Partij voor de Dieren: provincie moet weide­vogels beter beschermen


28 september 2011

Den Haag, 27 september 2011 – Het aantal weidevogels in Zuid-Holland neemt zienderogen af. Voornaamste oorzaak is de intensieve landbouw. De provincie moet daarom maatregelen nemen om weidevogels te beschermen, onder meer door het tegengaan van verdere bebouwing in de leefgebieden van deze vogels. Dat stelt de Partij voor de Dieren in schriftelijke vragen aan Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland.

Uit een Europees onderzoek en uit de Natuurbalans van het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt dat van 145 algemene vogelsoorten in 25 landen vooral het aantal boerenland- en weidevogels de afgelopen 30 jaar hard achteruit is gegaan. In de top-10 van de snelste dalers staan diverse veel in Nederland voorkomende soorten, zoals de patrijs (66 procent afname), de grutto (- 55 procent), de graspieper (- 51 procent) en de kneu (- 49 procent).

Eén van de belangrijkste oorzaken van deze achteruitgang is de intensieve landbouw. Dat geldt ook voor Zuid-Holland. In deze provincie neemt de stand van de weidevogels jaarlijks met drie procent af. Dit ondanks het agrarisch natuurbeheer, dat er op is gericht het aantal weidevogels te laten toenemen. Er zijn in Zuid-Holland wel enkele gebieden met een goede weidevogelstand, maar die worden bedreigd door de bouw van huizen of de aanleg van wegen. Het gaat onder meer om de Vosse- en Weerlanerpolder bij Hillegom, de Gnephoek-polder bij Alphen aan den Rijn, de Aalkeetbuitenpolder bij Vlaardingen en de Noord Kethelpolder in Midden-Delfland.

Om die ontwikkeling te stoppen, vraagt de Partij voor de Dieren in Zuid-Holland aan Gedeputeerde Staten maatregelen te nemen ter bescherming van de weidevogels. De partij stelt onder meer een aanpassing van het huidige agrarische natuurbeheer voor. Zo zouden er strengere eisen moeten worden gesteld aan boeren die subsidie krijgen voor verbetering van de weidevogelstand. Zij zouden het waterpeil op hun land moeten verhogen om weidevogels aan te trekken en pas na 1 juli mogen gaan maaien om kuikens meer kans te geven op te groeien en weg te kunnen vliegen als er wordt gemaaid.

Ook vraagt de Partij voor de Dieren wat de provincie nog meer gaat doen om de weidevogelpopulatie in Zuid-Holland te herstellen. De partij denkt daarbij aan het niet toestaan van verdere bebouwing of de aanleg van nieuwe infrastructuur in groene gebieden en specifieke weidevogelgebieden. Verder wijst de partij op de situatie in de Oude Oostdijkpolder op Goeree-Overflakkee, een van oudsher bijzonder weidevogelgebied. Ook daar dreigt het dramatisch mis te gaan met het aantal weidevogels. De Partij voor de Dieren wil dat de provincie snel ingrijpt om de terugloop van weidevogels in deze polder een halt toe te roepen.