Partij voor de Dieren: grenzen aan omvang melk­vee­be­drijven


15 juli 2014

Den Haag, 15 juli 2014 – De groei van de melkveehouderij in Zuid-Holland gaat ten koste van het milieu, de volksgezondheid en het dierenwelzijn. Daarom moeten er grenzen worden gesteld aan de grootte van melkveebedrijven. Daarvoor pleit de Partij voor de Dieren in Zuid-Holland. Een motie van die strekking haalde echter geen meerderheid in de Provinciale Staten.

Het melkquotum voor melkveehouderijen verdwijnt op 1 april 2015. Vanaf die dag mogen boeren net zo veel melk produceren als ze willen. Veel Nederlandse boeren zijn daarom nu al bezig hun veestapel uit te breiden. Ook in Zuid-Holland worden de melkveehouderijen steeds groter.

Ruim 65% van onze landbouwgrond - 1,2 miljoen hectare -, in Nederland is bestemd voor de melkveehouderij en de grootste agrarische sector in Zuid-Holland is de melkveehouderij. De verwachting is dat de afschaffing van het melkquotum de groei van de melkveehouderij alleen maar zal versterken. Meer koeien en dus een hogere melkproductie per bedrijf heeft echter verregaande nadelige gevolgen voor het milieu, de volksgezondheid en het dierenwelzijn. Ook gaat de uitbreiding ten koste van de biodiversiteit, oftewel de soortenrijkdom, in deze provincie.

Daar komt bij dat in grootschalige melkveehouderijen de koeien uit oogpunt van efficiency en tijdwinst steeds vaker het hele jaar op stal blijven staan. De koeien kunnen daardoor geen natuurlijk gedrag meer vertonen, krijgen vaker klauw- en uierontstekingen, vruchtbaarheidsproblemen en andere lichamelijke ongemakken. Ook wordt de melkproductie van de dieren steeds hoger. Koeien geven 2 ½ keer zoveel melk als 75 jaar geleden: van 3.300 naar gemiddeld 8.000 kilo per jaar, met uitschieters naar 12.000 kilo. Melkkoeien worden gemiddeld maar vijf à zes jaar, terwijl hun gemiddelde normale leeftijd veertien jaar is. Door dit alles komt het dierenwelzijn ernstig in het geding. Koeien horen in de wei, ook al omdat dat hoort bij ons cultuurlandschap.

De melkveehouderij is slecht voor ons milieu: het is de meest vervuilende landbouwsector op het gebied van broeikasgassen, fosfaat, stikstof, ammoniak en zware metalen. Voor iedere kilo melk wordt een kwart kilo mest en één kilo broeikasgas geproduceerd. Iedere koe produceert jaarlijks evenveel broeikasgas als 3 ½ personenauto.

Ook zijn er bedreigingen voor de volksgezondheid. Verschillende resistente bacteriën zijn bij koeien al aangetroffen, waaronder de MRSA of ziekenhuisbacterie. Deze bacterie vormt in toenemende mate een risico voor de volksgezondheid. Ook neemt het aantal multiresistente E. coli bacteriën alarmerend toe. Onverantwoord antibioticagebruik zal voor een verdere toename van resistente bacteriën zorgen.

Onlangs heeft staatssecretaris Dijksma (Economische Zaken) hierover een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarin staat dat provincies en gemeenten meer mogelijkheden krijgen om het aantal dieren in de veehouderij te beperken. Niet alleen met het oog op het milieu, maar ook vanwege de risico’s voor de volksgezondheid als gevolg van veeziektes.

De Partij voor de Dieren in Zuid-Holland vindt dan ook dat Gedeputeerde Staten grenzen moeten stellen aan de groei van melkveebedrijven in deze provincie. Tijdens de behandeling van de provinciale visie Ruimte en Mobiliteit diende de partij daarom een motie in van die strekking. Voor deze motie was echter geen meerderheid te vinden in de Provinciale Staten.