Bijdrage vast­stelling Beleids­kader Peil­beheer Zuid-Holland


25 maart 2008

Ter bespreking is het beleidskader Peilbeheer Zuid Holland.

En ik zeg nadrukkelijk beleidskader. Dat wil zeggen dat de kaders duidelijk worden aangegeven op basis waarvan de waterschappen hun taken kunnen uitvoeren.
De kaders zijn wat mijn fractie betreft te ruim gesteld. Alhoewel de waterschappen ongetwijfeld goede kennis van zaken hebben is het belangrijk dat de provincie op hoofdlijnen stuurt en de kaders aangeeft.
In het belang van het voorkomen van versnelde bodemdaling, verhoogde oxidatie en een goede natuurontwikkeling met voldoende biodiversiteit zal de provincie duidelijker moeten kiezen voor het uitgangspunt “functie volgt peil” Deze discussie kan worden opgelost door te kiezen voor een zogenaamde lagenbenadering. Een ruimtelijke functietoedeling op grond van de natuurlijke omstandigheden van bodem en grondwater. De drie provincies Zuid-Holland, Noord-Holland en Utrecht hebben in het Uitvoeringsprogramma Groene Hart 2007-2013 al een functionele indeling gemaakt. Het is niet verstandig om daar nu al van af te wijken. Daarom dien ik een amendement in om op basis van de genoemde argumenten de kaders duidelijker te stellen.
Op pagina 9, 6e aandachtsstreepje staat vermeld:
De drooglegging in gebieden met veen in de ondergrond mag het peil slechts worden verlaagd met de mate van in het verleden opgetreden maaivelddaling. Tevens geldt de richtlijn dat de maximale gebiedsgemiddelde drooglegging (gerekend per peilvak) 60 cm bedraagt. Het in te dienen amendement voegt hieraan toe:
“waarbij voor veengronden in agrarisch gebruik de maximale gemiddelde drooglegging per peilvak niet meer bedraagt dan 40 cm bij veengronden met meer dan 40 cm veen in de bovenste 80 cm bodemprofiel.”

Ik dank u wel.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer