale beleid: in het Programma Ruimte, de Omgevingsvisie en in artikel 6.17 van de
Omgevingsverordening.

Het gaat in dit geval niet om een enkele aanschrijving van oneigenlijk gebruik. Alleen in gemeente Noordwijk gaat het om al 265 mensen die een brief van de gemeente hebben gekregen dat hun hobby een oneigenlijk gebruik van gronden betekent. Er is sprake van een breed opgezette handhavingsactie, die wordt uitgevoerd door de Omgevingsdienst.

De overheid is niet alleen verantwoordelijk voor hun inwoners, maar heeft ook een zorgplicht voor de dieren. Dieren kunnen niet voor zichzelf opkomen, daarom moeten wij voor de belangen van de dieren spreken. Het zou vanzelfsprekend moeten zijn om dierenwelzijn te betrekken in het overheidsbeleid. Een rondgang voor de mogelijkheden om hun paard elders te stallen op een manege of een verblijfsvoorziening, levert slechts 8 beschikbare plekken op in een manegebox. Het is duidelijk dat dit bij lange na niet voldoende is om alle paarden te herhuisvesten en dreigt voor hen de slacht. Dit vindt de Partij voor de Dieren onacceptabel!

Het gaat hier om historisch gegroeide stukjes land waar al jaren geen rendabele bollenkweek meer plaatsvinden. Op deze landjes zijn mensen al lang bezig met het uitoefenen van hun hobby, die bijdragen aan de natuurwaarden en verhoogde biodiversiteit in het gebied. Door de uitwerking van de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek (eerst in 2009, later in 2016) is het van oudsher agrarisch gebruik zonder onderscheid onder de ene noemer van de bollenteelt terecht gekomen.

De kleine lapjes grond waar de paarden en andere dieren staan en de moestuintjes zijn gelegen, zijn veelal niet geschikt om terug te brengen naar de bollenteelt. Sommige zijn dit wel, maar de meeste niet omdat ze óf niet bereikbaar zijn voor het bollenteelt materieel, óf omdat ze te klein zijn óf bollentelers zijn niet geïnteresseerd zijn in de gronden. En in veel gevallen waar nu gehandhaafd wordt op oneigenlijk gebruik, kán de bestemming bollenteelt niet meer worden gerealiseerd. Wij vragen ons af wat er dan met de grond zal gebeuren. In deze gevallen zal de gemeente moeten bezien hoe de situatie wordt opgelost. Het lijkt mij logisch dat dit in samenspraak gaat met de eigenaars en gebruikers van die landjes.

Aan de instandhoudingseis van de 2625 hectare aan bollenareaal ga ik in dit betoog niet tornen. Maar kijkend naar de praktijk valt het niet te ontkennen dat er in de Duin- en Bollenstreek nog andere gebruiksfuncties bestaan dan alleen de bollenteelt. Het is aan de inwoners, die een aanschrijving krijgen vanwege het oneigenlijke gebruik van hun moestuintje, boomgaardje of paardenweitje, niet uit te leggen, dat in ditzelfde gebied wél een waspeencentrum met een dak van 12 meter hoog kan verrijzen. Waarom wordt het ene wel en het andere niet toegelaten?

En als we het dan toch over handhaven hebben, waarom gebeurt dat alleen ten aanzien van het oneigenlijk gebruik? Laten we dan óók gelijk op dezelfde wijze het stallen van caravans in kassen, permanente bewoning van recreatiewoningen en het ‘regulier bewonen’ van agrarische woningen gaan aanpakken.

Dit brengt me op de volgende vraag. Is het nu een goed moment om het functioneren van het GOM en het ruimtelijk beleid in de Duin- en Bollenstreek te evalueren? Wat is nu het effect van de twee middelen die het GOM hanteert, de uitgifte van bouwtitels voor 600 zogeheten ‘greenportwoningen’ in het gebied, en de bollengrondcompensatie, de afdracht van € 40,-/m2 die het GOM mag vragen bij een bestemmingswijziging vanwege het onttrekken van bollengrond aan het areaal? En bij deze evaluatie niet alleen het belang van de bollenteelt in het gebied mee te nemen, maar ook te bekijken wat het beleid betekent voor de andere gebruiksfuncties en de biodiversiteit in het gebied? Deze vraag stel ik aan gedeputeerde.

Handhaving is geen slechte zaak, maar wél als dit betekent dat de handhaving als doel heeft het handhaven zelf. Het doel wat met die handhaving wordt beoogd, moet altijd prioriteit behouden en inwoners moeten betrokken worden bij het handhavingsbeleid. Dit is belangrijk in een tijd waarin inwoners het vertrouwen in de politiek en de overheid verliezen, de toeslagenaffaire en de discussie over transparant beleid en burgerparticipatie. De provincie moet ervoor waken dat de menselijke maat uit het beleid verdwijnt. Voor 400 paarden in de Duin- en Bollenstreek dreigt nu de slacht en dat moet hoe dan ook voorkomen worden. We vragen het college om zich ook hiervoor in te zetten.

Voorzitter, ik sluit mijn betoog af met een oproep aan gedeputeerde: ga met de wethouders in de gemeenten in de Duin- en Bollenstreek om de tafel, bemiddel om tot een goede oplossing te komen voor deze situatie die acceptabel en realistisch is voor de gemeenten, maar óók voor de eigenaren en gebruikers van de lapjes grond die het aangaat én hun dieren. Dank u wel.

Bedrijventerreinen

Het zal geen verrassing zijn dat onze fractie absoluut geen voorstander is van de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen en zeker niet in het groen. Daarom zien we meer functiemenging in combinatie met innovatie van technieken voor een schonere bedrijfsvoering en het stoppen van vervuilende industrieën.

We zien voordelen van functiemenging. Het kan ook een positief effect hebben op andere beleidsterreinen – dan noem ik woon/ werk afstand, multifunctioneel inrichten van de ruimte, woningbouw, voordelen op de arbeidsmarkt. Maar functiemenging kan ook problemen opleveren en het zal moet plaatsvinden binnen de randvoorwaarde dat het voldoet aan de eisen en regels ten aanzien van veiligheid en gezondheid, zoals de SP al aanhaalde.

Hanke Hoogerwerf
Statenlid Partij voor de Dieren