Schriftelijke vragen provinciale vergunningen opvang in het wild levende dieren

Toelichting

Het college van Gedeputeerde Staten heeft volgens onze informatie de volgende vergunningen verleend aan wildopvangcentra voor de opvang van in het wild levende dieren.

Voor alle inwoners geldt de algemene zorgplicht ex artikel.1.4 van de Wet Dieren: “Een ieder is verplicht hulpbehoevende dieren de nodige zorg te verlenen”. Dit is ook de grondslag voor het verlenen van provinciale vergunningen voor wildopvangcentra en het helpen van dieren in nood. Het doel van de wildopvangcentra is dieren te laten herstellen en indien mogelijk terug te zetten in de natuur. Er zijn situaties, waarbij wilde dieren niet meer kunnen overleven in de natuur bij medische noodzaak of dusdanige verzwakking dat er geen overlevingskansen zijn, zoals een vogel met één oog, het missen van een poot of een vleugel, zo blijkt uit navraag van de wildopvangen. In dat geval worden dieren geëuthanaseerd. Echter in welke gevallen (wanneer wel en wanneer niet of zonder opgave van redenen) en over de wijze van doden wordt in de vergunningen niet gesproken. Vanuit het oogpunt van dierenwelzijn zou dit pijnloos en humaan moeten plaatsvinden. 

In de verleende ontheffingen zijn geen voorwaarden opgenomen over wanneer en op welke wijze een dier gedood mag worden.

In voorgaande vergunningen/ontheffingen verleend door het Rijk stond het altijd veel duidelijker:

"Wanneer volledige terugkeer in de natuur nooit meer mogelijk is, moet de opvang het dier (egel, vogel, etc.) euthanaseren." Het was dus een verplichting om het in die gevallen te doen. En in alle andere gevallen mocht het niet. 

Er zou ook in de nieuwe vergunningen vermeld moeten worden wanneer en op welke wijze een dier gedood mag worden. Ook zou vermeld moeten worden dat een wildopvangcentrum een dierenarts kan raadplegen bij de overweging van euthanasie en dat de nodige kennis op het centrum aanwezig moet zijn (diploma’s ervaring e.d.).

De meeste egels worden meestal gebracht door de dierenambulance of door particulieren. Incidenteel worden ergens egels weggehaald, bijvoorbeeld een moeder met een nest jongen, die in veiligheid gebracht moeten worden. Uit informatie blijkt dat de medewerker nooit een schepnet gebruiken; wel incidenteel een kattenvangkooi (als een egel zo sterk en mobiel is dat je er met een schepnet achteraan moet, dan verkeren dan laat je die lekker lopen zo geven medewerkers aan).

Naar aanleiding van de bovenstaande toelichting legt de Partij voor de Dieren de volgende vragen aan u voor.

Vragen

1. In het ‘Protocol opvang van diersoorten’, behorend bij de ‘Beleidsregel uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland’wordt niet vermeld op welke wijze een dier gedood mag worden. 

1A. Waarom is in de vergunning geen voorwaarde opgenomen in welke gevallen en op welke wijze opgevangen dieren gedood mogen worden (bijvoorbeeld medische noodzaak of dusdanige verzwakking dat er geen overlevingskansen zijn)?
1B. Bent u bereid om in de vergunningvoorwaarden op te nemen dat er in overleg met een dierenarts een euthanasieprotocol wordt opgesteld, inclusief de wijze van doden en de gemachtigde(n)? Zo nee, waarom niet?

2. Uit informatie van de wildopvangen is gebleken dat egels nog nooit met een schepnet zijn gevangen. Waarom hebt u dit specifiek benoemd in de vergunningen?
3. Bent u bereid om in de vergunningvoorwaarden een limitatieve lijst met toegestane vangmiddelen op te nemen? Zo nee, waarom niet?
4. Bent u bereid wildopvang in centra met een provinciale vergunning financieel tegemoet te komen nu de provincie als eerste overheidsinstantie verantwoordelijk is geworden voor de bescherming van in het wild levende dieren en de vergunningverlening voor opvang? Zo nee, kunt u nader onderbouwd aangeven waarom u deze kosten met een algemeen maatschappelijk belang dan wilt afwentelen op de samenleving?
5. Alle opvangcentra die een provinciale vergunning hebben, moeten voor 1 februari een jaarrapportage aanleveren, waarin is opgenomen: diersoort; vindplaats van het dier; datum van binnenkomst; reden van binnenkomst; de definitieve bestemming van het dier. Kunnen we voor 1 juni de jaarrapportages van de Zuid-Hollandse opvangcentra ontvangen?
6. Kunt u ons een jaarlijks overzicht geven van het aantal en soort dieren die door de wildopvangen met provinciale vergunning zijn opgevangen? Zo nee, waarom niet?

Carla van Viegen

Fractievoorzitter Partij voor de Dieren

Provinciale Staten Zuid-Holland