Bijdrage vervolg­no­titie Maat­schap­pe­lijke Parti­ci­patie 2009-2012


8 oktober 2008

Zien bewogen, worden en in beweging komen.
Maatschappelijke participatie geeft aan mensen de voldoening van meedoen in onze samenleving. Voor de diverse groepen is het belangrijk om te participeren in onze maatschappij. Zoals de jeugd, minder bedeelden, ouderen en allochtonen ter bevordering van de integratie.
Mijn indruk is dat GS voor een onzorgvuldige aanpak hebben gekozen door de taken die worden overgedragen van de provincie naar gemeenten onvoldoende te waarborgen. Dit blijkt ook wel uit het grote aantal (inspraak)reacties.
Te beginnen met reactie van de Vereniging voor Kleine Kernen in Zuid-Holland. Onze fractie is het met het standpunt van deze organisatie eens dat er een provinciaal belang is om de leefbaarheid van kleine kernen in onze provincie te blijven ondersteunen. Ik steun daarom het amendement van de SP.
Er is een wettelijke provinciale taak van eerstelijnszorg van jeugdzorg en een wettelijke taak van tweedelijnszorg vanuit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning aan gemeenten om sociale samenhang en leefbaarheid in dorpen, wijken en buurten in gang te brengen vanuit het streven van verantwoordelijkheid, maar ook van mededogen voor vooral zwakkeren in onze samenleving. Daarbij denk ik aan zorg voor jongeren, ouderen, allochtonen, gehandicapten, mantelzorgers en mensen met psychische problemen of problemen thuis.

Van een aantal organisaties, die een belangrijke tweedelijnsfunctie vervullen, wil de provincie nu de subsidie stopzetten.
De organisatie: “De Arme Kant van Zuid-Holland” moet naar de mening van mijn fractie blijvend worden ondersteund door de provincie, omdat zij een belangrijke tweedelijnsfunctie heeft: deskundigheidsbevordering, kennisuitwisseling en innovatie. En daarbij komt ook nog: waarom wel prioriteit geven aan economische aspecten als zijnde provinciaal belang en niet aan armoedebestrijding? Dit is onomstotelijk met elkaar verbonden en de subsidie moet dus wat ons betreft gehandhaafd blijven. Ik steun daarom van harte het door de SP ingediende amendement.

In het stuk wordt verder aangegeven dat de provincie gemeenten ondersteunt in haar preventieve jeugdbeleid en nazorg. Mijn fractie is van mening dat de subsidierelaties m.b.t. het jongerenwerk hierbij horen, zoals JSO (Centrum voor jeugd, samenleving en opvoeding), de Stichting jeugd- en jongerenwerk Zuid-Holland en de YMCA (Young Men's Christian Association). Deze mogen niet worden afgebouwd, omdat zij eveneens een belangrijke tweedelijnsfunctie vervullen. Ik steun daarom het amendement van de SP
Ditzelfde geldt ook voor het diversiteitsbeleid en het stopzetten van de subsidie aan de Stichting Meander (noot: dit betreft een stichting die zich inzet voor verbetering van diversiteitsbeleid in Zuid-Holland). Ik steun wederom het amendement van de SP.

Dan de functie van Regionale Agenda Samenleving (RAS). Met het RAS wil de provincie toewerken naar het stellen van prioriteiten, minder versnippering en bundeling van krachten om op den duur tot een volledige gebiedsgerichte integratie te komen van de aanpak van samenlevingsvraagstukken. Doel van het RAS is het realiseren een goede aansluiting tussen lokaal jeugdbeleid en provinciale jeugdzorg. Voorwaarde van de provincie is wel dat het gemeentelijk bedrag voor de jeugdzorg tenminste gelijk blijft. Mijn vraag aan de gedeputeerde is of dit daadwerkelijk zo is en op grond waarvan zij tot deze conclusie komt. Lokale taken worden veelal overgedragen aan gemeenten. Ik denk dat het belangrijk is om de vele taken die gemeenten krijgen overgedragen gefaseerd en geleidelijk te laten plaatsvinden en niet ineens allemaal over de schutting te gooien. Mijn vraag aan de gedeputeerde is of gemeenten op dit moment wel voldoende geëquipeerd om deze taken in te vullen, want zij krijgen in het kader van decentralisatie al zo veel op hun bord en op grond waarvan trekt u deze conclusie?

Het gevaar bestaat verder dat de RAS een bureaucratische tussenschakel wordt i.p.v. een faciliterende en coördinerende instantie. In het RAS zitten ook deelnemers, zoals wethouders, die mogelijk ook nog andere belangen hebben. In de commissie is toegezegd nader te spreken over een evaluatie. Deze bespreking wil ik eerst afwachten, maar het lijkt me zeker nodig om hierbij ook de evaluatie van het functioneren van de RAS te betrekken.

De provincie heeft een provinciale taak om gemeenten te ondersteunen bij hun taak om zwakkere groepen in onze provincie in verbinding te brengen en te houden met onze samenleving. Dit gebeurt namelijk niet vanzelf. Mensen moeten namelijk eerst zien, vervolgens worden zij bewogen en dan komen zij in beweging in onze samenleving. Afhankelijk van de reactie van GS zal mijn fractie voor of tegen het voorstel stemmen.
De volgende zin uit het document kan mijn fractie van harte ondersteunen: “Wij willen onze provinciale bijdrage leveren aan het ondersteunen van zorgvragers, mensen die chronisch ziek zijn of met een beperking leven, voor jongeren met problemen thuis en mantelzorgers”. Als inspiratie hiervoor wil ik besluiten met het volgende gedicht:

Je laten raken door de ander
Zijn nood en zijn verdriet
Zijn onmacht om al wat geschiedt
Een plaats geven, een provincie zijn die ziet

Je laten raken door de ander
Tot waar je ziel begrijpt en doet
Tot waar -wat je heel stil vermoedt-
Je ook je diepste zelf in hem of haar ontmoet

Je laten raken door de ander
Het mens zijn dat ons samenbindt
Tot je diepe littekens vindt
En alles ziet met de ogen van een kind

Je laten raken door de ander
En echt zijn behoeften wilt verstaan
Maar ook het mededogen hebt dat voortaan
Aan de ‘minder bedeelden’ van onze samenleving is gedaan

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer