Blaffen bij het Provin­ciehuis: hoe de instal­lering van een PvdD-statenlid zich onder­scheidt van die van anderen


2 april 2007
De stilte van een leeg plein
Den Haag, 15 maart 2007. Het is half negen, en een frisse donderdagochtend. Op het plein voor het provinciehuis in Den Haag klinkt geblaf. “Kom maar Nikos. Zit. Zit!”
In de felle winterkou is een tiental mensen met aangelijnde hond samengekomen om een haag te vormen voor Carla van Viegen, pas gekozen Statenlid van de Partij voor de Dieren.
Het geblaf van de honden steekt schril af tegen de stilte van een leeg plein.
De mensen die gekomen zijn, zijn of (verkiesbaar) partijlid, of vrijwilliger bij het dierenasiel in Gouda. Allen zijn gekomen na een oproep per mail van PvdD-voorzitter Victor Hooftman. Een aantal ervan is gekleed in een felgekleurd PvdD-veiligheidshesje.
“De meeste honden die hier zijn, komen uit het asiel”, zegt een van de dames. Ze is er zelf werkzaam. “Nikos, kom maar! Tja, hij wil steeds bij iedereen snuffelen.”
Zo nu en dan loopt iemand langs in pak, aktetas in de hand. Er wordt afwisselend nieuwsgierig en verbaasd gekeken naar de ploeg met de luidruchtige honden. Een van de passanten blijft stilstaan en vraagt: “Wat zijn jullie hier eigenlijk aan het doen?” Als een van de PvdD’ers antwoordt dat het om het verwelkomen van van Viegen gaat, lacht hij: “O, dat vind ik een leuk initiatief. Prettige dag nog verder!”
Stout
“Je bent afgestaan hè. Stout. Ja, jij bent niet stout, maar de mensen die je hebben afgestaan”, mompelt een dame met een klein keffertje.
Een ander nietig hondje rilt in de kou van de ochtend. Het bontgekleurde jasje dat het beestje draagt lijkt niet te voldoen. “Je bent je stoere spijkerjas vergeten hè?”, zegt z’n baas.
“We kunnen straks nog wel naar Scheveningen met z’n allen, lekker warme chocolademelk drinken.” “Ja, lijkt me gezellig!”, roepen een paar enthousiastelingen.
De grootste
De grootste hond van allemaal wordt begeleid door Liesbeth Hofman, 23 jaar en nummer negen van de PvdD-kandidatenlijst Zuid-Holland. “Zo”, zegt een voorbijganger lachend tegen haar, “kon je geen grotere hond vinden?” “Nee, dit was de grootste die ze hadden!”, antwoordt ze. “Hij is van een vriendin van me.”
Wanneer de voorbijganger uit beeld is, staart ze voor zich uit. “Zo bizar hoe het gelopen is: ik ben nu zes jaar vegetariër en bijna negen maanden moslim. Dat had ik vroeger nooit gedacht.” Wanneer ze praat, vormt haar adem kleine wolkjes in de kou.
“Wie dit bedacht heeft, om bij de installering te zijn met een haag van honden? Ik geloof dat het mijn moeder was. Ja, ze stemt ook PvdD. Ze zal wel moeten!”, lacht Liesbeth.
“Wat ons onderscheidt van andere partijen, is dat we apart zijn, en creatief. Het wordt tijd dat er iets gedaan wordt voor dieren. Andere partijen beloven vaak van alles, maar er gebeurt zo weinig. Over vijftig jaar kijken we met schaamte terug… of hopelijk eerder.”
Liesbeth wordt tijdens haar verhaal voortdurend onderbroken door de honden. Van alle kanten klinkt geblaf. Alle soorten honden lijken vertegenwoordigd. “Is dat een teef of een reu?”, vraagt een van de hondenbezitters aan een ander.
Liesbeth praat verder: ”We hadden het hoogste aantal stemmen van alle gemeenten. Nu zijn we hier om Carla en de PvdD steun te betuigen. Een soort eerbetoon, een haag, om de installering van het Statenlid officieel te maken. Soms krijg ik wel eens een negatieve reactie op mijn actief zijn voor de PvdD. Sommigen vinden het een lachertje, en denken dat we alleen om dieren geven. Maar dan zeg ik: we zijn er niet alleen voor de dieren, maar juist voor álle zwakkeren in de samenleving. ”
Pinchers en petit fours
Als de klok negen slaat, galmen de klanken over het plein. “Hey knapperd, mag ik een foto van je maken?” richt een dame zich tot haar hond. “Wil jij ‘m even vasthouden? Kan ze op de foto.” De hond wordt even uitgeleend aan een ander.
Dan komt van Viegen aanlopen. Gekleed in een feestelijk grijswit mantelpakje en breeduit lachend. “Wat leuk dat jullie gekomen zijn!” Ze hurkt bij een van de honden, waarna een foto van haar wordt gemaakt. “Lekker hè, die zon. Ik ben heel blij. Ja, had het ook wel verwacht, die zetel. Twee was nog leuker geweest, dan kon ik meer overleggen”, zegt ze. “Ik hoop trouwens dat jullie zo wel koffie krijgen, anders ga ik het even vragen”.
Ze heeft het net gezegd, of een van de medewerkers van het Provinciehuis komt naar buiten. “Ik zal jullie koffie en thee brengen. Wie koffie? Hoeveel zwart? Iets anders nog? Thee? Water?” De koud geworden mensen op het plein roepen door elkaar.
“Weet u het nog?”, vraagt een dame de medewerker. “Het zijn net honden. Ze blaffen allemaal door elkaar.”
Even later komt de man opnieuw naar buiten, dit keer met een vol dienblad. Koffie, thee, water en pastelkleurige petit fours worden op een houten picknicktafel voor het Provinciehuis uitgestald.
De honden, van pincher tot schnautzer en van herder tot asbak, happen naar de petit fours, maar deze zijn slechts weggelegd voor hun (tijdelijke) bazen.
De met kersen en rozen gedecoreerde hapjes laten zich goed smaken. Toch blijven de eters kritisch: “Dit wordt zeker allemaal betaald van de hondenbelasting”, roept een oplettende PvdD’er, waarna de rest in lachen uitbarst.
“Is er nog iets dat men moet weten?” vraag ik Liesbeth tot slot.
“Ja, dat wij het zonnetje zijn op een koude morgen.”
Den Haag - Van Viezen aait een van de honden bij het Provinciehuis (foto: Michele Quaegebeur)

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief