Schrif­te­lijke vragen hoger beroeps­zaken onthef­fingen doden in het wild levende dieren


Indiendatum: 28 feb. 2021

Toelichting

De provincie Zuid-Holland heeft in een relatief korte periode maar liefst drie hoger beroepszaken verloren inzake provinciale ontheffingverlening om de volgende dieren te mogen doden:

  • Knobbelzwanen[1]
  • Vossen met geluiddempers en kunstlicht na zonsondergang en voor zonsopkomst[2]
  • Konijnen[3]
  • En een voorlopige voorziening waarin het doden van damherten in de Hoeksche Waard is verboden[4] [5]

Naar aanleiding hiervan legt de Partij voor de Dieren de volgende vragen aan u voor:

Vragen

1. Kent u het bericht ‘Wilde dieren zijn het haasje in Zuid-Holland; provincie staat afschot te gemakkelijk toe’?[6]

2. Hoe beoordeelt het college het feit dat in korte tijd drie hoger beroepszaken zijn verloren voor door Gedeputeerde Staten afgegeven ontheffingen om knobbelzwanen, vossen, en konijnen te doden en een voorlopige voorziening waarin het verboden is om damherten te doden?

3. Welke argumentatie hebben GS om telkens in hoger beroep te gaan tegen de rechterlijke uitspraak?

4. Hoeveel kosten zijn er gemoeid met deze hoger beroepszaken, die door GS zelf zijn gestart en hoeveel menskracht heeft dit alles gekost? Hoe verhouden deze kosten zich tot de vermeende economische schade die door uitvoering van bovengenoemde ontheffingen voorkomen zou moeten worden?

5. Is het college bereid om in de toekomst het afgeven van een ontheffing veel zorgvuldiger te beoordelen? Zo nee, waarom niet?

6. Bent u bereid om meer in te zetten op niet-dodelijke methoden om schade en overlast te beperken? Zo nee, waarom niet?

7. Bent u bereid om door een aanpassing van de omgevingsverordening een relatief groter aantal zetels binnen het bestuur van de faunabeheereenheid beschikbaar te stellen voor natuur- en dierenwelzijnsorganisaties, zodat zij niet langer in de minderheid zijn ten opzichte van grondeigenaren, agrariërs en jagers binnen dit bestuur?

8. Hoe vaak heeft u ter voorbereiding van de besluiten over de bovengenoemde ontheffingen contact (overleggen, schriftelijke contactmomenten en anderszins) ter afstemming met de faunabeheereenheid? En hoe vaak met belanghebbende natuur- en dierenwelzijnsorganisaties die geen deel uitmaken van de faunabeheereenheid? Kunt u aangeven hoe dit zich verhoudt tot uw onafhankelijke rol als bevoegd gezag?

Carla van Viegen
Fractievoorzitter Partij voor de Dieren
Provinciale Staten Zuid-Holland

[1] https://www.raadvanstate.nl/@107851/201600335-1-a3/
[2] https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:199
[3] https://www.recht.nl/rechtspraak/uitspraak/?ecli=ECLI:NL:RBDHA:2021:200
[4] https://www.rijnmond.nl/nieuws/204067/Damherten-afschieten-voorlopig-verboden-in-Hoeksche-Waard
[5] https://www.ad.nl/hoeksche-waard/provincie-moet-direct-stoppen-met-afschieten-damherten~a6876a44/
[6] https://www.ad.nl/dordrecht/wilde-dieren-zijn-het-haasje-in-zuid-holland-provincie-staat-afschot-te-makkelijk-toe~a5e479f4/