Partij voor de Dieren: herin­tro­ductie otter in Zuid-Holland is ongewenst


19 maart 2009

Den Haag, 20 maart 2009 – Het herintroduceren van de otter in de Nieuwkoopse en Reeuwijkse plassen is volgens de Partij voor de Dieren in Zuid-Holland geen goed idee. De vis waarvan de otter leeft, bevat waarschijnlijk te veel giftige stoffen. Ook loopt het dier grote kans slachtoffer te worden van autoverkeer. Bovendien wil de Partij voor de Dieren niet dat de otter wordt gebruikt als ‘proefkonijn’ voor het bepalen van de kwaliteit van het water.

De Europese visotter was tot begin vorige eeuw een vrij algemeen voorkomend dier in de Nederlandse wateren. Omstreeks 1900 waren er nog zo’n 700 in Nederland aanwezig. In 1960 was het aantal al afgenomen tot zo’n 100 stuks. Onder meer door verandering en inkrimping van leefgebieden, bijvangst in visfuiken en toename van de verkeersdrukte liep het aantal otters vervolgens snel terug. In 1978 werd de laatste otter uit de Nieuwkoopse Plassen doodgereden en in 1988 werd de otter in Nederland uitgestorven verklaard.

In 2002 volgde herintroductie van de otter in Nederland. Dat gebeurde in De Wieden in Noordwest Overijssel. Deze herintroductie was tot dusver geen groot succes. Veel otters sneuvelden in het verkeer en andere verdwenen uit het gebied waarin ze waren uitgezet. Desondanks heeft de burgemeester van Reeuwijk het plan opgevat om otters uit te zetten in de Nieuwkoopse en Reeuwijkse plassen.

Er bestaan internationale richtlijnen waaraan de herintroductie van een wereldwijd of plaatselijk in het wild uitgestorven dier moet voldoen. Zo moeten onder meer de oorzaken waardoor het dier is uitgestorven, zo veel mogelijk worden weggenomen. Ook moeten menselijke activiteiten die een gevaar vormen voor het dier, bijvoorbeeld autoverkeer, worden geminimaliseerd.

Uit onderzoek is echter gebleken dat vissen in Nederlandse wateren hoge concentraties van de giftige stof polychloorbifenyl (PCB) bevatten. Otters, die bijna uitsluitend vis eten, kunnen daaraan sterven. Ook lopen ze de kans op voortplantingsstoornissen als gevolg van de PCB’s die zich in hun lichaam ophopen. Verder is het drukke verkeer een grote bedreiging voor de otter. De kans dat een otter onder de wielen van een auto terecht komt, is groot.

De Partij voor de Dieren in Zuid-Holland (PvdD) is daarom geen voorstander de herintroductie van de otter in Zuid-Hollandse wateren. Ze is het op dit punt eens met minister Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Die is om dezelfde redenen tegen het uitzetten van de otter in de omgeving van Reeuwijk.
De PvdD vindt bovendien dat de otter niet mag worden gebruikt als ‘proefkonijn’ voor het bepalen van de waterkwaliteit. Otters zijn daar namelijk een goede graadmeter voor.

Carla van Viegen, fractievoorzitter van de PvdD in de Provinciale Staten in Zuid-Holland, heeft daarom vragen over deze kwestie gesteld aan Gedeputeerde Staten. Die moet namelijk, op grond van de Flora- en Faunawet, toestemming geven voor de ‘Reeuwijkse’ plannen. Van Viegen wil onder meer weten hoe het provinciebestuur staat tegenover het voornemen om de otter in Zuid-Holland te herintroduceren. En als dat gebeurt, of de provincie Zuid-Holland zich dan zal houden aan de internationale richtlijnen voor herintroductie. Ook vraagt de PvdD zich af of Gedeputeerde Staten wel hebben onderzocht of de vis die in Zuid-Hollandse rivieren en plassen zwemt, niet te veel PCB’s bevatten en of het provinciebestuur wel van plan is maatregelen te treffen om te voorkomen dat otters worden doodgereden in het verkeer.