Tech­nische vragen start­no­titie sport en recreatie


Indiendatum: 15 jun. 2020

1) Vindt er met de toename van het aantal woningen in Zuid-Holland ook een evenredige toename plaats van de recreatiegebieden? En zo ja, hoeveel is dat dan?

2) Pag.6 In de cirkeldiagram ‘manier van beoefenen wekelijkse sporters in Nederland’ wordt aangegeven dat 12% van deze sporters op een overige manier sport beoefent. Welke is dat?

3) Pag.7 In de grafiek ‘aantal sporters actief in de openbare ruimte in Nederland’ missen we de watersport, terwijl waterrecreatie een grote bijdrage levert aan totale percentage recreatie. Heeft de provincie cijfers/percentages van waterrecreatie, gelijk zoals in deze grafiek wordt weergegeven?

4) Pag.10 Voor 1400 ha van de recreatiegebieden van SBB heeft het Rijk verzuimd om een financiële regeling te treffen voor beheer en onderhoud, waardoor SBB geen vergoeding hiervoor ontvangt. Zijn er ook dergelijke gebieden in Zuid-Holland? En zo ja, waar?

5) Pag.10 Er zijn met vier gemeenten afspraken gemaakt over een bijdrage in het beheer van de Recreatie om de stad-gebieden (Rods-gebieden). Dit betreft een bijdrage van 25% van de beheerkosten van Rods-gebieden binnen de gemeenten Voorschoten, Leidschendam-Voorburg en Pijnacker-Nootdorp en een bijdrage van 28% van Rods-gebied binnen de gemeente Dordrecht. Waarom zijn er alleen afspraken gemaakt met deze gemeenten?

6) Pag.11 Omvang en complexiteit van de opgave(n) zorgen ervoor dat met name Vlietland en Bentwoud naar verwachting voorlopig niet overgedragen kunnen worden, nog los van het gebrek aan financiële middelen voor beheerafkoop. Het is daarom van belang de beheerlasten voor deze gebieden structureel in de begroting op te nemen en/of te behouden. Kan nader worden toegelicht waarom dit niet kan (nog los van het gebrek aan financiële middelen)?

7) Pag.11, 4e alinea Wat wordt precies bedoeld met ‘bestaande gebiedsidentiteit’ en hoe wordt deze bestaande identiteit van een recreatiegebied bepaald?

8) Pag.11 Er staat ‘Het eigendom en opdrachtgeverschap brengt een verantwoordelijkheid met zich mee die relatief veel tijd en expertise vergt van de provincie.’ Kan de provincie aangeven hoeveel tijd en expertise dat dan precies is?

9) Op pag.12 staat dat de middelen voor sport en recreatie niet allemaal vrij besteedbaar zijn, omdat hier merendeels afspraken of verplichtingen aan ten grondslag liggen. Dit noodzaakt tot het maken van scherpe keuzes. Om welke afspraken of verplichtingen gaat het dan?

10) Pag.12, 2e alinea De koppeling tussen recreatie en natuur staat niet in het rijtje mogelijke koppelkansen. Waarom niet?

11) Pag.15 Kan op hoofdlijnen worden aangegeven wat de resultaten zijn van de IVN-campagne ‘Groen doet Goed’ en de MRDH- campagne ‘Stap uit je stad’?

12) Pag.15, 2e alinea Er staat ‘Staatsbosbeheer wil een visie voor deze aangeplante bossen in de Randstad gaan opstellen.’ Is bekend wanneer deze visie van SBB verwacht kan worden?

13) Pag.16, laatste alinea Er staat ‘Te denken valt aan het toevoegen van speelplaatsen en speelbossen in natuur- en recreatiegebieden of trimroutes.’ Hier wordt voor het eerst gesproken over zowel natuur- als recreatiegebieden. Heeft de provincie in oog welke natuurgebieden dat zouden kunnen zijn? Gaat de provincie onderzoeken welke natuurgebieden voor het plaatsen van een speelplaats of een speelbos geschikt zijn?