Partij voor de Dieren: onnodig afschieten damherten in Zuid-Holland voorkomen


11 januari 2009

Den Haag, 12 januari 2009 – De Partij voor de Dieren in Zuid-Holland wil dat de provincie maatregelen neemt die het onnodig maken dat damherten vanwege de verkeersveiligheid moeten worden afgeschoten. Het aantal aanrijdingen op provinciale wegen met damherten is sowieso gering en er zijn genoeg andere mogelijkheden om dergelijke aanrijdingen te voorkomen. Daarom zou de provincie de afschotontheffing voor damherten moeten intrekken, vindt de Partij voor de Dieren.

Aanrijdingen tussen automobilisten en damherten in Zuid-Holland komen maar zelden voor. Op verzoek van de provincie Zuid-Holland deed Grontmij Nederland BV onderzoek hiernaar. Uit dat onderzoek blijkt dat in de jaren 1997 t/m 2006 er in het onderzochte gebied, de Duin-Bollenstreek, 3766 geregistreerde verkeersongevallen plaatsvonden, waarvan 47 ongevallen met dieren. Dit komt neer op een aandeel van slechts 1,25 procent!

Grontmij keek ook specifiek naar de periode 1 oktober 2006 t/m 1 april 2008. In dat tijdvak vonden er 28 aanrijdingen met een dier plaats, waarvan 10 met een damhert. Acht daarvan vonden plaats in oktober (tijdens de bronstperiode), meestal in de vroege ochtend. Zes van die acht aanrijdingen deden zich voor rond de provinciale weg N206, ter hoogte van Noordwijk en Noordwijkerhout. Het ging daarbij om aanrijdingen waarbij er (voor de automobilist) uitsluitend sprake was van materiële schade.

Ondanks deze geringe aantallen staat de provincie het toe dat damherten met het oog op de verkeersveiligheid worden afgeschoten. De Partij voor de Dieren (PvdD) in Zuid-Holland wil daarom van Gedeputeerde Staten weten waarom een dergelijke afschotontheffing is verleend. Uit het rapport van Grontmij blijkt namelijk dat er talloze andere maatregelen mogelijk zijn, die afschot van de damherten overbodig maken. Bijvoorbeeld het aanbrengen van rasters, het op sommige wegen verlagen van de maximumsnelheid naar 50 km per uur, het plaatsen van lichtkranten met een waarschuwingstekst tijdens de bronstperiode, het zorgen voor brede overzichtelijke bermen met voor herten onaantrekkelijke vegetatie of het verbeteren van de verlichting op wegen waarlangs damherten leven. In Gelderland zijn zeer goede ervaringen opgedaan met een signaleringssysteem dat op sensoren werkt.

Veel van deze maatregelen heeft het provinciebestuur echter al direct afgewezen. Zo zijn Gedeputeerde Staten tegen het verlagen van de maximumsnelheid naar 50 km op sommige wegen om aanrijdingen met damherten te voorkomen omdat 'het niet aan de burgers kan worden verkocht'. De PvdD vraagt zich af of afschot van damherten in verband met de verkeersveiligheid dan wél aan de burgers is te verkopen. ‘Als er sprake is van een reëel veiligheidsprobleem, dan kan heel goed aan burgers worden uitgelegd dat het in hun eigen belang is om de maximumsnelheid te verlagen’.

De partij wijst er verder op dat daar waar damherten voorkomen, het zal gebeuren dat er af en toe toch een damhert op de weg terecht komt. ‘Dit is inherent aan het feit dat er damherten in ons land leven en dat het hele land is doorsneden met wegen. Maar dat betekent absoluut niet dat er altijd een ontheffing voor afschot van damherten moeten worden verleend in het belang van de openbare veiligheid’. De PvdD wil daarom dat Gedeputeerde Staten alsnog een einde maakt aan het afschieten van damherten en overgaat op maatregelen die effectiever én diervriendelijker zijn.