Ener­gie­agenda 2016-2020-2050


13 oktober 2016

Bijdrage energieagenda 2016-2020-2050

In Parijs is in 2015 ook door Nederland een klimaatakkoord ondertekend om de temperatuur op aarde niet meer te laten stijgen dan 2 graden Celsius en hiervoor de CO2 uitstoot fors te verminderen. Daarvoor moet door Nederland en ook Zuid-Holland fors worden ingezet om de ernstige gevolgen voor mens, dier en milieu te voorkomen.

De Partij voor de Dieren is blij dat er door dit College wordt geïnvesteerd in de reductie van CO2 en vermindering van het gebruik van fossiele brandstoffen en in het gebruik van schone en hernieuwbare energie.

Maar…. Toch heeft de PvdD nog veel aan te merken op dit document.

Energiebesparing

Via het programma ‘investeren in vernieuwen, thema stad en omgeving’ werken de provincie en de regio’s MRDH, Drechtsteden en Holland-Rijnland aan een regionaal fonds voor energiebesparing in de bebouwde omgeving. Op zich is dat natuurlijk goed, maar we zijn van mening dat er veel meer ingezet moet worden op energiebesparing. Dit moet wat ons betreft worden opgenomen in de energieagenda. Aanpak bij de bron onder het motto: ‘voorkomen is beter dan genezen’. Een paar voorbeelden: bijvoorbeeld via het stimuleren van isolatie van woningen, het verminderen van energiegebruik voor nachtelijke verlichting van bedrijfspanden, lichtreclame en straatverlichting. Ook de provincie kan zich hiervoor gaan inzetten.

Warmterotonde

In de toekomst is de Warmterotonde de verbinding tussen aanbieders en gebruikers van warmte. De provincie werkt vanuit een regierol mee aan de verdere ontwikkeling van de warmtenetwerken. De provincie wil 50 miljoen euro investeren in de aanleg van een warmterotonde. Waar sprake is van marktfalen willen de provincie bijdragen aan financiering van de hoofd-infrastructuur. Op zich is dit al een risicovolle investering, want wat is het rendement op de langere termijn? We hebben grote twijfels of we niet worden ingehaald door de tijd m.b.t. de ontwikkeling van duurzame energie. Het is een enorme investering en lokale zelfvoorziening in energie is in opkomst. Wat moeten we dan met de enorme investeringen een hoofdinfrastructuur van de warmterotonde als dit niet gaat werken? Ook de mogelijke ‘gedwongen winkelnering’ is een struikelblok voor onze fractie. De PvdD wil dat de focus in de energieagenda wordt verlegd van de warmterotonde naar energiebesparing en duurzame decentrale energievoorziening in plaats van voor de warmterotonde. Ik ga zo nog nader in op de door ons voorgestelde decentrale energievoorziening.

Aardwarmte

De PvdD heeft zorgen over de gevolgen van aardwarmtegebruik op de langere termijn. De gevolgen ervan voor de bodem zijn nog onduidelijk. De kans op aardbevingen in de toekomst is aanwezig. Kijk bijvoorbeeld naar de gevolgen van de aardgaswinning in Groningen en de gevolgen ervan op de langere termijn. Ook dat was in het begin niet duidelijk. We adviseren het College daarom deze ontwikkeling goed en regelmatig te monitoren, zodat we inzicht blijven houden in de gevolgen ervan. De provincie richt zich op het bij elkaar brengen van vraag en aanbod. Enerzijds nieuwe producenten, zoals de ‘grondstoffenfabriek’ van de waterschappen en mestverwerkende landbouwers, anderzijds gebruikers van grondstoffen en energie uit biomassa. Zuid-Holland hanteert als uitgangspunt dat de energieproductie uit biomassa

Biomassa Landbouw en mestvergisting

We zijn geen voorstander van het verbranden van biomassa. Veel van deze biomassa is recyclebaar, bijvoorbeeld als het verwerkt wordt tot compost. Als het wordt verbrandt, wordt het niet gerecycled

Mestvergisters produceren geen groene stroom, maar bruine stroom. Nederland is het vieste jongetje van de Europese klas met 70 miljard kilo mest, 14x het lichaamsgewicht van elke Nederlander in poep.
Aan de 150 mestvergisters die Nederland nu telt, is als subsidie voor 'groene stroom' al 345 miljoen euro subsidie uitgegeven. Maar Het kleine beetje energie dat de mestvergisters opleveren, komt niet uit de lucht vallen. Om de veefabrieken draaiende te houden, worden er grote hoeveelheden soja en maïs ingevoerd uit landen als Brazilië en Argentinië. Dit hele proces kost jaarlijks net zo veel energie als vijf miljoen huishoudens gebruiken. De schamele opbrengsten van de mestvergisters staan daarmee in schril contrast.
We verspillen veel te veel energie aan de bio-industrie en we wekken er maar heel weinig energie mee op. De intensieve veeteelt is verantwoordelijk voor een groot deel van de C)2 uitstoot, uitstoot van methaangas en lachgas, wat schadelijk is voor ons milieu. De veestapel zal in zijn geheel moeten krimpen, waardoor er niet meer mest wordt geproduceerd dan er verantwoord op de Nederlandse landbouwgronden gebruikt kan worden. Als er minder dieren gehouden worden, is er minder mest en zijn er minder problemen. Juist vermindering van de intensieve landbouw kan bijdragen aan de vermindering van CO2 uitstoot en methaangas.

Decentrale energievoorziening

De Partij voor de Dieren wil toe naar een decentrale en duurzame energievoorziening waarbij burgers en bedrijven zelf energie opwekken. Bedrijven en publieke gebouwen moeten netto-energieleveranciers worden in plaats van energieverbruikers. Zelf opgewekte energie moet terug geleverd kunnen worden aan het net, tegen saldering van de afgenomen stroom. Ook moeten energiebedrijven een kostendekkende vergoeding gaan betalen voor de energie die particulieren netto terug leveren aan het elektriciteitsnet. Bewonerscollectieven moeten de mogelijkheid krijgen om opgewekte energie onderling uit te wisselen zonder hiervoor belasting te betalen. Hierdoor kunnen hele wijken samen energie opwekken en delen.

Motie: verleggen van de focus van de warmterotonde naar energiebesparing en duurzame decentrale zelfvoorzienende energie?

Zonne-energie

De Partij voor de Dieren wil dat duurzame stroom als de productie van zonne-energie voorrang gaat krijgen op het elektriciteitsnet. Daarnaast willen we zonnepanelen op grote schaal langs provinciale wegen, op vliegvelden en op viaducten. We zijn blij met de pilot van zonne-energie op geluidsschermen langs de N470.

Landelijke inzet en inzet andere provincies

Vergelijkbare beleidsstukken zijn al bij andere overheden aan bod gekomen. Landelijk is de klimaatwet ingediend, in Noord-Holland is bijvoorbeeld de Beleidsagenda Energietransitie behandeld en in Den Haag zijn in 2013 door 10 van de 12 partijen (alleen PVV en VVD stemde tegen) lange termijn doelen gesteld voor het beperken van de uitstoot van broeikasgassen en is er een soort routekaart opgesteld om die doelen te kunnen behalen.

In lijn met deze besluiten heeft onze fractie enkele moties opgesteld.

Provincie geeft het goede voorbeeld

De provincie zal zelf als regievoerder van duurzame energie op alle fronten het goede voorbeeld moeten geven: volop inzetten op energiebesparing, een energieneutrale provinciale organisatie en gebruik van duurzame energie als zonne-energie, wind- en waterenergie. Voor de organisatie van de provincie Zuid-Holland is nog geen CO2-voetafdruk beschikbaar. Eveneens zijn er geen doelen opgenomen voor de organisatie van de Provincie. De Partij voor de Dieren dient samen met GroenLinks en een groot aantal andere fracties een motie in om als provincie het goede voorbeeld te geven om de CO2 voetafdruk te verkleinen.

Ten tweede een motie genaamd Routekaart provincie 2050. Deze motie houdt in dat een routekaart wordt gemaakt naar een duurzame provincie in 2050. De motie verzoekt het college dezelfde methodiek te gebruiken als de regio Haaglanden heeft gevolgd. Dit houdt in dat eerst een stip op de horizon naar 2050 wordt gezet en vervolgens daaruit af te leiden welke set van noodzakelijke energietransitie-maatregelen nodig zijn om doelen te bereiken en welke rol de provincie daarin kan spelen.

En ten derde een motie om een jaarlijkse klimaatbegroting op te stellen met daarin de uitwerking van het door Gedeputeerde Staten te voeren klimaatbeleid per kalenderjaar.

Tot slot dienen we de motie “kwantificering vermindering CO2 emissie’ in. Hierin verzoeken we de ambities zoals verwoord in het huidige voorstel omhoog bij te stellen en meetbaar te maken.

Investeringsstrategie Energie-Innovatiefonds Zuid-Holland

Vandaag besluiten we aan welke eisen projecten moeten voldoen om in aanmerking te komen voor een lening bij het Energie-innovatiefonds. Hoe vernieuwend moet je zijn? En vooral hoe schoon moet je nieuwe techniek zijn? Wat onze fractie betreft moet een nieuwe techniek erg schoon zijn om geld uit de pot te mogen krijgen. Met andere woorden, een nieuwe innovatie op het gebied van energie moet leiden tot energiebesparing dan wel leiden tot forse inperking van de CO2 uitstoot. De manier waarop gemeten wordt hoeveel vervuiling wordt tegengegaan is via de prijs van CO2-emissierechten. De gedeputeerde zegt over deze problematiek ook iets in zijn later aan de agenda toegevoegde brief. Pas bij een prijs van 50 euro per ton is zon en wind goedkoper dan fossiele energie. Daarom is onze fractie teleurgesteld in de minimumprijs van 10 euro die de provincie voorstelt in dit stuk.

Tot zover mijn bijdrage in eerste termijn. Dank u wel.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer