Vragen van Marianne Thieme aan de ministers van landbouw over eenden­kooien in Delfland


22 februari 2007
1. Bent u op de hoogte van het feit dat er momenteel aanvragen gedaan worden voor vergunningen voor (her)oprichting van eendenkooien, zoals o.m blijkt uit Gemeente Informatie Midden-Delfland d.d. 04-01-07 (bijlage).
2. Bent u van mening dat inrichting van dergelijke middelen tot instandhouding en uitbreiding van de hobbyjacht passen in de geest van de Flora- en faunawet, die uitgaat van de bescherming van dieren, met name ook binnen artikel 75 van de Flora- en faunawet?
3. Bent u van mening dat het fokken ten behoeve van de vangst/jacht van eenden past onder de noemer "cultuurhistorisch landschapselement". Ook wanneer een dergelijke eendenkooi ten behoeve van en in beheer van particulieren is?
4. Bent u van mening dat in het geval van eendenkooien sprake is van een vorm van natuurontwikkeling zoals bedoeld in de landgoedregeling? Is het oprichten van een eendenkooi niet veeleer in strijd met natuurontwikkeling en zou ze om die reden stichting van een landgoed niet eerder in de weg moeten staan dan mogelijk maken?
5. Bent u van mening dat het oprichten van eendenkooien op gespannen voet zou kunnen staan met het beschermen van weidevogels in omringende weilanden, zoals o.m de opvatting is van vereniging Natuurmonumenten?
6. Bent u bereid de vergunningverlening voor de aanleg van eendenkooien tenminste aan banden te leggen totdat meer inzicht verkregen is in de mogelijke schadelijke neveneffecten van het oprichten van eendenkooien en de maatschappelijke wenselijkheid hiervan?
7. Kunt u aangeven of aanvragen getoetst worden op artikel 56 1e lid van de Flora en Faunawet, waarin aangegeven wordt dat voorwaarde tot verlenging voor een vergunning voor een eendenkooi voorbehouden is aan eendenkooien welke op 1 april 1984 in bedrijf waren. Hoe verhoudt zich dit uitgangspunt tot nieuwe aanvragen?

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief