Schriftelijke vragen ontheffing gebruik geweer binnen afpalingskringen eendenkooien

Toelichting

Op 9 februari 2018 is er door de provincie Zuid-Holland een ontheffing verleend aan de Faunabeheereenheid Zuid-Holland (ODH-2017-00120269) voor gebruik van geweer binnen afpalingskringen van diverse eendenkooien in de provincie Zuid-Holland. Ontheffing wordt gevraagd om beheer en schadebestrijding met geweer van 12 inheemse diersoorten mogelijk te maken, te weten: grauwe gans, kolgans, brandgans, Canadese gans, knobbelzwaan, wilde eend, fazant, haas, houtduif, kauw, zwarte kraai en vos. De ontheffing werd aangevraagd en is verleend voor een periode van 6 jaar.

Naar aanleiding van bovenstaande toelichting legt de Partij voor de Dieren de volgende vragen aan u voor.

Vragen

1. In de toelichting van de ontheffing wordt niet vermeld hoeveel schade de 12 inheemse diersoorten veroorzaken en waarom schadebestrijding nodig zou zijn. Op welke gegevens baseert u zich en op welke wijze valt daaruit te concluderen dat dit nodig is?
2. Op welke gegevens baseert u zich dat beheer van deze 12 inheemse diersoorten nodig is binnen de genoemde afpalingskringen en kunt u dit nader toelichten?
3. Hoe groot was de schade veroorzaakt door de genoemde inheemse diersoorten binnen deze afpalingskringen in 2016 en 2017 en kunt u dit per diersoort toelichten?
4. Zijn er preventieve middelen genomen om de schade -veroorzaakt door deze 12 inheemse diersoorten- te beperken? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?
5. Is er een maximum gesteld aan het aantal inheemse dieren dat per jaar binnen de genoemde afpalingskringen doodgeschoten mag worden? Zo ja, hoeveel en hoe wordt dit geregistreerd? Zo nee, waarom niet?
6. Wordt per eendenkooi bijgehouden hoeveel dieren en welke diersoorten jaarlijks worden gedood? Kunnen wij deze specifieke cijfers jaarlijks ontvangen?
7. Het verlenen van de ontheffing voor 12 gebieden nabij eendenkooien is een maatregel van een algemeen karakter. Op basis van de Wet natuurbescherming mogen vergunningen van dergelijke algemene aard niet worden verleend. Ontheffingen moeten voor een specifiek geval gelden. Waarom hebt u dit wel zo algemeen verleend?
8. Bent u het met onze fractie eens dat op basis van gegevens uit de ontheffing niet kan worden gesteld dat beheer en schadebestrijding van de 12 inheemse diersoorten nodig is omdat de onderbouwing ontbreekt? Zo nee, kunt u nader toelichten waarom niet?
9. Kunt u toelichten waarom u de ontheffing gelijk voor een periode van 6 jaar verleent en niet per jaar bekijkt of het nodig is (daarmee kan onnodig dierenleed worden voorkomen)?

Carla van Viegen

Fractievoorzitter Partij voor de Dieren

Provinciale Staten Zuid-Holland

Antwoorden

Klik hier voor de antwoorden.