Bijdrage nota inno­va­tie­agenda duurzame landbouw


29 juni 2016

De Partij voor de Dieren vindt het een goede zaak dat de provincie wil inzetten op regionalisering van de landbouw en de stad-landverbinding, waarbij mensen in de stad eten uit hun eigen omgeving kunnen kopen. Dat is minder gesleep met voedsel en goed voor de regionale economie. Ook de inzet op een circulaire landbouw vinden we een goede ontwikkeling. Dat waren onze positieve punten, maar nu ook onze kritiek.

R wordt 15 miljoen euro gepompt in iets dat kop noch staart heeft. Waar het toe moet leiden weet niemand. De gedeputeerde heeft zelfs in de commissie aangegeven: “Een deel ervan zal in rook opgaan, maar dan hebben we er wel van geleerd.” Zo kan er toch niet met gemeenschapsgeld worden omgegaan?

Geen intensivering en uitbreiding veestapel

De intensieve veehouderij heeft ook grote nadelige gevolgen voor het klimaat, het milieu en de natuur, zoals monotone groene woestijnen in het Groene Hart met enkel Engels raaigras, bodemuitputting, bodemdaling, lucht- water en bodemverontreiniging. De afvalstromen zijn enorm. Nederland heeft een groot mestoverschot, de ammoniakuitstoot is veel te hoog. Wereldwijd stoot de veehouderij meer broeikasgassen uit dan al het verkeer en vervoer samen. Om de dieren te voeren wordt op grote schaal tropisch regenwoud gekapt voor de aanleg van sojaplantages ten behoeve van goedkoop veevoer voor de Nederlandse vee-industrie. Oud-minister Veerman stelde dat het systeem vastgelopen is: ‘we importeren voer, we exporteren varkens en de rommel houden we hier’. En die rommel is 70 miljard kilo mest. Dat is 4.000 kg per Nederlander. De in de nota voorgestelde schaalvergroting helpt dus niet het probleem op te lossen.

Geen groene groei

De provincie stelt een groene groei voor, dat wil zeggen dat de provincie schaalvergroting en megastallen mogelijk wil maken met een groen sausje er overheen. Dat is niet duurzaam.

De voorgestelde schaalvergroting en intensivering brengt bovendien grote risico’s met zich mee voor mens en dier in de vorm van ernstige epidemieën en dierziektecrises als Q koorts, MRSA en MKZ. Door verdergaande schaalvergroting komen het landschap en gezins- en familiebedrijven verder onder druk te staan.

Vermindering van de veestapel als oplossing

De enige manier om het probleem echt op te lossen is door minder dieren te houden: kleine bedrijven en dan op een biologische-dynamische wijze. Daar moet de inzet op worden gericht. We moeten toe naar vermindering van de veestapel, naar een grondgebonden melkveehouderij, die past bij het oppervlak aan grond dat boeren tot hun beschikking hebben. Met koeien die in de wei grazen, in plaats van dat ze op stal krachtvoer (soja) voorgeschoteld te krijgen. Voeg daar nog een eerlijke prijs voor onze boeren aan toe en dan heb je een sector die duurzaam en toekomstbestendig is voor milieu, boer en burger.

Biologisch dynamische landbouw

De Partij voor de Dieren wil meer diversiteit in de landbouw, gesloten kringlopen en kortere ketens tussen boer en consument. Dit zijn de bouwstenen voor gezond en duurzaam voedsel. Biologische, regionale, grondgebonden landbouw moet de norm worden. De Partij voor de Dieren wil dat het Gemeenschappelijk Landbouwbudget van de Europese Unie gebruikt wordt om boeren te helpen omschakelen naar biologische landbouw en de landbouwsubsidies moeten op termijn worden afgeschaft, omdat boeren niet bij hun inkomen zo afhankelijk moeten blijven van inkomenssteun, maar via de vrije markt hun boterham moeten kunnen verdienen en een eerlijke prijs krijgen voor duurzaam geproduceerd voedsel. De provincie kan hierbij helpen door de promotie van biologische plantaardige producten actief te ondersteunen.

Concluderend: we vinden de het grootste deel van de voorstellen niet duurzaam en kunnen dan ook hiermee niet instemmen.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer