Partij voor de Dieren tegen bomenkap N207


2 maart 2015

Den Haag, 2 maart 2015 – De Partij voor de Dieren in Zuid-Holland is tegen het kappen van 129 bomen langs de N207 tussen Leimuiden en Alphen aan den Rijn. De bomen moeten weg omdat de weg wordt verbreed. De partij wil dat de bomen worden uitgegraven en herplaatst. In elk geval zou het verplaatsen pas na de broedperiode voor vogels moeten plaatsvinden.

De Partij voor de Dieren is bezorgd over de geplande bomenkap. Een zorgvuldig bomenbeheer en -behoud zijn namelijk essentieel voor een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving in onze provincie. Bomen zijn onze groene longen: in een verstedelijkte omgeving zorgen bomen voor verbetering van de luchtkwaliteit. Ze nemen fijnstof en CO2 in grote hoeveelheden op en ze produceren zuurstof.

Bomen dragen bij aan een aangenaam leefklimaat; ze zijn rustgevend en dempen geluid. Ook houden bomen water vast en beperken daarmee het risico van overstromingen. Verder bieden bomen voedsel en huisvesting aan honderden dieren van verschillende soorten zoals vogels, insecten, vleermuizen etc. Bomen hebben ook een cultuurbepalende functie. Steden en dorpen danken hun aantrekkingskracht mede aan de (oude) bomen die het stads- of dorpsbeeld voor een deel bepalen.

De Partij voor de Dieren vindt dan ook alles in het werk moet worden gesteld om de bomen langs de N207 niet te kappen. De kans is bovendien groot dat de bomenkap dieren verstoort, zeker nu de broedperiode begint. De partij vraagt Gedeputeerde Staten om in dat geval de bomenkap gelijk op te schorten.

De Partij voor de Dieren vraagt zich af of het provinciebestuur wel heeft gezocht naar mogelijkheden om de bomen te sparen. Bijvoorbeeld wat het kost om de bomen uit te graven en elders te herplaatsen. Van dat laatste zou de partij een groot voorstander zijn. Ze wil ook weten wat het huidige bomen(kap)beleid van de provincie Zuid-Holland is.