Partij voor de Dieren: verminder dier­proeven en stimuleer alter­na­tieven daarvoor


15 november 2011

Den Haag, 15 november 2011 – De provincie Zuid-Holland moet bijdragen om het aantal dierproeven verminderen en het gebruik van alternatieven voor dierproeven stimuleren. Dat stelt de Partij voor de Dieren in Zuid-Holland. De partij heeft hier inmiddels vragen over gesteld aan Gedeputeerde Staten.

Jaarlijks sterven er in Nederland ruim 500.000 proefdieren en ruim 400.000 overbodig gefokte en gedode dieren. Op deze dieren worden dag in dag uit proeven gedaan.
Proefdieren hebben een gruwelijk leven. Ze zitten alleen of met vele soortgenoten in kleine kooien waarin ze zich vrijwel niet kunnen bewegen en waar weinig afleiding te vinden is. Tijdens de experimenten ondergaan de dieren gruwelijke behandelingen. Het overgrote deel van de dierproeven in Nederland wordt uitgevoerd voor medisch onderzoek. Daarnaast worden er proefdieren gebruikt op universiteiten en hogescholen voor onderwijs en onderzoek en voor het testen van de giftigheid van stoffen.

“Het vorige college van Gedeputeerde Staten in Zuid-Holland heeft aangegeven niet te willen meewerken aan dierproeven die in het kader van medisch en biowetenschappelijk onderzoek worden ontwikkeld. Ook het nieuwe college heeft dat aangegeven. We willen graag weten wat het college hiervoor gaat ondernemen”, aldus Statenlid voor de Partij voor de Dieren (PvdD), Carla van Viegen.

Daarnaast ontvangen diverse instanties waar dierproeven worden gedaan, geld van de provincie. De PvdD wil weten wat de criteria in het provinciale financierings- en subsidiebeleid zijn voor instanties die proefdieren gebruiken.Tot slot wil de PvdD weten of de provincie wil afzien van financiële steun aan bedrijven en instituten waar proefdieren worden gehouden dan wel dierproeven worden uitgevoerd, behalve geld voor innovatie om alternatieven voor dierproeven verder te ontwikkelen.