Partij voor de Dieren: stop onnodig afschieten van damherten


16 juni 2011

Den Haag, 16 juni 2011 – Het afschieten van damherten in Zuid-Holland is ongewenst, onnodig en veroorzaakt veel dierenleed. De Partij voor de Dieren in Zuid-Holland is verontwaardigd dat Gedeputeerde Staten het faunabeheerplan voor de damherten toch wil uitvoeren en tot afschot wil overgaan. Er bestaan namelijk andere meer diervriendelijke en duurzame methoden om de eventuele overlast van deze dieren beter te bestrijden.

Het vorige college van Gedeputeerde Staten (GS) in Zuid-Holland heeft faunabeheerplannen opgesteld voor onder andere damherten. Daarin staat beschreven waarom, hoeveel en op welke manier deze dieren mogen worden gedood. Het nieuwe college van GS heeft dierenwelzijn als speerpunt opgenomen in zijn collegeprogramma. Daaruit blijkt dat dit college welzijn van dieren belangrijk vindt en een duurzame en diervriendelijke aanpak wil kiezen bij problemen van overlast, veiligheid en schade. Daarom is de notitie dierenwelzijn die dit najaar wordt ingediend mosterd na de maaltijd. Vele dieren zijn dan namelijk al gedood.

Het faunabeheerplan voor de damherten is volgens de PvdD zeer eenzijdig vastgesteld door een groep die veel belang heeft bij afschot van damherten, zoals jagers, terreinbeheerders en belangenbehartigers van boeren. Fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in Zuid-Holland, Carla van Viegen: “Er staan allerlei onjuistheden en verkeerde aannames, fouten en tekortkomingen in het plan. Er ontbreekt onder meer een goede wetenschappelijke onderbouwing voor de keuze van afschot en het veiligheidsaspect is onvoldoende meegenomen. Daarom betreuren wij het dat Gedeputeerde Staten het plan niet wil heroverwegen.”

Zo zet de PvdD vraagtekens bij de veronderstelde jaarlijkse aanwas van het aantal damherten met 29 procent. Nu worden de gestorven dieren niet meegerekend en dat levert een onjuist beeld op. De werkelijke toename ligt ongeveer op 8 procent en dat betreft een natuurlijk proces van aanwas. Afschot verhoogt juist het aantal dieren, doordat ze zich sneller gaan voortplanten.

Ook het aantal aanrijdingen met damherten is laag: minder dan één procent van alle aanrijdingen in Zuid-Holland en er is dan alleen sprake van blikschade. De schade aan landbouwgewassen die de herten zouden veroorzaken is relatief beperkt en wordt vergoed door het faunafonds.

Ook zijn de economische voordelen van damherten voor het natuurbeheer en de natuurbeleving niet meegewogen. De Dierenbescherming heeft berekend dat de opbrengsten uit ecotoerisme rond de 5 miljoen euro per jaar kan liggen. Dat overstijgt ruimschoots de jaarlijkse schade van 88.000 euro aan gewassen en auto’s. Verder blijkt uit recent onderzoek dat bijna driekwart van de Nederlanders graag groot wild wild ziet in de natuur. Vreemde jagers moet in een drukbezocht natuurgebied, dat ze niet kennen herten gaan afschieten. Dat kan gevaarlijke situaties opleveren.

Via wetenschappelijk onderzoek is aangetoond dat op de Veluwe het aantal aanrijdingen door afschot juist is toegenomen, vanwege de verhoogde schrik- en vluchtreacties van de dieren, die eerder in blinde paniek de weg op vluchten.

De PvdD pleit daarom voor duurzame, diervriendelijke en veiliger alternatieven voor afschot. De partij denkt daarbij onder meer aan het samenvoegen van Nationaal Park Zuid Kennemerland, Amsterdamse Waterleidingduinen, de Blink en Boswachterij Noordwijk en dit gebied vervolgens volledig omrasteren. Hiermee is men al begonnen, maar het is nog niet overal geplaatst. Tot die tijd zouden automobilisten kunnen worden gewaarschuwd door middel van bijvoorbeeld een wildsignaleringsmelding en via auto-navigatiesystemen (TomTom). Daarnaast kan de maximum snelheid waar nodig worden verlaagd en kunnen wegbermen overzichtelijker worden gemaakt, waardoor eventuele dieren eerder worden opgemerkt.