Provincie Zuid-Holland moet uitbreiding melk­vee­hou­derij aan banden leggen


21 juli 2015

Den Haag, 21 juli 2015 – Veel melkveehouders in Zuid-Holland breiden hun veestapel sterk uit nu het melkquotum is afgeschaft. Dit jaar gaf de provincie al 86 vergunningen af voor het bijbouwen van nieuwe stallen en het vergroten van het aantal koeien, tegen 55 in heel 2014. De Partij voor de Dieren in Zuid-Holland maakt zich daar zorgen over, want meer koeien betekent meer mest en meer milieuvervulling. Ze wil daarom dat de uitbreiding van de melkveehouderij in deze provincie aan banden wordt gelegd.

Op 1 april werd het melkquotum afgeschaft. Dat betekent dat boeren zo veel melk mogen leveren als ze zelf willen. Veel Zuid-Hollandse melkveehouders zijn daarom nieuwe stallen aan het bouwen om meer koeien kunnen houden. Daardoor neemt de uitstoot van broeikasgassen en stikstof sterk toe. De Nederlandse landbouw draagt voor bijna de helft bij aan de uitstoot van stikstof in ons land, waarvan ruim de helft afkomstig is uit de melkveehouderij.

Runderen zijn goed voor bijna één vijfde van de wereldwijde uitstoot aan broeikasgassen. Dat is meer dan auto’s, vliegtuigen en andere vormen van transport samen. Meer koeien betekent ook: meer mest, meer milieuvervuiling en aantasting van de leefomgeving van mens en dier, terwijl er al een enorm mestoverschot is.

Door de uitbreiding komt er meer fosfaat in de natuur, zowel op het land als in het water. Dat heeft zeer nadelige consequenties voor de biodiversiteit en voor de bodem-, lucht- en waterkwaliteit, met name in de kwetsbare Natura 2000-gebieden. En waar melkveebedrijven, die mogen uitbreiden dichtbij de natuur liggen, zijn er risico’s dat daar de uitstoot van ammoniak toeneemt. Bovendien gaat de toename van het aantal koeien ten koste van weidevogels als de grutto, de tureluur en de kievit.

De Partij voor de Dieren in Zuid-Holland is zeer bezorgd over deze gang van zaken. Want door het verdwijnen van het melkquotum nemen de milieuproblemen toe, zoals de extra stikstof- en methaanuitstoot. Ze wil daarom dat Gedeputeerde Staten maatregelen nemen om te voorkomen dat de uitbreiding van de veestapel ten koste gaat van de grond-, lucht- en waterkwaliteit in Zuid-Holland.

Bovendien staat in het provinciale Hoofdlijnenakkoord 2015-2019 dat de provincie streeft naar een duurzame en diervriendelijke landbouwsector en zich sterk maakt voor goede waterkwaliteit, dierenwelzijn en een schoon milieu. De Partij voor de Dieren vraagt zich af hoe zich dat verhoudt tot het grote aantal ontheffingen voor uitbreiding van (melk)veehouderijen en het aantal dieren.

Carla van Viegen, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in de Provinciale Staten van Zuid-Holland: ‘De groei van de melkveehouderij in Zuid-Holland moet aan banden worden gelegd. Naast de natuur- en milieurisico’s is er een gevaar dat over een jaar of tien veel veestallen leeg komen te staan door een verminderde vraag naar melk als gevolg van overproductie. Dan gaat het dezelfde kant op als met leegstaande bedrijfsterreinen en kantoren, die het landschap blijvend ontsieren’.