Zuid-Holland zet op aandringen Partij voor de Dieren in op ener­gie­be­sparing


28 maart 2013

Den Haag, 28 maart 2013 - De provincie Zuid-Holland gaat op aandringen van de Partij voor de Dieren energieverspilling aanpakken. De provincie gaat niet alleen energie besparen in haar eigen gebouwen, maar gaat ook Zuid-Hollandse bedrijven en kantoren stimuleren om ‘s avonds en ’s nachts zo veel mogelijk de lichten uitdoen.

De Partij voor de Dieren is blij met deze toezegging van Gedeputeerde Staten. In de gebouwen, die de provincie in beheer heeft, wordt een energiescan uitgevoerd. Daarbij wordt bekeken of de verlichting van deze gebouwen in de avonduren zo veel mogelijk uit kan; de verwarming een graad lager kan en de sluimerenergie (het gebruik van elektriciteit zonder dat een apparaat wordt gebruikt) kan worden verminderd. Verder gaat de provincie gemeenten en bedrijven nadrukkelijk stimuleren om in de avond- en nachturen zo veel mogelijk de lichten uit te doen.

In Frankrijk wordt het voor winkels en kantoren binnenkort verplicht om de lichten uit te doen als de laatste werknemer naar huis gaat. De Partij voor de Dieren wil dat Nederland dit goede voorbeeld volgt en ook een dergelijke verplichting invoert. Een landelijke motie kreeg onlangs brede steun in de Tweede Kamer. Op basis van een schatting van ECN, het nationale instituut voor energie-innovatie, blijkt dat in kantoren en winkels 536 miljoen kWh elektriciteit kan worden bespaard door het uitschakelen van onnodige verlichting buiten bedrijfstijd. Dat zou een energiebesparing opleveren ter grootte van het verbruik van 150.000 huishoudens.

Fractievoorzitter Carla van Viegen: “Ik ben heel blij met deze toezegging van Gedeputeerde Staten. Energiebesparing draagt niet alleen bij aan een duurzame samenleving, maar is ook nog eens kostenbesparend. Verlaging van één graad van de verwarming levert al gauw een besparing van 7 procent op en reductie van sluimerenergie een besparing van 10procent op jaarbasis. Bovendien draagt minder verlichting in de nacht bij aan het provinciale speerpunt van meer duisternis.”