Partij voor de Dieren: zorgen over dier­proeven in Leiden Bio Science Park


2 november 2009

Den Haag, 2 november 2009 – De Partij voor de Dieren in Zuid-Holland maakt zich zorgen over het grote aantal dierproeven en genetische manipulaties dat in het Bio Science Park in Leiden wordt uitgevoerd. Dit gebeurt met financiële steun van onder meer de provincie Zuid-Holland. De partij wil daarom dat het geld voor dat de provincie hier aan besteedt, wordt ingezet voor het ontwikkelen van alternatieven voor dierproeven.

De provincie Zuid-Holland ondersteunt het onderwijs en de arbeidsmarkt in deze provincie via het programma ‘Innoveren en investeren’. Dat gebeurt onder meer door verdere ontwikkeling van het Leiden Bio Science Park. Eén van de activiteiten van dit park is het uitvoeren van dierproeven voor de pharmaceutische industrie. Verder is het park landelijk bekend door stier Herman die menselijke genen had. Met zestig bedrijven is het Bio Science Park het grootste in Nederland in zijn soort.

Het wettelijke voorschrift als het om dierproeven gaat is: vermindering, verfijning en vervanging. Volgens de landelijke overheid neemt het aantal dierproeven geleidelijk af. In werkelijkheid is het totaal aantal dieren dat wordt gebruikt of gedood in proefdierlaboratoria de afgelopen vijf jaar juist met maar liefst 21,9 procent gestegen. Dat blijkt uit onlangs gepubliceerde cijfers van de Voedsel- en Warenautoriteit.

Oorzaak is het hoge aantal proefdieren dat in laboratoria wordt gefokt om vervolgens als overschot te worden gedood. Dat aantal is de afgelopen vijf jaar meer dan verdubbeld: van 227.641 in 2003 naar 455.884 in 2008. Als deze cijfers worden meegenomen, blijkt dat het proefdiergebruik niet daalt, maar juist sterk stijgt: meer dan een miljoen in 2008, tegenover minder dan 850.000 in 2003.

De Partij voor de Dieren (PvdD) in Zuid-Holland maakt zich grote zorgen over deze ontwikkeling. Daarom wil de PvdD van Gedeputeerde Staten weten hoeveel dierproeven er jaarlijks in het Leiden Bio Science Park worden uitgevoerd en voor welke doeleinden. Ook vraagt de partij zich af hoeveel dieren, die speciaal zijn gefokt voor dierproeven, daar gedood zijn zonder te zijn gebruikt voor dierproeven.

Ook is de PvdD benieuwd hoeveel geld er van de provincie Zuid-Holland sinds 2007 naar het Bio Science Park gaat in het kader van kennisinnovatie en arbeidsmarktontwikkeling. Verder vraagt de partij of het provinciebestuur ook vindt dat het aantal dierproeven moet worden verminderd. En zo ja, of de provincie dan bereid is om het Bio Science Park geld te geven specifiek om alternatieven voor dierproeven te ontwikkelen.